De Attische Tragedie

De Attische Tragdie
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De Attische Tragdie

Slide 1 - Slide

De oorsprong
  • Thespis: 
  • hypokritès = ‘antwoordman’
  • Won in 534 v.Chr. een prijs
  • Er zijn geen stukken van Thespis bewaard gebleven

Slide 2 - Slide

De oorsprong
  • Tragedie betekent letterlijk ‘bokkenlied’
  • Bok als prijs?
  • Honderden tragedies, maar slechts 31 bewaard gebleve

Slide 3 - Slide

De oorsprong

  • De ‘Grote Drie’:
  • Aeschylus (ca. 524-456): tweede acteur
  • Sophocles (ca. 495-406): derde acteur
  • Euripides (ca. 485-406)

Slide 4 - Slide

Stof
  • Meestal mythologische onderwerpen, slechts 4 titels van uitzonderingen bekend (Perzen, Aeschylus)
  • Schrijver geeft visie op ethische vragen
  • Mythes waren net als verfilmingen van een bekend boek: iedereen kende de hoofdlijnen, maar de schrijver had grote vrijheid

Slide 5 - Slide

Aristoteles
* Eenheid van tijd, plaats, handeling
* Wat toon je wel, wat niet
* Katharsis

Slide 6 - Slide

Opbouw
  • Patroon:
  • Proloog (inleiding)
  • Parodos (opkomstlied van het koor)
  • Eerste Epeisodion (bedrijf)
  • Eerste Stasimon (koorlied op plaats)
  • Aantal epeisodia/stasimons
  • Exodos (aftocht van het koor)

Slide 7 - Slide

Opbouw
  • Tekstvormen
  • Bodeverhaal 
  • Stichomythie 
  • Agon

Slide 8 - Slide

De Grote Dionysia
  • Jaarlijks religieus festival ter ere van Dionysos, want hij was ook brenger van extase en inspirator van het toneel
  • Iedereen vrij, ook slaven
  • Ook veel buitenlanders => internationaal karakter

Slide 9 - Slide

De Grote Dionysia
  • Tragedie-opvoeringen waren het belangrijkste deel
  • Elk jaar drie tragediedichters, die als volgt werden geselecteerd:
  • Iedere tragicus mocht een voorstel indienen bij het magistraat die de zorg voor het toneel had
  • Deze magistraat selecteerde dan drie tragici

Slide 10 - Slide

De Grote Dionysia
  • De Dionysia verliep elk jaar volgens hetzelfde patroon:
  • Vooravond: beeld van Dionysos uit tempel in  optocht door de stad => theater
  • Volgende dag: religieuze en niet-religieuze plechtigheden.
     Loting voor de volgorde van de tragedies.
  • 2de, 3e en 4e dag tragedievoorstellingen: één tetralogie per dag

Slide 11 - Slide

Wedstrijd
  • Opvoeringen  wedstrijden
  • Jury 
  • Jury lette op het stuk in het geheel
  • De prijzen niet bekend, klimopkrans, naam werd in een stenen inscriptie.

Slide 12 - Slide

De acteurs
  • Dichter ook regisseur
  • Slechts 3 acteurs, meerdere rollen d.m.v. maskers:
  • Gemaakt van stijf linnen
  • Gaten voor ogen en mond
  • Voor mannelijke rollen: Rood
  • Voor vrouwen: wit

Slide 13 - Slide

De acteurs
  • Bovenop het masker  een pruik 
  • Geen emotie => Vaak uitdrukkelijk genoemd
  • Acteurs  gekleed in grote, wijde mantels:  makkelijk te veranderen i.v.m. rolwisselingen
  • Als schoenen droegen de acteurs de Kothurne, toneellaars met hoge zool

Slide 14 - Slide

Het koor
  • Koor meestal groep mannen of vrouwen uit de stad waar het stuk zich afspeelde
  • Van 12 naar 15 leden (5e eeuw)
  • De rol van het koor werd steeds minder belangrijk

Slide 15 - Slide

Productiekosten
  • Enorme bedragen
  • Staat betaalde slechts het salaris van de dichters en de acteurs
  • De rest werd betaald door rijke burgers d.m.v. leitourgia

Slide 16 - Slide

Het theater
  • Eerst op de Agora in een houten theater dat elk jaar werd afgebroken
  • Na instorting in 498 v. Chr.: permanent theater tegen de zuidoostelijke helling van de Akropolis 
  • Voortreffelijke akoestiek => voorbeeldfunctie
  • Vele uitbreidingen => 4e eeuw v. Chr. 15.000 plaatsen

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Bij welke god ligt de oorsprong van de Griekse Tragedie?
A
Dionysos
B
Aphrodite
C
Artemis
D
Demeter

Slide 21 - Quiz

Wie bracht de eerste toneelspeler?
A
Aischylos
B
Euripides
C
Thespis
D
Sophokles

Slide 22 - Quiz

Welke hoort er niet tussen?
Eenheid van ...
A
Tijd
B
Handeling
C
Personages
D
Plaats

Slide 23 - Quiz

Zet het kenmerk bij de juiste persoon! 2 per toneelschrijver.
Aischylos
Sophokles
Euripides
Religieus van aard
Realist, skeptisch
Mens is onafhankelijk
Menselijke personages
Mysterieuze sfeer
Koor als lyrisch intermezzo

Slide 24 - Drag question

Slide 25 - Video