VWO 1 - Unit 5.1 - Past simple

UNIT 5 - SPORTS
Lesson 1: reading
1 / 31
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

UNIT 5 - SPORTS
Lesson 1: reading

Slide 1 - Slide

Today's class
1. Introduce new grammar > past simple
2. Grammar practice with worksheet
3. Watch a short movie clip
4. Reading practice
5. Start on your homework
6. Blooket

Slide 2 - Slide

Learning goals
  • You can find and understand specific information in simple, everyday material.
  • You can understand the main idea/function of a text.
  • You can use the past simple form correctly in a simple English sentence. 

Slide 3 - Slide

Classroom rules
Vanaf vandaag: 
- Strengere huiswerk controle (boeken mee + huiswerk gemaakt > ook de woordjes/zinnen leren!)
- Meerdere waarschuwingen hebben gevolgen
- Iets anders op de Ipad aan het doen dan de opdracht is (games/flexuren inplannen/chatten/etc.) > inleveren en ophalen om 16:00 bij de receptie 

Slide 4 - Slide

Past simple

Slide 5 - Slide

Voorkennis
Welke tijden kennen jullie al?





Slide 6 - Slide

Welke zin staat denk je in de past simple?
A
He always walks to school.
B
He walked to school yesterday.

Slide 7 - Quiz

Wanneer gebruik je dan de past simple?
A
Als iets in het verleden is gebeurd.
B
Als iets zich in het heden afspeelt.

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Dus wat is de past simple vorm van 'play'?

Slide 11 - Open question

En van 'arrange'?

Slide 12 - Open question

Dus?
Bij werkwoorden (verbs) komt er in de past simple vaak -ed achter het hele werkwoord: 
start > started

Bij andere regular verbs die eindigen op een -e komt er dan alleen nog een -d bij: 
dance > danced

Slide 13 - Slide

Hoe maak je de volgende zin vragend:
Sally walked to school
A
Did Sally walked to school?
B
Did Sally walk to school?
C
Does Sally walked to school?
D
Does Sally walk to school?

Slide 14 - Quiz

Vraagzinnen
Sally walked to school > Did Sally walk to school?

Bij vraagzinnen in de past simple gebruik je net als in de present simple het werkwoord 'to do' om de zin vragend te maken. 

Omdat 'to do' in de verleden tijd komt te staan, hoef je dit niet meer te doen bij het hele werkwoord.






Slide 15 - Slide

Hoe maak je de volgende zin ontkennend:
Sally walked to school
A
Sally doesn't walk to school.
B
Sally didn't walked to school.
C
Sally didn't walk to school.
D
Sally doesn't walked to school.

Slide 16 - Quiz

Ontkennende zinnen
Sally walked to school. > Sally didn't walk to school.

Bij negatieve zinnen in de past simple gebruik je net als in de present simple het werkwoord 'to do' om de zin ontkennend te maken. 
Omdat 'to do' in de verleden tijd komt te staan, hoef je dit niet meer te doen bij het hele werkwoord.






Slide 17 - Slide

Past Simple:

Wat is de regel van de Past Simple?
A
hele ww + - ed
B
hele ww+-s
C
vorm van to be + hele ww+ -ing
D
have/has + voltooid deelwoord (3e rijtje)

Slide 18 - Quiz

My dad ... (to cook) yesterday.

Slide 19 - Open question

Past Simple: ontkennend
Ontkennend (-) dan staat er een not in de zin
We voegen didn't toe aan de zin, de rest zetten we erachter



 
I / you / he / she/ it / we / they
-
onderwerp + did not / didn't + ww

Slide 20 - Slide

Past Simple: vragend maken
Zie je een vraagteken?
Zet Did vooraan in de zin, vul de rest gewoon in.




I / you / he / she/ it / we / they
?
Did + onderwerp + ww

Slide 21 - Slide

Let's get to work
Start working on the 'past simple' grammar worksheet. 

Finished? Start working on your homework:
  • Study vocabulary 5.3 + 5.4 on p. 129
  • Do exercises 1, 2, 3, 4 & 5 on p. 11-14
timer
15:00

Slide 22 - Slide

Watching a short clip
Look at the following video and see if you can identify (herkennen) some past simple verbs.

Glossary:
to propose > een aanzoek doen

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Homework check
- Do exercises 43, 44 & 45 on p. 35-39
- Study vocabulary 5.3 on p. 129

Slide 25 - Slide

Vul de vertaling in van:
prestatie

Slide 26 - Open question

Vul de vertaling in van:
represent

Slide 27 - Open question

Vul de vertaling in van:
athlete

Slide 28 - Open question

Vul de vertaling in van:
vasthouden

Slide 29 - Open question

Vul de vertaling in van:
kijkers

Slide 30 - Open question

Let's get to work
Start working on your homework:
  • Study vocabulary 5.3 + 5.4 on p. 129
  • Do exercises 1, 2, 3, 4 & 5 on p. 11-14

Slide 31 - Slide