Les 1 Einstein De fantastische reis van een muis door ruimte en tijd
Lesdoelen:
Je maakt kennis met het boek over Einstein.
Je leert wat de wetenschappelijke revolutie is en maakt kennis met een paar wetenschappers.
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Natuur, Leven en TechnologieBasisschoolGroep 7,8
This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Lesdoelen:
Je maakt kennis met het boek over Einstein.
Je leert wat de wetenschappelijke revolutie is en maakt kennis met een paar wetenschappers.
Slide 1 - Slide
Je vertelt waar het boek over gaat:
Na een lange tijd wachten breekt voor een kleine muis eindelijk het hoogtepunt in zijn muizenleventje aan; hij gaat naar een kaasfeest! Alle voorbereidingen blijken helaas voor niets te zijn geweest, wanneer hij een dag te laat arriveert. De muis blijft maar denken, gezien hij dag na dag naar het evenement heeft toegeleefd; wat is er fout gegaan? Er komt een gedachte bij hem op… de muis begint zich af te vragen of hij de tijd kan terugdraaien.
Je vertelt dat de kinderen gaan leren over tijdreizen en over (de theorie van) Einstein.
Dan vertel je de lesdoelen van deze les:
Je maakt kennis met het boek over Einstein
Je leert over de tijd 1905
tijdreizen
Slide 2 - Mind map
Bij dit woordweb stel je de vraag aan de leerlingen: Waar denk je aan bij tijdreizen?
De leerlingen vullen alles in waar ze aan denken bij tijdreizen. Dit doen ze op hun eigen device.
Daarna bespreek jij de antwoorden klassikaal.
waar gaat het boek over
Voorlezen
Slide 3 - Slide
Lees het hoofdstuk 'De droom van elke muis' voor tot en met de zin '"Zo heet ik toch helemaal niet," mompelde hij.'
In het boek staan veel afbeeldingen, deze staan ook in de les, laat deze zien aan de leerlingen op het moment dat deze ook in het boek voorbij komen.
Slide 4 - Slide
This item has no instructions
Slide 5 - Slide
This item has no instructions
Slide 6 - Slide
This item has no instructions
Waarom zou de dikke muis hem Einstein hebben genoemd?
Slide 7 - Open question
Na het voorlezen stel je deze vraag aan de leerlingen. De leerlingen beantwoorden deze vraag op hun eigen device.
Vervolgens kun je de antwoorden klassikaal bespreken.
Zou je de tijd kunnen terugdraaien?
Slide 8 - Poll
Deze vraag krijgen de leerlingen op hun device. Ze kunnen de vraag invullen. Vervolgens kun je de vraag bespreken met de klas.
Als vervolgvraag kun je vragen of de leerlingen de tijd zouden willen terugdraaien.
waar gaat het boek over
Slide 9 - Slide
Laat eerst deze afbeelding aan de leerlingen zien. Op de volgende dia komt de vraag 'Wat denk je dat hier gebeurt?'.
Daar staat de afbeelding ook nog in het klein, maar op deze dia staat hij in het groot zodat de leerlingen het beter kunnen zien.
Wat denk je dat hier gebeurt?
Slide 10 - Open question
Dit is de vraag die hoort bij de vorige dia, hier zie je de afbeelding nog in het klein.
De leerlingen kunnen hier op hun device een antwoord geven op de vraag. Vervolgens kun jij als leerkracht de antwoorden bespreken.
Slide 11 - Slide
Op deze afbeelding zie je dat de muis een tijdmachine had gemaakt.
Dit is eigenlijk het antwoord op de vraag bij de vorige dia.
Je bespreekt met de leerlingen wat ze zien.
Daarna zeg je dat hij gaat tijdreizen. Op de volgende dia komt de poll: 'Denk je dat het tijdreizen goed gaat?'
Deze vraag is gekoppeld aan deze dia waar de leerlingen zien dat de muis gaat tijdreizen.
Denk je dat het tijdreizen goed gaat?
Slide 12 - Poll
Hier stel je de vraag aan de leerlingen of ze denken dat het tijdreizen goed gaat.
De kinderen kunnen op hun device kiezen tussen 'ja' en 'nee'.
Vervolgens kun jij als leerkracht de antwoorden bespreken.
waar gaat het boek over
Voorlezen
Slide 13 - Slide
Lees het hoofdstuk 'Gestrand' voor tot en met de zin 'op weg naar zijn werk'
In het boek staan veel afbeeldingen, deze kun je tijdens het voorlezen laten zien.
Op deze dia staat ook de afbeelding van de krant van 1905.
Wat zou je het meeste missen als je zou stranden in 1905?
Slide 14 - Open question
Na het voorlezen weten de leerlingen dat de muis is beland in 1905.
Je stelt daarom deze vraag aan de leerlingen. Zij kunnen antwoorden op hun device.
Als alle leerlingen hebben geantwoord kun je het klassikaal bespreken.
waar gaat het boek over
E=mc2
Slide 15 - Slide
1905 was een belangrijk jaar voor Einstein. Zijn theorie kwam uit.
