Herhaling H5

Herhaling

Hoofdstuk 5
1 / 32
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Herhaling

Hoofdstuk 5

Slide 1 - Slide

HOOFDSTUK 5

Slide 2 - Slide

Vraag of aanbod? In de supermarktfolder staan veel producten voor een lage prijs.

A
Vraag
B
Aanbod

Slide 3 - Quiz

Welk percentage BTW kennen wij niet in Nederland?
A
21%
B
9%
C
6%
D
0%

Slide 4 - Quiz

Wat is de nettowinst:
A
de brutowinst - de bedrijfskosten
B
de bedrijfskosten - de brutowinst
C
de brutowinst + de bedrijfskosten
D
de bedrijfskosten + de brutowinst

Slide 5 - Quiz

Wat zijn geen bedrijfskosten ?
A
Huur
B
Benzine van de bedrijfsauto
C
Omzet
D
Loon van de medewerkers

Slide 6 - Quiz

Inkoopwaarde =
A
afzet x verkoopprijs
B
afzet x inkoopprijs
C
afzet x consumentenprijs
D
omzet : afzet

Slide 7 - Quiz

is de Consumentenprijs inclusief btw of exclusief btw?
A
inclusief
B
exclusief

Slide 8 - Quiz

Hoe bereken je de Omzet?

Omzet=...
A
Afzet x Verkoopprijs
B
Verkoopprijs x Inkoopprijs
C
Afzet x Omzet
D
Omzet x Verkoopprijs

Slide 9 - Quiz

Stel, je omzet is €3000, je brutowinst is €2000 en je bedrijfskosten zijn € 500. Hoeveel bedraagt je nettowinst?
A
€ 500
B
€ 1.000
C
€ 1.500
D
€ 3.000

Slide 10 - Quiz

Verkoopprijs = inkoopprijs + brutowinstopslag
Voor je kledingzaak koop je een jas in voor € 55.
Je rekent 75% brutowinstopslag.
Bereken het bedrag van de brutowinstopslag

Slide 11 - Open question

Voor je scooterhandel koop je een nieuwe scooter
in voor €1.900. De verkoopprijs wordt €2.755.

Bereken de brutowinstopslag.

Slide 12 - Open question

Thomas heeft een fietsenzaak. Deze week verkoopt hij 33 fietsen. De gemiddelde verkoopprijs van een fiets is €690.

Bereken de omzet van deze week.

Slide 13 - Open question

Je verkoopt kerstbomen voor € 27,50
per stuk en je omzet is €2.365.

Bereken je afzet

Slide 14 - Open question

Consumentenprijs = verkoopprijs + btw
De verkoopprijs van boeken is € 16,50. De btw is 9%.

Bereken het bedrag aan btw per boek.

Slide 15 - Open question

Joachim rekent voor een fiets een
verkoopprijs van € 520. De btw is 21%.

Bereken de consumentenprijs van deze fiets.

Slide 16 - Open question

Je koopt ananas in voor € 0,90 per stuk.
Je brutowinstopslag is 110%. De btw is 9%.

Bereken de consumenten prijs van een ananas.

Slide 17 - Open question

Je koopt een nieuwe duikbril. De prijs
inclusief btw is € 16,94. De btw is 21%.

Bereken de verkoopprijs exclusief btw.

Slide 18 - Open question

Wat is afzet?
A
De hoeveelheid verkochte producten
B
Een ander woord voor consument
C
De prijs van een verkocht product
D
Iemand die de bus uitstapt

Slide 19 - Quiz

De verkoopprijs is de verkoopprijs zonder btw.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quiz

Wat is de brutowinstopslag?
A
De inkoopprijs.
B
Het verlies.
C
Het bedrag dat de winkelier bij de inkoopprijs optelt.
D
Het hele bedrag dat de klant moet betalen voor het product.

Slide 21 - Quiz

De inkoopprijs van Product X is € 1,10. De brutowinstopslag is 50%. Bereken de verkoopprijs. Van Product X worden 800 stuks verkocht.
Stap 1: Bereken eerst de verkoopprijs
Stap 2: Bereken de omzet.

Slide 22 - Open question

De prijs van een fiets exclusief btw is € 200. Het btw-tarief is 21%. Bereken de consumentenprijs.

Slide 23 - Open question

De consumentenprijs van een brood is € 3,75. Het btw-tarief is 9%. Bereken de prijs exclusief btw.

Slide 24 - Open question

Je hebt een Rolls Royce gekocht. De consumentenprijs is €392.488 (inc. btw 21%).

Bereken de verkoopprijs (exc. Btw)

Slide 25 - Open question

Je hebt een fatburner bij MB Nutrition gekocht. De consumentenprijs is €27,95 (inc. btw 21%).

Bereken de verkoopprijs (exc. Btw)

Slide 26 - Open question

De consumentenprijs voor een knipbeurt bij de kapper is € 18,50. Het BTW-percentage is 9%. Wat is de verkoopprijs exclusief BTW?
A
€ 16,84
B
€ 20,17
C
€ 15,29
D
€ 16,97

Slide 27 - Quiz

De verkoopprijs exclusief BTW voor een auto is
€ 19.834,71. Het BTW-percentage is 21%. Wat is de consumentenprijs?
A
€ 23.999,99
B
€ 16.392,32
C
€ 24.000,00
D
€ 21.619,83

Slide 28 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een abstracte markt?
A
Supermarkt
B
Huizennmarkt
C
Rommelmarkt
D
Bloemenveiling

Slide 29 - Quiz

Wat is MARKETING?
A
Alles wat een bedrijf onderneemt om meer te verkopen.
B
Instrumenten die je gebruikt op de verkoopmarkt.
C
Een methode om de winst te vergroten.
D
Een engels woord voor winkel.

Slide 30 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een concrete markt?
A
De huizenmarkt
B
De supermarkt
C
Oliemarkt

Slide 31 - Quiz

EINDE
Succes met leren voor de toets 

Slide 32 - Slide