1 havo 01042025

1 / 37
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Qu'est-ce qu'on va faire?
  • Herhaling werkwoord être
  • Herhaling bezittelijk voornaamwoord
  • Wat komt er op de toets
  • Tot 20 tellen (in het frans natuurlijk)
  • SO inkijken
  • Slimp stampen of leren uit je boek


Slide 3 - Slide

  • Pak je aantekeningenschrift
  • Pak je laptop 

Slide 4 - Slide

Werkwoord être herhaling

Slide 5 - Slide

Être = zijn
  • ik ben                 je suis
  • jij bent                tu es
  • hij/zij/men is       il/elle/on est
  • wij zijn                nous sommes 
  • u bent/jullie zijn  vous êtes
  • zij zijn                 ils/elles sont     
  • het is                  c'est 

Slide 6 - Slide

Etre in het Frans!
Let op:
Het is
C'est

Slide 7 - Slide

etre
=
 zijn




Sleep de juiste vorm van être naar het bijbehorende persoonlijk voornaamwoord
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je/j'
es
sont
est
êtes
sommes
suis

Slide 8 - Drag question

il ....

Slide 9 - Open question

Marc ........

Slide 10 - Open question

ik ben

Slide 11 - Open question

elles .......

Slide 12 - Open question

Marc et Lisa .....

Slide 13 - Open question

ETRE: wij zijn
A
nous avons
B
nous sommes
C
nous sont
D
nous ont

Slide 14 - Quiz

Elle ... une fille. (Etre)
A
es
B
est
C
sont
D
sommes

Slide 15 - Quiz

vous ........ (etre)

A
êtes
B
sont
C
sommes
D
avons

Slide 16 - Quiz

être
=
 zijn




il/elle/on est
nous sommes
vous êtes
ils/elles sont
tu es
je suis
wij zijn
zij zijn (ml&vr)
ik ben
u bent & jullie zijn
jij bent
hij/zij/men is (wij zijn)

Slide 17 - Drag question

Bezittelijk voornaamwoord herhaling

Slide 18 - Slide

m - v- mv ?
Kijk naar het zelfstandig
naamwoord ACHTER het 
bezittelijk voornaamwoord!

 
J'habit ici, voilà ...... maison

        bezittelijk voornaamwoord
                           mannelijk        vrouwelijk    meervoud

mijn                      
mon                  ma                 mes

jouw                     ton                     ta                   tes

zijn                        son                    sa                    ses

haar           
          son                    sa                    ses

Slide 19 - Slide

m  - v - mv ?
Hoe pak je het aan?

Regarde, c'est ....... copine. (mijn)

Slide 20 - Slide

m  - v - mv ?
Kijk naar het zelfstandig naamwoord
ACHTER
het bezittelijk voornaamwoord.

Regarde, c'est ma copine. (mijn)

Slide 21 - Slide

ATTENTION!
let op met woorden die met een KLINKER beginnen

vrouwelijk enkelvoud:
amie  / vriendin 
école / school 
adresse / adres


Slide 22 - Slide

ATTENTION!
je kunt MA - TA - SA niet gebruiken
voor een klinker of stomme h


ma amie  >   mon ami
ma école > mon école
ma adresse > mon adresse


Slide 23 - Slide

Hoe vertaal je:
"mijn kinderen"?
A
mon enfant
B
ma enfant
C
mes enfants
D
tes enfants

Slide 24 - Quiz

Hoe vertaal je:
"mijn nichtje"
A
ma soeur
B
mon cousine
C
la cousine
D
ma cousine

Slide 25 - Quiz

Hoe vertaal je:
"zijn opa"?
A
son père
B
son grand-père
C
sa grand-père
D
ses grand-père

Slide 26 - Quiz

Hoe vertaal je:
"zijn oma"?
A
sa grand-mère
B
son grand-mère
C
ta grand-mère
D
la grand-mère

Slide 27 - Quiz

Hoe vertaal je:
"jouw familie"?
A
ton famille
B
ta famille
C
tes familles
D
la famille

Slide 28 - Quiz

Quelle est ... adresse? (v)
Wat is jouw adres?
A
ton
B
ta
C
tes

Slide 29 - Quiz

Il est ... grand-père?
(jouw)

Slide 30 - Open question

Tu connais .... cousines?
(zijn)

Slide 31 - Open question

Je parle avec ... frère.
(haar)

Slide 32 - Open question

Wat komt er op de toets
Woordjes en zinnen Nederlands - Frans, Frans - Nederlands
Kloktijden
Werkwoord être in zinnen vervoegen en vertalen
Bezittelijk voornaamwoord
Franse tekst met vragen

Slide 33 - Slide

Getallen t/m 20

Slide 34 - Slide

SO inkijken

Slide 35 - Slide

Slim  stampen

Slide 36 - Slide

Les devoirs
Bonne chance met leren voor de toets!!!

Slide 37 - Slide