H4.3

Les 1m 
Deze les doen we in twee delen
Vandaag deel 1, volgende week vrijdag  deel 2 
Het is een erg moeilijke paragraaf. 
Opstarten les en herhaling vorige les 10m
Uitleg nieuwe theorie en toepassingen 25m
Pauze in klas 5m
Zelfstandig werken/ Samenwerken 20m 
Werkvorm Ben ik in beeld 15m 
Uitloop 5m
Tekst
1 / 27
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Les 1m 
Deze les doen we in twee delen
Vandaag deel 1, volgende week vrijdag  deel 2 
Het is een erg moeilijke paragraaf. 
Opstarten les en herhaling vorige les 10m
Uitleg nieuwe theorie en toepassingen 25m
Pauze in klas 5m
Zelfstandig werken/ Samenwerken 20m 
Werkvorm Ben ik in beeld 15m 
Uitloop 5m
Tekst

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Opstarten les en herhaling vorige les. 9m
1. Wat is het verschil tussen costante - en variabele kosten . 
2. Wat is afschrijven? 
3. Waarom wil de overheid dat bedrijven afschrijven ondanks dat dit de overheid veel geld kost? 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 1m
Leerdoelen:
Aan het eind van deze twee lessen kan je met betrekking tot deze presentatie: 
Eerste les
  • De omzet van een bedrijf kunnen omschrijven en berekenen. 
  • De kostprijs en de verkoopprijsvan een product  kunnen berekenen. 
Tweede les
  • Weet je wat btw is. De verkoopprijs exclusief / zonder en inclusief / met btw kunnen berekenen. 
  • Moeilijkere btw-berekeningen en nettowinst kunnen berekenen. Dit doen we in de volgende les. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Opstarten les en herhaling vorige les. 9m
1. Wat is het verschil tussen costante - en variabele kosten . 
2. Wat is afschrijven? 
3. Waarom wil de overheid dat bedrijven afschrijven ondanks dat dit de overheid veel geld kost? 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De omzet van een bedrijf kunnen berekenen. 
Leerdoel  De omzet van een bedrijf kunnen beschrijven en berekenen. 3m

Omzet is het totaalbedrag van verkoopwaarde van een bedrijf  in een bepaalde periode.

In een formule ziet het er als volgt uit:
Omzet = verkoopprijs x afzet

Afzet is het aantal verkochte producten. 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Fluisterend overleggen. Dan hoor ik dus geen duo's hardop  praten. 

Doe dit samen met je buurman/buurvrouw. Als je
 alleen werkt kijk dan wel even samen na. 
timer
6:00
Maken opgave 25 op bladzijde 114. 6m

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

                                                   Antwoorden vraag 25. 1m
25 a De omzet is het bedrag dat het bedrijf ontvangen heeft bij de verkoop van zijn producten, de afzet is het aantal producten  dat het verkocht hee b
Omzet (TO) Afzet (Q) Verkoopprijs (P)
25b   10.000 x 20 = € 200.000 
31.600 :  8.000=  € 3,95
3.735 : 15  =  249  
5.175 :  750 = € 6,90

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

                                 Leerdoel De kostprijs van een product     kunnen berekenen. 5m

Eerst een beeldfragment:   


Nu de formule: 


                           vaste of constante kosten
Kostprijs =     ----- -------------------------  +  variabele kosten per product
                                    aantal producten


Slide 8 - Slide

This item has no instructions

formule:        verkoopprijs = kostprijs + winstmarge 

waarom? 
                                         in procenten      in euro's 
kostprijs                             100%                    € 6,-
winstopskag 10%             10% =                 € 0,60
                                               ------ +                  -------- +
verkoopprijs                      110%                     € 6,60

Let op 1% van 6 => 6 delen door 100 = 0,,060 x 10 = 0,60 
Leerdoel De verkoopprijs (zonder btw) berekenen. 2m

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

1. Lees bladzijde 116 Van kostprijs naar verkoopprijs en schrijf de belangrijke zaken op. Doe dit in stilte. 
2. Neem daarna als je dat nog niet hebt gedaan de formules van de kostprijs berekenen en de formule van de verkoopprijs berekenen over in je schrift. 
3. Maak opgave 28 op bladzijde 116. 
Je werkt alleen. Na vijf minuten mag je overleggen. 



De laatste twee minuten kijken we na. 

Aan het werk. 10m
waarvan de eerste 5m in stilte.
timer
10:00

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden vraag 28. 2m
28 a De constante kosten per tas bedragen (€ 600 + € 360) ÷ 150 = € 6,40
 b Constante kosten = € 960 ÷ 150 = € 6,40
  Variabele kosten = € 225 ÷ 150 = € 1,50 +
  Kostprijs van een tas = € 7,90
 c Winst = 75% × € 7,90 = € 5,93 +
  Verkoopprijs van een tas = € 13,83

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

5m
timer
5:00

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Nu aan het werk. 20m

Hoe:
5 minuten samenwerken 
5 minuten in stilte werken 
5 minuten samenwerken
5 minuten in stilte werken 
of bij zeer geconcentreerd gedrag 20m samenwerken

Hulp:
  1. Uitleg lezen in het boek
  2. Buurman/ vrouw vragen (alleen tijdens moment van SAMENWERKEN)
  3. Docent vragen


Wat:
Maak eerst vab paragraaf 4.1 en 4.2 wat nog niet af is.
Maak daarna van bladzijde 114 tot en met 117 opgave 26, 27, 29 en 30.


