De oudere client

De oudere cliënt 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1,3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

De oudere cliënt 

Slide 1 - Slide

Wanneer wordt de term oudere gebruikt?

Slide 2 - Open question

In de loop van het leven gaan bepaalde functies achteruit. Waar heeft dit betrekking op?
A
Motoriek en reactievermogen
B
Cognitieve functies
C
Zintuigen
D
Alle genoemde functies

Slide 3 - Quiz

Waar denk je aan bij de term kwetsbare oudere?

Slide 4 - Open question

Tips voor het begeleiden
van kwetsbare oudere

Slide 5 - Mind map

De ziekte van Alzheimer =
A
vorm van dementie
B
eiwitophoping in hersenen, verbindingen gaan stuk en sterven af
C
een ziekte waarbij sprake is van afname hersenweefsel
D
A,B en C zijn juist

Slide 6 - Quiz

Afasie =
A
Taalprobleem
B
moeite met plannen en organiseren
C
Probleem met doelgerichte praktische handelingen
D
Vergeetachtigheid verbloemen met fantasieverhaal

Slide 7 - Quiz

Desoriëntatie =
A
Herhaaldelijk hetzelfde vertellen
B
Niet weten waar hij is, welke dag het is en herkent mensen niet meer
C
Verlies van manieren en verzorg uiterlijk
D
Moeite met complexe vaardigheden/ handelingen

Slide 8 - Quiz

Apraxie betreft problemen met doelgerichte, praktische handelingen
A
Waar
B
Niet waar
C
Ik weet het niet

Slide 9 - Quiz

Confabuleren =
A
Fantasieverhaal vertellen
B
Over het onderwerp heen praten
C
Vergeetachtigheid verbloemen
D
A,B en C zijn juist

Slide 10 - Quiz

Mevrouw de Wit zit in de huiskamer, is in zichzelf gekeerd wrijft steeds over haar rok en zegt herhaaldelijk dat zij moet gaan. Dit noemen we:
A
Apraxie
B
Gedragsverandering
C
Persevereren
D
Decorum verlies

Slide 11 - Quiz

Vasculaire dementie en frontotemporale dementie zijn ook vormen van dementie
A
Waar
B
Niet waar
C
Ik weet het niet

Slide 12 - Quiz

Welke benaderingswijzen kunnen er worden ingezet bij oudere cliënten in het algemeen of bij ouderen met dementie

Slide 13 - Mind map

Wat vond je van deze les?
(0 is niet leuk/leerzaam- 5 heel leuk/leerzaam
1
2
3
4
5

Slide 14 - Poll