Ch 3 - E: writing - Woordvolgorde + bijvoeglijke naamwoorden

Woordvolgorde (bijvoeglijke naamwoorden)
1 / 25
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Woordvolgorde (bijvoeglijke naamwoorden)

Slide 1 - Slide

Today's planning
Woordvolgorde &  Bijvoeglijke nw.
- explanation
- LessonUp quiz
- working in your books


Goals:
- I can put words in the correct order to make sentences
- I can give information about people and things

Slide 2 - Slide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord (adjective)? 
Het zegt iets over een zelfstandig naamwoord 
(mensen dieren dingen namen)

Mrs Verkade is wearing a nice shirt and black trousers.

Slide 3 - Slide

Hoe ziet een Engelse zin eruit?
wie/wat
doet
wat
waar
wanneer
plaats
tijd
He
watched
a funny film
at home
yesterday.
He
ate
a huge burger
at school
this morning.

Slide 4 - Slide

Je kunt ook een adjective (bijvoeglijk naamwoord) aan een zin toevoegen. Een adjective zegt iets over het zelfstandig naamwoord. Je zet ze dan voor het zelfstandig naamwoord.

 He watched a funny film.
They bought a lovely dress.
We had a good time.

Slide 5 - Slide

Soms zet je een adjective achter het werkwoord. In dat geval geeft de adjective extra informatie over het onderwerp
Dit kan bij werkwoorden zoals to be, look, appear en seem.

  She looks amazing in my new dress.
I am curious to see that new film.
They seem focussed on their singing careers.

Slide 6 - Slide

Now grab a laptop!
And login to lessonup.app

Slide 7 - Slide

Wat is de correcte woordvolgorde in het Engels?
A
Wanneer doet wie waar wat
B
Wie doet wat waar wanneer
C
Waar doet wie wanneer wat
D
Wat doet wie waar wanneer

Slide 8 - Quiz

1
2
3
4
5
on Sunday.
in the library
books
read
I

Slide 9 - Drag question

1
2
3
4
in the weekend.
my grandparents
visit
We

Slide 10 - Drag question

1
2
3
in Spain.
lives
My best friend

Slide 11 - Drag question

1
2
3
4
5
every day.
at school
our friends
see
We

Slide 12 - Drag question

What adjectives can you think of?

Slide 13 - Mind map

My friends have a ... hide-out place.
This ... comedy is set in Los Angeles in 1990.
She is ...! She makes so many jokes.
The ... Harry Potter movie was the best.
romantic
first
hilarious
secret

Slide 14 - Drag question

Zet op de goede volgorde. Let op hoofdletters en leestekens.
the singer - a green suit - at the festival - wore

Slide 15 - Open question

Over welk woord zegt het woord "green" iets?
The singer wore a green suit at the festival.

Slide 16 - Open question

Zet op de goede volgorde. Let op hoofdletters en leestekens.
won - that amazing film - three Oscars - last night

Slide 17 - Open question

Over welk woord zegt "amazing" iets?
That amazing film won three Oscars last night.

Slide 18 - Open question

ADJECTIVE
You will see a picture. Think of an adjective to match

Slide 19 - Slide


Slide 20 - Open question


Slide 21 - Open question


Slide 22 - Open question

Hoe vond je dit onderdeel gaan?
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Now return your laptops!
Doe ze aan de stroom!

Slide 24 - Slide

Let's get to work!
   Page 144 -   147
Basis: Opdr 30-34
KGT: Opdr 32 - 37


Finished? Grab a book from the bookcase and read :)

Slide 25 - Slide