Klaar:
  1. Antwoorden huiswerk paragraaf 4.1 en 4.2 nakijken (als dit nog niet is gedaan) 
  2.  Inleveren van opdrachten 1 en 2 in teams. Zie onder opdrachten. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Werkvorm Ben ik in beeld. 15m
Leg uit aan de hand van tekst en afbeeldingen. 
Wat zijn middelen? Deze heb je nodig om in je primaire- en secundaire behoeften te voorzien. Primaire behoeften is alles wat je nodig hebt om te kunnen leven. Secundaire behoeften is de rest. Voorbeelden van middelen zijn tijd en geld.




primaire       secundaite                      tijd                        geld                         behoefte:    behoefte :








Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Werkvorm Ben ik in beeld 15m
Beantwoord de onderstaande  vragen op de manier zoals op de vorige slide is  is uitgelegd. 
Dus met een  omschrijvind in woorden en met bijbehorende plaatjes. 
1. Hoe bereken je de omzet?
2. De verkoopprijs bereken je met de formule van bladzijde 116.
Hoe wordt de winstmarge / het  percentage vastgesteld? Hoe komt degene die ververkoopprijs vast stelt aan een winstmarge van bijvoorbeeld 40%? Zoek dit eventueel op internet op. 
Inleveren bij opdrachten in Teams. De opdracht heet Ben ik in beeld paragaaf 4.3 
timer
15:00

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk en uitloop 5m


Voor vrijdag 
Maken van bladzijde 114 tot en met 117 opgave 26, 27, 29 en 30.
Lever uiterlijk vrijdag 11 april 12.30 uur de opdracht Ben ik in beeld paragraaf 4.3 in. 
Beantwoord de onderstaande vragen op de manier zoals op de vorige slide is is uitgelegd. Dus met een omschrijvind in woorden en met bijbehorende plaatjes.
1. Hoe bereken je de omzet?
2. De verkoopprijs bereken je met de formule van bladzijde 116.
Hoe wordt de winstmarge / het percentage vastgesteld? Hoe komt degene die ververkoopprijs vast stelt aan een winstmarge van bijvoorbeeld 40%? Zoek dit eventueel op internet op.
Inleveren bij opdrachten in Teams. De opdracht heet Ben ik in beeld paragaaf 4.3 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Einde les. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Les 1m 
Deze les doen we in twee delen
Vandaag deel 1, volgende week vrijdag  deel 2 
Het is een erg moeilijke paragraaf. 
Opstarten les en herhaling vorige les 10m
Uitleg nieuwe theorie en toepassingen 25m
Pauze in klas 5m
Zelfstandig werken/ Samenwerken 20m 
Werkvorm Ben ik in beeld 15m 
Uitloop 5m
Tekst

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Opstarten les en herhaling vorige les. 9m
1. De omzet van een bedrijf kunnen omschrijven en berekenen.
2. De kostprijs en de verkoopprijsvan een product kunnen berekenen. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

De omzet van een bedrijf kunnen berekenen. 
Leerdoel  De omzet van een bedrijf kunnen beschrijven en berekenen (herhalintg). 

Omzet is het totaalbedrag van verkoopwaarde van een bedrijf  in een bepaalde periode.

In een formule ziet het er als volgt uit:
Omzet = verkoopprijs x afzet

Azet is het aantal verkochte producten. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

                        Leerdoel De kostprijs van een product          kunnen berekenen (herhaling). 

Eerst een beeldfragment:   


Nu de formule: 


                           vaste - of constante kosten
Kostprijs =     ----- -------------------------  +  variabele kosten per product
                                    aantal producten


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel Wat is btw? 4m. 

Belating Toegevoegde Waarde
Dat is een belasting op de toegevoegde waarde van een bedrijf. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Les 1m 
Tweede deel les over paragraaf 4.3 
Ook vandaag een pittige les met moeilijke rekenonderdelen. 
Opstarten les en herhaling vorige les. 
Uitleg nieuwe theorie en toepassingen 25m
Pauze in klas 5m
Zelfstandig werken/ Samenwerken 20m 
Werkvorm Ben ik in beeld 15m 
Uitloop 5m
Tekst

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Wat is btw 3m 
Leon staat bij de kassa van de supermarkt . Bij het betalen van zijn boodschappen vraagt Leon een kassabon met btw. Leon vraagt om een kassabon met btw omdat hij een ondernemer is.

Wat betekent de afkorting btw voluit?
En wat is btw?

Slide 24 - Mind map

belasting toegevoegde waarde
Rekenen met btw. 1m
spijkerbroek zonder btw € 50,-
btw 21%                                €  10,50
                                                ---------- + 
Spijkerbroek met btw        € 60,50


Btw uitrekenen 21% van 50 = € 10,50 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Nu aan het werk. 

Hoe:
5 minuten zelfstandig werken en in stilte
5 minuten samenwerken
5 minuten zelfstandig werken en in stilte
5 minuten samenwerken

Hulp:
  1. Uitleg lezen in het boek
  2. Buurman/ vrouw vragen (alleen tijdens moment van SAMENWERKEN)
  3. Docent vragen


Wat:
Bladzijde 108 - 113
Opdrachten 4.2:  opgaven 13 tot en met 24




Klaar:
  1. Antwoorden huiswerk paragraaf 4.1 nakijken (als dit nog niet is gedaan) 
  2.  Huiswerk bakijken) nakijken van paragraaf 4.2. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Moeilijke btw berekeningen.
De consumentenprijs met 21% btw is € 15,-    
Bereken de verkoopprijs zonder btw. 
                                                       in %        in euro's
verkoopprijs zonder btw       100%               ? 
btw                                                21
                                                 --------- +            ------ + 
     
verkoopprijs met btw             121%             € 15,0



Slide 27 - Slide

This item has no instructions