Susan les 8, Branche GGZ, VZ24 BOL

Branche GGZ


Les 8
crisissituaties
Eindopdracht: spel maken
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Branche GGZ


Les 8
crisissituaties
Eindopdracht: spel maken

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?

- terugblik: Quizje medicatie
- crisissituaties
- spel eindopdracht maken

Slide 2 - Slide

wat weet je nog over medicatie 
tegen psychische klachten?

Slide 3 - Slide

wat is een mogelijke bijwerking van anti depressiva?
A
suf en slaperig worden
B
zwaarder worden
C
dat je je weer gelukkig voelt

Slide 4 - Quiz

wat is een mogelijke bijwerking van anti psychotica?
A
zwaarder worden
B
stijfheid in spieren
C
A + B
D
stemmen horen

Slide 5 - Quiz

welk medicijn is slaapmedicatie?
A
Temazepam
B
Risperdal
C
Citalopram
D
Haldol

Slide 6 - Quiz

welke medicatie werkt verslavend?
A
anti psychotica
B
slaapmedicatie
C
anti depressiva
D
stimulantia (bij ADHD)

Slide 7 - Quiz

wat is Oxazepam?
A
een tranquillizer
B
anti depressivum
C
slaapmedicatie
D
pijnstiller

Slide 8 - Quiz

wat is een mogelijke bijwerking van Oxazepam?
A
valgevaar
B
zwaarder worden

Slide 9 - Quiz

Citalopram, Sertraline, Fluoxetine en Venlafaxine
zijn:
A
benzodiazepines (=benzo's)
B
anti psychotica
C
anti depressiva

Slide 10 - Quiz

Lorazepam, Oxazepam, Diazepam en Temazepam zijn:
A
benzodiazepines (=benzo's)
B
anti psychotica
C
anti depressiva

Slide 11 - Quiz

Olanzapine, Risperidon, Quetiapine en Haldol
zijn:
A
benzodiazepines (=benzo's)
B
anti psychotica
C
anti depressiva

Slide 12 - Quiz

crisissituaties

1) gevaar voor zichzelf
2) gevaar voor een ander
3 client loopt gevaar door omgeving

Slide 13 - Slide

Voorbeelden van gedragsproblemen
- Motorische onrust.
- Oppositioneel gedrag: ze werken tegen.
- Automutilatie.
- Agressief zijn tegen een ander: in woorden of in gedrag.
- Moeite met concentreren en luisteren. hierbij aan één stuk door praten/anderen onderbreken.
- Seksueel ontremd gedrag door verlangen naar intimiteit.
- Extreem terugtrekken om angst te vermijden.

Slide 14 - Slide

omgaan met agressie/ gedragsproblemen
- je bewust zijn van het feit dat je iets oproept bij anderen. Let daarbij ook op de je eigen grenzen. 
- vroegtijdige signalering van agressief, gefrustreerd en angstig gedrag is belangrijk. 
- beter om op tijd te handelen, dan te wachten tot situaties uit de hand lopen.
- Als je merkt dat een zorgvrager wat boos is of gefrustreerd, negeer dit dan niet. Benoem zo neutraal mogelijk wat je waarneemt. Stel er een open vraag over vanuit oprechte interesse. Probeer te begrijpen wat er aan de hand is.
- als ombuigen/ afleiden niet helpt: roep hulp in van collega’s. Wacht daar niet te lang mee. 
- Aanleidingen en oorzaken (bijv frustratie) van agressie wegnemen: 
- toon begrip en zorg voor open communicatie
- goed op te letten en te luisteren. Rust en vrijheid bieden.
- wegnemen van frustrerende aspecten (prikkels)
- met collega’s een plan te maken waarbij rekening gehouden wordt met de kwetsbaarheid
- leren om te gaan met bepaalde frustraties en ergernissen
-Duidelijkheid en voorspelbaarheid. zien en gehoord worden.
- Uitleg geven en benoemen wat er speelt. ook schriftelijk. Neem de klachten van zorgvragers serieus. 
- Respect, belangstelling en een vriendelijke benadering. 








