kun je een tekst verdelen in inleiding/middenstuk/slot;
kun je de deelonderwerpen van een tekst benoemen.
Slide 4 - Slide
Opdracht
Lees zelfstandig tekst 1 en 2. Beantwoord de volgende vragen:
Wat is het onderwerp van tekst 1? En van tekst 2?
Bevatten de teksten vooral feiten of meningen?
Wat is het tekstdoel van deze teksten? Kies uit: informeren, amuseren, overtuigen, opiniëren, activeren.
Welke tekst vind je het beste? En waarom?
Verdeel deze tekst in: inleiding, middenstuk en slot. Benoem ook de deelonderwerpen van het middenstuk.
timer
20:00
Slide 5 - Slide
Opdracht
Werk in tweetallen.
Bespreek de antwoorden met elkaar.
Wat zijn de verschillen tussen jullie antwoorden?
Wat zijn de overeenkomsten tussen de antwoorden?
Zoek eventueel samen zoeken naar het juiste antwoord.
timer
10:00
Slide 6 - Slide
Bespreken
Wat is het onderwerp van tekst 1? En van tekst 2?
Bevatten de teksten vooral feiten of meningen?
Wat is het tekstdoel van deze teksten? Kies uit: informeren, amuseren, overtuigen, opiniëren, activeren.
Welke tekst vind je het beste? En waarom?
Verdeel deze tekst in: inleiding, middenstuk en slot. Benoem de deelonderwerpen van het middenstuk?
Slide 7 - Slide
Uiteenzetting
Het tekstdoel van een uiteenzetting is informeren.
De wil de lezer namelijk van informatie voorzien en hierbij uitleg of een toelichting geven. De uitleg is dan ook een belangrijk onderdeel van de uiteenzetting.
Een uiteenzetting is objectief: de mening van de schrijver speelt geen rol! Er kunnen wel meningen van anderen in de tekst voorkomen.
Slide 8 - Slide
Uiteenzetting
Het tekstdoel van een uiteenzetting is informeren.
De wil de lezer namelijk van informatie voorzien en hierbij uitleg of een toelichting geven. De uitleg is dan ook een belangrijk onderdeel van de uiteenzetting.
Een uiteenzetting is objectief: de mening van de schrijver speelt geen rol! Er kunnen wel meningen van anderen in de tekst voorkomen.
We nemen de theorie samen door.
Slide 9 - Slide
Opdracht
Je gaat in de komende lessen zelf een uiteenzetting schrijven.
Bedenk een onderwerp waar je een uiteenzetting over gaat schrijven, bijv. over jouw woonplaats. Ander onderwerp? Leg voor aan de docent.