6.2

1 / 13
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Dit gaan we doen deze les
  • Korte herhaling 6.1 
  • Uitleg 6.2
  • Zelfstandig werken

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Wat productiefactoren zijn
Wat toegevoegde waarde is en de beloningen ervan
Hoe elk bedrijf waarde toevoegt aan een product
Arbeidsintensief en kapitaalintensief produceren
Hoe je afschrijving berekent

Slide 3 - Slide

Steeds minder waard
Afschrijving = jaarlijkse waardevermindering van kapitaal




Slide 4 - Slide

Procent rekenen, hoe dan?
Bij een groothandel koop je een shirt in voor €7,50. Je verkoopt ze met brutowinstopslag van 90%
Om procenten uit te rekenen gebruiken wij de formule:

of

bedrag ÷ 100 x %
%

Slide 5 - Slide

Leerdoelen
Hoe je de verkoopprijs berekent met brutowinstopslag
Hoe je de consumentenprijs berekent
Hoe je de btw van de consumentenprijs berekent
Wat afzet en omzet is en hoe je omzet berekent
Wat brutowinst en nettowinst is en hoe je het berekent

Slide 6 - Slide

Verkoopprijs
  • Inkoopprijs  
  • brutowinstmarge
    __________________ +
  • Verkoopprijs


De verkoopprijs is de prijs die je in de winkel betaalt zonder BTW

Slide 7 - Slide

BTW (en consumentenprijs)
  • BTW = belasting toegevoegde waarde
  • BTW in NL is 9% of 21% 
  • Bedrijven moeten de btw afstaan aan de overheid, dus zij houden alleen de verkoopprijs over.
  • Verkoopprijs = inkoopprijs + brutowinstopslag
  • Consumentenprijs = verkoopprijs + btw.
  • Dit is het bedrag wat ik als bedrijf ontvang MET btw

Slide 8 - Slide

Consumentenprijs
Winkeliers verkopen hun producten voor de consumentenprijs.
De consumentenprijs is verkoopprijs inclusief btw


Slide 9 - Slide

Afzet & Omzet
De afzet is het aantal producten dat je verkoopt.
De omzet is het totaal bedrag dat je ontvangt door producten te verkopen. Het wordt ook wel de verkoopopbrengst genoemd

omzet = afzet X verkoopprijs
afzet = omzet : verkoopprijs

Slide 10 - Slide

Brutowinst en nettowinst
Omzet 
Inkoopwaarde -
Brutowinst
Bedrijfskosten -
Nettowinst (kan ook een verlies zijn.....)

Slide 11 - Slide

KLETSPAUZE!
timer
5:00

Slide 12 - Slide

Nu mogen jullie 
Wat? Maak alle opdrachten van het werkblad
Hoe? Je mag overleggen, ga wel aan de slag.
Waar? In het lokaal
Opbrengst? Minder werk thuis, oefenen voor de toets
Klaar? Maak opdracht 1 t/m 13 van 6.2 (blz. 164)



timer
20:00

Slide 13 - Slide