This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Feedback geven en ontvangen
Sema Kutlu
Slide 1 - Slide
Planning
- Lesdoelen
- Feedback geven
- Positief en negatief feedback geven
- Regels bij feedback geven
- Op een goede manier
- Ik- vorm
- Op het juiste manier en moment
- Feedback op twee niveaus
- Quiz
Slide 2 - Slide
Lesdoelen
Studenten weten na afloop van de les het verschil tussen positief en negatief feedback.
Studenten weten na afloop van de les, de regels bij feedback geven.
Studenten kunnen na afloop van de les op basis van een casus de regels van feedback toepassen.
Studenten kunnen op basis van een casus de twee niveaus van feedback geven onderscheiden.
Slide 3 - Slide
Feedback geven
Is een boodschap over het gedrag of de prestaties van ander.
Het is onmisbaar wanneer je met anderen samenwerkt.
Jij moet kunnen zeggen dat het werk van de ander niet in orde is, of juist heel erg goed is.
Het geven van feedback kan soms ook onprettig zijn. Bijvoorbeeld als jij leiding geeft aan een team en dan is het extra belangrijk dat je feedback leert geven.
Slide 4 - Slide
Positief en negatief feedback
- Als je vindt dat men bijvoorbeeld goed werkt kun je complimenten geven en/ of knipogen.
- Wanneer je vindt dat een persoon geen goed werk levert of zich niet gewenst gedraagt, dan kun je dit tegen die persoon zeggen.
- Of een persoon kan dit al zien aan jouw gezichtsuitdrukking.
- Feedback geef je zowel verbaal als non- verbaal
Slide 5 - Slide
Welke positieve en negatieve feedback heb jij gehad op je werk of privéleven?
Slide 6 - Open question
Regels bij feedback geven
Benoem het gevoel dat het bij je oproept
Benoem feiten
Op een goede manier feedback geven.
Wees concreet en specifiek
Geef feedback op gedrag, niet op de persoon.
Gebruik de ik- vorm
Kies het juiste moment
Vraag of de ander het gedrag herkent.
Slide 7 - Slide
Op een goede manier
Woorden waarin altijd,overal of nooit voorkomen, slaan mis.
Bijvoorbeeld: Jij komt altijd te laat op afspraken. Kun jij makkelijk zeggen: Nee hoor, vanmorgen was ik te vroeg en moest ik op jou wachten.
Wat kun je wel beter zeggen?
Ik wil even terugkomen op de afspraak die wij gisteren hadden met onze opdrachtgever. Wij moesten toen een kwartier op je wachten.
Concreet = een kwartier Specifiek = gisteren met onze opdrachtgever
Slide 8 - Slide
Ik- vorm
Door de Ik- vorm te gebruiken wordt de boodschap beter overgebracht.
Voorbeeld: Ik vind het vervelend dat je deze week drie keer een flauwe grap over mij hebt gemaakt. Dit heb je naast collega’s gedaan, daarmee heb je mij gekwetst. ( je gevoel, de feiten, en het gedrag).
Slide 9 - Slide
Op het juiste manier en moment
Op een juiste moment feedback geven. Wacht bijvoorbeeld niet drie weken, want de ander is het dan misschien al vergeten.
Wees beleefd en vraag of de ander het gedrag herkent.
Slide 10 - Slide
Opdracht: casus
Je werkt als stagiaire in de kinderopvang. Tijdens huishoudelijke taken
voert je collega andere taken uit en/ of loopt vaak weg om een praatje te maken met andere collega’s. Hierdoor moet jij de hele dag alle schoonmaak taken uitvoeren. Je gaat een gesprek met haar aan.
Opdracht: Schrijf op hoe je haar concreet, specifiek en aan de hand van de ik- vorm feedback kan geven. Denk hierbij aan: gevoel, feiten en gedrag.
Slide 11 - Slide
Feedback op twee niveaus
Inhoudsniveau: Gaat over de inhoud dus letterlijk wat er wordt gezegd.
Betrekkingsniveau: Gaat over hoe een boodschap opgevat moet worden. Hierbij speelt de belangen van de feedbackgever een rol. Bijvoorbeeld als een collega een voorstel doet, dat je eigenlijk niet goed vindt.
Voorbeeld: De vergadering begint over drie minuten. Janna loopt gehaast door de gang, want ze is graag op tijd en ze houdt er niet van als de vergadering te laat begint. In het kantoor naast haar ziet ze Bas en Diederik gezellig kletsen. Die lijken helemaal geen haast te hebben. Ze werpt een blik op haar horloge en zegt: ‘Bijna drie uur hoor, vergaderen!’
Wat is hier de inhoudsniveau?
Wat is hier de betrekkingsniveau?
Slide 12 - Slide
Feedback geven is....
A
Is een boodschap over de persoonlijkheid of prestaties van de ander
B
Is een boodschap over de persoonlijkheid en gedrag van de ander.
C
Is een boodschap over de gedrag of de prestaties van de ander
D
Is een boodschap over de persoonlijkheid
Slide 13 - Quiz
Regels bij feedback geven
A
Benoem feiten., Ik- vorm toepassen, geef feedback op de persoonlijkheid en gedrag, geef feedback op het juiste moment.
B
Benoem feiten., Ik- vorm toepassen, geef feedback op gedrag, feedback geven op het juiste moment.
Slide 14 - Quiz
Welke antwoordt is juist?
A
Feedback geef je wanneer jou het beste uitkomt. Je kunt feedback geven over twee tot drie weken.
B
Gebruik de woorden zoals altijd, nooit en/ of overal bij het geven van feedback.
C
Als we kijken naar het betrekkingsniveau dan gaat het over hoe een boodschap opgevat moet worden.
D
Binnen de inhoudsniveau gaat het alleen om de belangen van de feedback gever.