This lesson contains 6 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Solidariteit
Slide 1 - Slide
Doelen
Je kunt uitleggen wat solidariteit betekent.
Je kunt voorbeelden noemen van solidariteit.
Je weet wat jij kunt doen.
Slide 2 - Slide
Is dit solidariteit? De dochter heeft besloten geen vlees en vis meer te eten. De rest van het gezin gaat ook vegetarisch (geen vlees en vis) eten.
A
Ja
B
Nee
Slide 3 - Quiz
Is dit solidariteit? Je vriend(in) wil afvallen (dunner worden). Jij snoept niet als je bij haar bent. Je steunt haar, ook al kan je dan zelf ook niet snoepen.
A
Ja
B
Nee
Slide 4 - Quiz
Is dit solidariteit? Je protesteert mee tegen het opheffen van een buslijn in jouw buurt, ook al ga je zelf nooit met de bus
A
Ja
B
Nee
Slide 5 - Quiz
Kleding bij een bepaalde winkelketen is heel leuk en goedkoop, maar de kleding is gemaakt door kinderen in een fabriek. De kinderen verdienen heel weinig geld en ze kunnen niet naar school. Je koopt je kleding in een andere winkel, ook al is die kleding duurder