Maar daar leren jullie in de volgende lessen meer over.
We maken een nog grotere sprong terug in de tijd. Naar de tijd tussen 1600-1700. Daar was de wetenschappelijke revolutie. In deze tijd begon het schrijven van dit soort theorieën.
Wat is de wetenschappelijke revolutie?
Nieuwe denkwijze
Niet op basis van oude teksten
Observeren
Experimenteren
Logisch redeneren
Wat is de wetenschappelijke revolutie?
Slide 16 - Slide
Hier vertel je aan de kinderen wat de wetenschappelijke revolutie is:
In de 17e eeuw kwam de wetenschappelijke revolutie.
Hier kwam er een nieuwe denkwijze. Mensen gingen anders denken en gingen waarnemen en experimenteren.
Er kwamen veel doorbraken in de natuurkunde, wiskunde en sterrenkunde. De overheid begon de wetenschap ook te stimuleren, aan de hand van tijdschriften en academies.
Er kwam een andere kijk op de mens en op de wereld.
Kennis kwam voort uit ervaring en het beginpunt van kennis was zintuigelijke waarneming. Dit is anders dan voorheen, daar kwam kennis voort uit het denken.
Observeren, experimenteren en logisch redeneren werd de nieuwe denkwijze.
Copernicus
Zon het middelpunt
Johannes Kepler en Galileo Galilei
Begin wetenschappelijke revolutie
Slide 17 - Slide
Vertel hier als leerkracht Copernicus en zijn theorie dat de zon het middelpunt was.
Zo werd er bijvoorbeeld altijd gedacht dat de aarde het middelpunt van het heelal was. Copernicus twijfelde hier aan. Hij stelde dat de aarde om de zon en om haar eigen as draait. In 1543 werd zijn theorie gepubliceerd, maar werd het niet geloofd. Johannes Kepler en Galileo Galilei borduurden verder op zijn ideeën. In de 17e eeuw werd het inzicht van Copernicus aanvaard, mede door telescopen van Galileo. Hij kwam hierdoor echter in conflict met de rooms-katholieke kerk, die de aarde als middelpunt bleef zien.
Isaac Newton
hoogtepunt
zwaartekracht
1687
Slide 18 - Slide
Vertel hier als leerkracht over Isaac Newton.
Het hoogtepunt van de revolutie kwam toen Isaac Newton in 1687 een boek uitbracht over de zwaartekracht. Tijdens de wetenschappelijke revolutie kreeg men een heel andere kijk op de mens en de wereld.
Daarna laat je een filmpje zien over Newton, deze staat op de volgende dia.
Slide 19 - Video
Dit is het filmpje over Isaac Newton
Wetenschappelijke revolutie & Einstein?
Slide 20 - Slide
Vertel hier aan de kinderen dat het schrijven van dit soort theorieën hier begon.
Einstein heeft ook een theorie, maar daar komen jullie in de volgende lessen meer over te weten.
Wat was de theorie van Copernicus?
A
Dat de aarde om de zon en haar eigen as draait.
B
Dat de aarde het middelpunt van het heelal is.
C
Dat de maan het middelpunt van het heelal is.
D
Dat de zon en aarde stil staan.
Slide 21 - Quiz
Na de uitleg over de verschillende wetenschappers van de wetenschappelijke revolutie is er een korte quiz om te kijken of de kinderen hebben opgelet.
Je bespreekt de vragen klassikaal nadat de kinderen antwoord hebben gegeven op hun eigen device.
(Koppel terug aan de informatie die je afgelopen dia's hebt gegeven.)
Wie borduurde verder op de ideeën van Copernicus?
A
Johannes Kepler en Einstein
B
Isaac Newton en Galileo Galilei
C
Johannes Kepler en Galileo Galilei
D
Isaac Newton en Johannes Kepler
Slide 22 - Quiz
This item has no instructions
Waar ging de theorie van Isaac Newton over?
A
licht
B
ruimte
C
tijd
D
zwaartekracht
Slide 23 - Quiz
This item has no instructions
Hoeveel wetten van Newton zijn er?
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 24 - Quiz
Deze vraag koppelt terug naar het filmpje van Isaac Newton.
Als je kon tijdreizen, naar welke tijd zou je dan gaan?
Slide 25 - Mind map
Je vertelt aan de leerlingen dat deze les ging over tijdreizen en dat ze kennis hebben gemaakt met de les. In de volgende lessen ga je meer kennis maken met Albert Einstein en tijd en ruimte.
Als afsluitende vraag stel je de vraag aan de leerlingen: 'Als je kon tijdreizen, naar welke tijd zou je dan gaan?'
Hier ontstaat dan een woordweb, met behulp van de antwoorden van de leerlingen in dit woordweb kun je een klassikaal gesprek voeren.
Ook kun je nog terug kijken naar de lesdoelen, hierbij kijk je samen met de klas of de lesdoelen behaald zijn.