Slide 15 - Slide

casus omgaan met agressie
- De zorgvrager ergert zich aan bepaalde regels, omdat hij de reden ervan niet begrijpt. Of hij vindt dat de regels onrechtvaardig nageleefd worden. Een zorgvrager zal dit pas uiten als hij denkt dat dat zin heeft: dat zijn mening ertoe doet. Er zijn ook situaties die de zorgvrager niet begrijpt: het taalgebruik van de arts of andere hulpverleners op de afdeling is veel te ingewikkeld. De zorgvrager wordt te hoog ingeschat, waardoor er misverstanden en allerlei andere hersenspinsels kunnen ontstaat. Dit kan leiden tot onbegrip en boosheid, zowel bij de zorgvrager zelf als bij zijn familie. Jij als verzorgende speelt hierin een belangrijke rol door goed op te letten en te luisteren. Vaak sta jij dicht bij de zorgvrager en begrijp je wat er speelt.
- Er kan boosheid ontstaan bij een andere zorgvrager die bijvoorbeeld behoefte aan rust en vrijheid heeft en problemen heeft om zich te schikken in een gesloten afdeling waar iedereen zich met hem bemoeit. Het wegnemen van frustrerende aspecten (prikkels) in de leefomgeving van een zorgvrager lukt helaas niet altijd. Belangrijk daarbij is om met collega’s een plan te maken waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met de kwetsbaarheid van betreffende zorgvrager. Het is ook mogelijk dat het leren om te gaan met bepaalde frustraties en ergernissen onderdeel is van de behandeling van de zorgvrager.
- Ergernissen van zorgvragers zijn soms terecht. Bijvoorbeeld wanneer de zorgvrager op een afdeling is opgenomen met een zeer luidruchtige medezorgvrager. Uitleg geven en benoemen wat er speelt is belangrijk.  Het uitdelen van schriftelijke informatie over regels schept duidelijkheid. Het is belangrijk dat regels consequent door het personeel worden nageleefd. 








Slide 16 - Slide

Wet Verplichte GGZ






Filmpje 1, you tube WVGGZ:
https://www.bing.com/videos/riverview/relatedvideo?q=YouTube%20Herstel%20Ggz&mid=E67D8D13BB37EE4ACB4FE67D8D13BB37EE4ACB4F&ajaxhist=0

Slide 17 - Slide

WVGGZ, uitleg voor cliënten






Filmpje 2,  you tube WVGGZ:
https://www.bing.com/videos/riverview/relatedvideo?&q=De+Wet+Verplichte+Ggz+Wvggz+YouTube&&mid=5099DF4F7B6435B554F75099DF4F7B6435B554F7&&mcid=CEB0BD500C494F28B781D558E2636CCC&FORM=VRDGAR


Slide 18 - Slide

Eindopdracht

Slide 19 - Slide

Eindopdracht
1) Maak groepjes van 3 a 4 studenten
2) Ieder groepje kiest 1 ander onderwerp
3) Leg de groepjes, onderwerpen en datum van spel spelen vast in schema
4) Maak een spel waarmee je kennis over GGZ test 
5) Speel het spel met de klas

Slide 20 - Slide

mogelijke onderwerpen spel
1) kies 1 hoofdgroep stoornis:
angst en stemming; psychotisch; persoonlijkheid; ontwikkeling; etc...
2) verwerk in het spel soorten behandeling die erbij passen:
therapie; medicatie; soorten gesprek; groepen; herstelondersteuning; etc...
3) soorten zorg: ambulante hulp bij zelfstandig wonen; begeleid wonen; opname
4) welke wetten kunnen er gelden: vrijwillig of gedwongen

Slide 21 - Slide

Groepje 1:
Ibtihal; Jet; Myra
  
onderwerp:
spel spelen:
----------------------------------------
Groepje 2:
Danique; Demi; Julia

onderwerp:
spel spelen:
Groepje 3:
Zinab; Zainab; Bana; Rodas

onderwerp:
spel spelen:
---------------------------------

Slide 22 - Slide

De 20 DSM-5 categorieën:
  1. Neurologische ontwikkelingsstoornissen
  2. Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen
  3. Bipolaire en gerelateerde stoornissen
  4. Depressieve stoornissen
  5. Angst stoornissen
  6. Obsessief-compulsieve en gerelateerde stoornissen
  7. Trauma- en stressgerelateerde stoornissen
  8. Dissociatieve stoornissen
  9. Somatisch-symptoomstoornissen en verwante stoornissen
  10. Voedings- en eetstoornissen

Slide 23 - Slide

De 20 DSM-5 categorieën:
11. Stoornissen in de zindelijkheid
12. Slaap-waakstoornissen
13. Seksuele disfuncties
14. Genderdysforie
15. Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen
16. Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen
17. Neurocognitieve stoornissen
18. Persoonlijkheidsstoornissen
19. Parafiele stoornissen
20. Andere psychische stoornissen

Slide 24 - Slide

werken aan Learnbeat

Slide 25 - Slide


Volgende les:
Vragen?

Slide 26 - Slide