NaSk1 H6 leerlingversie

NaSk1 H6
Warmte
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

NaSk1 H6
Warmte

Slide 1 - Slide

Toetsing:
PTA toets van hoofdstuk 6 en 8 in de proefwerkweek.
Deze periode hoofdstuk 6 en begin volgende periode hoofdstuk 8.
Voor beide hoofdstukken krijg je een huiswerk cijfer.
Ik ga elke week bijhouden wie het huiswerk serieus heeft gemaakt.
Hieruit volgt een cijfer voor deze periode.

Slide 2 - Slide

Introductie

Slide 3 - Slide

Vloeistof thermometer

Slide 4 - Slide

Thermometer ijken

Slide 5 - Slide

Spanning/ Stoomsterkte
Spanning:
Dit is de pompkracht wat er voor zorgt dat een apparaat werkt.
Stroomsterkte: 
De hoeveelheid elektronen die in een seconde door het draadje heen lopen. 





grootheid
symbool
eenheid
symbool
spanning
U
volt
V
Stroomsterkte
I
Ampère 
A

Slide 6 - Slide

Spanning
Spannings-bronnen hebben niet allemaal dezelfde spanning.


Uit het stopcontact komt 230 Volt.

Slide 7 - Slide

Vermogen
Hoeveel energie het apparaat verbruikt.
Symbool vermogen = P (Power)
Eenheid vermogen = W (Watt)

Het vermogen van de stofzuiger is 
800 Watt

P = 800 W

Slide 8 - Slide

Vermogen

Een apparaat met meer vermogen (meer Watt) is sterker dan een apparaat met minder vermogen. 


Slide 9 - Slide

Vermogen berekenen
vermogen = spanning x stroomsterkte
P = U x I
U = P / I
I = P / U


Slide 10 - Slide

Hoe berekenen we het vermogen binnen een bepaalde tijd?
Energieverbruik(kWh) = vermogen (W) x de tijd (h)

E = P x t

Energieverbruik in kilowattuur  (kWh)
Vermogen in kilowatt (kW)
Tijd in uur (h)

Slide 11 - Slide

Kelvin
Omrekenen van Kelvin naar graden Celsius



Temperatuur in graden Celsius = Temperatuur in Kelvin - 273
Temperatuur in Kelvin = Temperatuur in graden Celsius + 273



Slide 12 - Slide

Huiswerk
De opdrachten van de introductie maken.

Slide 13 - Slide

Paragraaf 6.1
Warmte en temperatuur

Slide 14 - Slide

Leerdoelen:
Je kunt vier elektrische warmtebronnen noemen die je in huis of op school gebruikt.
Je kunt het energie-stroomdiagram van een elektrische warmtebron tekenen en toelichten.
Je kunt berekenen hoeveel warmte een elektrische warmtebron in een bepaalde tijd levert.
Je kunt het verband tussen temperatuur en tijd meten en weergeven in een diagram.
Je kunt het verband tussen temperatuur en warmte bepalen en weergeven in een diagram.

Slide 15 - Slide

Warmtebronnen
Een warmtebron is alles waar warmte vanaf komt.

Elektrische warmtebronnen gebruiken elektriciteit om warmte te maken.

Slide 16 - Slide

Energiestroomdiagram 
Elektrische energie wordt in warmte omgezet!
E=Pt=Q
E = elektrische energie

Q = warmte energie

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Uit de voorkennis:
Energieverbruik (kWh) = vermogen (kW) x de tijd (h)
Energie(J) = vermogen (W) x de tijd (s)
E = P x t    ->     Q staat gelijk aan E
Dus:       E = P x t en Q = P x t


Grootheid
Symbool
Eenheid
Afkorting
Energie
E
Joule
J
Warmte energie
Q
Joule
J

Slide 19 - Slide

Een waterkoker met een vermogen van 2400 W doet er 25 s over om 175 mL water aan de kook te brengen. Je hebt dan genoeg heet water voor één kop thee.
Bereken hoeveel warmte de waterkoker in die 25 s heeft geleverd.



Gegevens: P = 2400 W      t = 25 s
Gevraagd:   Q = ?

Uitwerking:
Q = E = P · t
Q = 2400 × 25 = 60 000 J = 60 kJ



Slide 20 - Slide

Temperatuur-tijd diagram
De temperatuursverandering kan ik in een Temperatuur-tijd diagram weergeven.

Slide 21 - Slide

Warmte meten 
  • Een warmtemeter is een goed geïsoleerd bakje van metaal of plastic. 

  • Met een warmtemeter kun je nauwkeurig het verband bepalen tussen de temperatuur en de hoeveelheid toegevoerde warmte.   

Slide 22 - Slide

Temperatuur-warmte diagram
Dit kunnen de uitkomsten van een warmtemeter zijn.

Deze bevindingen kan ik ook in een diagram verwerken.

Slide 23 - Slide

Voorbeeld:
Isha heeft 50 mL water verwarmd met een warmtemeter. Ze heeft haar meetresultaten weergegeven in het temperatuur-warmtediagram.
Bepaal met het diagram hoeveel warmte ervoor nodig is om het water aan de kook te brengen.

Het water begint te koken als de temperatuur 100 °C is. Als je de grafiek doortrekt, kun je aflezen dat bij 100 °C (op de verticale as) 18 kJ (op de horizontale as) hoort. Er is dus 18 kJ warmte nodig.

Slide 24 - Slide

Huiswerk:
Lees en maak paragraaf 6.1 (opdracht 1 t/m 6 en 9)

Slide 25 - Slide