1. Stofeigenschappen 14 en 27 feb

Welkom vandaag 
Planning vandaag
  • Verder met module 3
  • Planning
Neem plaats  volgens de plattegrond
Nodig pen en papier


1 / 48
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3,4

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Welkom vandaag 
Planning vandaag
  • Verder met module 3
  • Planning
Neem plaats  volgens de plattegrond
Nodig pen en papier


Slide 1 - Slide

Stofeigenschappen

Slide 2 - Slide

Leerdoelen voor vandaag
- leert wat stofeigenschappen zijn
- dat stofeigenschappen gebruikt kunnen worden om een stof te herkennen: specifieke stofeigenschappen
- je leert voorbeelden van stofeigenschappen

Slide 3 - Slide

Planning
Week- datum
Wat te doen
Huiswerk
6- 6 februari
Stofeigenschappen
Opdracht 1 Supermarkt
Doorlezen tekst en filmpjes bekijken
7- 13 februari
Stofeigenschappen
Practicum
9- 27 februari
Voedingsstoffen
10- 5 maart
11- 12 maart
12- 19 maart
13- 26 maart
Herhalen stof
14- 2 april
Toets

Slide 4 - Slide

Welke stofeigenschappen ken je?
Denk zelf eerst na, overleg dan met je buur. 
Wanneer de timer afloopt geeft ik iemand 
de beurt. Buur mag helpen!
timer
3:00

Slide 5 - Slide

Stofeigenschappen
De eigenschappen waaraan je een stof kan herkennen noemen we stofeigenschappen.
Ze zijn specifiek vóór die ene stof! Op basis daarvan kunnen stoffen worden onderscheiden.

Slide 6 - Slide

Stofeigenschappen:
  • Brandbaarheid
  • Geur
  • Kleur
  • Smaak
  • Fase

  • Geleiding van elektriciteit
  • Dichtheid
  • Kookpunt
  • Smeltpunt
  • Oplosbaarheid in water

Slide 7 - Slide

Brandbaarheid
Hoe gemakkelijk een stof in brand kan vliegen.
Hout brandt sneller dan ijzer

Slide 8 - Slide

Geur
De geur die een stof heeft (of niet; geurloos is ook een eigenschap!) is specifiek voor een stof
Benzine heeft een duidelijke specifieke geur

Slide 9 - Slide

Kleur
  • Stoffen hebben ook een specifieke kleur
  • Welke materialen herken je in de afbeelding op basis van kleur?

  • zilver, goud & koper

Slide 10 - Slide

Smaak
Suiker heeft een zoete smaak, Spruitjes zijn vaak bitter
Zure matjes zijn zoet en zuur

Slide 11 - Slide

Fase
Er wordt gekeken bij kamertemperatuur en standaarddruk wat de fase is waarin een stof zich bevindt;
Voorbeeld: 
water is dan vloeibaar, 
ijzer is vast

Slide 12 - Slide

Geleidbaarheid
Metalen kunnen goed elektriciteit (lading) geleiden; andere stoffen zijn juist isolatoren. Hoe goed een stof kan geleiden is een stofeigenschap

Slide 13 - Slide

Kookpunt
Het punt waarom een stof begint te koken verschilt per stof
Water kookt bij 100 graden
Alcohol kookt bij 78 graden

Slide 14 - Slide

Smeltpunt
Punt waarop een stof begint te smelten of stollen.

Water bevriest (stolt) bij 0 graden
En kaarsvet smelt wanneer je de lont aansteekt, wanneer je de kaars uitblaast of het kaarsvet druip naar beneden, dan stolt het weer

Slide 15 - Slide

Oplosbaarheid in water
Hoe goed een stof kan oplossen in water; geurstoffen lossen goed op in water, theeblaadjes niet

Slide 16 - Slide

De toets
Er is goed geleerd!

Slide 17 - Slide

Goede zaken bij de toets
  • het rekenen
  • het uitgebreid noteren van het stappenplan: TOP
  • het netjes noteren van de formules, soms met de tekst erbij: kleine letters!
  • kennis van de beenderen!
Gemiddeld havo: 6.7
(3,1- 8,3)

Gemiddeld VWO: 6.3
(2,2-8,3)

Slide 18 - Slide

jammer wel van het 
  • toch vergeten van eenheden 
  • toch formules vergeten en/of 
  • de getallen die in je rekenmachine ingevoerd werden
  • het omrekenen van minuten naar deel van het uur
  • gebruik van papier: schrijf op de regels!
  • kennis van het maken van de onderzoeksvraag, de hypothese, een tabel.....
Ogen die niet altijd op het juiste papiertje gericht waren
Geluiden

Slide 19 - Slide

Welkom vandaag 27 februari
Planning vandaag
  • Planning
  • Huiswerkcheck
  • Verder met module 3: stofeigenschappen
  • Opfrissen kennis over de brander
Neem plaats  volgens de plattegrond
Nodig pen en papier


Slide 20 - Slide

Stofeigenschappen

Slide 21 - Slide

Leerdoelen voor vandaag
- leert wat stofeigenschappen zijn
- specifieke stofeigenschappen: voor het herkennen
- je leert voorbeelden van stofeigenschappen

Opfrissen kennis hoe te werken met een brander

Slide 22 - Slide

Met welke stofeigenschap kun je het verschil in (wit) zout en (wit) suiker bepalen?

Slide 23 - Open question

Indicatoren.
Met de rode kool sap kun je de zuurgraad bepalen
A
Waar
B
niet waar

Slide 24 - Quiz

Bij een endotherme reactie is warmte nodig.
A
Waar
B
niet waar

Slide 25 - Quiz

Stofeigenschap.
kookpunt is een stofeigenschap.
A
Waar
B
niet waar

Slide 26 - Quiz

Stofeigenschap.
Smaak is een stofeigenschap.
A
Waar
B
niet waar

Slide 27 - Quiz

Noem een stofeigenschap van glas

Slide 28 - Open question

welke stofeigenschap van aardgas is gevaarlijk?

Slide 29 - Open question

De limonade is roze.
Wat is de stofeigenschap?

Slide 30 - Open question

Stofeigenschappen

Dichtheid

Slide 31 - Slide

Dichtheid
Geeft aan hoeveel deeltjes van een stof aanwezig is in een bepaald volume.

Meer deeltjes in hetzelfde volume is dus een hogere dichtheid

De dichtheid verschilt per stof!
lood: 11.3 en aluminium 2.76 g/
cm3

slaolie 0.9 g/

water 1.0 g/
cm3
cm3

Slide 32 - Slide

Dichtheid

Slide 33 - Slide

Volume
timer
3:00
600 g

Slide 34 - Slide

Het deeltjes model
Makkelijkere weergave van de werkelijkheid.
Moleculen zijn heel klein.
Iedere stof is opgebouwd uit deeltjes; moleculen.
Iedere stof heeft zijn eigen soort moleculen.
Moleculen bewegen voortdurend. 
Moleculen trekken elkaar aan; 
In een vaste stof zitten ze in een rooster, in een vloeistof bewegen 
ze door elkaar, in een gas, daar de kleinste aantrekkingskracht en
bewegen ze ver uit elkaar.
 

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Faseovergangen
vervluchtigen

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Fase-driehoek
Alleen bij water heet het bevriezen
Bij andere stoffen heet het stollen
sublimeren

Slide 39 - Slide

Voorbereiden voor de brander

Slide 40 - Slide

Wat moet je altijd controleren voor je de hoofdkraan met gastoevoer open zet?

Slide 41 - Open question

De 'ruisende' vlam gebruik je om...
A
Iets sterk te verhitten (vaan een grote hoeveelheid vloeistof)
B
Iets rustig te verwarmen (een kleine hoeveelheid vloeistof)
C
Aan te geven dat de brander het doet
D
Te laten zien dat de brander aan staat

Slide 42 - Quiz

De 'kleurloze' vlam gebruik je om...
A
Iets sterk te verhitten (vaan een grote hoeveelheid vloeistof)
B
Iets rustig te verwarmen (een kleine hoeveelheid vloeistof)
C
Aan te geven dat de brander het doet
D
Te laten zien dat de brander aan staat

Slide 43 - Quiz

De 'pauzevlam' gebruik je...
A
Iets sterk te verhitten (vaan een grote hoeveelheid vloeistof)
B
Iets rustig te verwarmen (een kleine hoeveelheid vloeistof)
C
als je tussen twee proefjes de brander even niet gebruikt
D
als de bel voor de pauze gaat

Slide 44 - Quiz

Joki heeft allerlei practica gedaan en veel stoffen verwarmd, maar het is tijd voor een kopje thee. Wat doet ze met de brander?
A
Ze zet hem op "blauwe ruisende vlam"
B
Ze zet hem op "kleurloze vlam"
C
Ze zet hem op "pauzevlam"
D
Ze zet hem uit

Slide 45 - Quiz

Slide 46 - Slide

Veilig de brander aansteken
  1. Controleer of op de brander de gasregelknop en de luchtregelring dicht zijn. 
  2. Draai de gaskraan op de tafel open.
  3. Houd een brandende aansteker boven de brander (eerst).
  4. Draai de gasregelknop een beetje open (tweetst)
  5. Stel met de luchtregelring de juiste vlam in.
Uitzetten: de omgekeerde volgorde met de laatste stappen:
- gaskraan op de tafel dicht en dan pas gasregelknop op brander dicht.

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide