Unit 5 Grammatica overzicht

Past simple
1 / 17
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Past simple

Slide 1 - Slide

Voorkennis
Welke tijden kennen jullie al?





Slide 2 - Slide

Welke zin staat denk je in de past simple?
A
He always walks to school.
B
He walked to school yesterday.

Slide 3 - Quiz

Wanneer gebruik je dan de past simple?
A
Als iets in het verleden is gebeurd.
B
Als iets zich in het heden afspeelt.

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Dus wat is de past simple vorm van 'play'?

Slide 7 - Open question

En van 'arrange'?

Slide 8 - Open question

Dus?
Bij werkwoorden (verbs) komt er in de past simple vaak -ed achter het hele werkwoord: 
start > started

Bij andere regular verbs die eindigen op een -e komt er dan alleen nog een -d bij: 
dance > danced

Slide 9 - Slide

Hoe maak je de volgende zin vragend:
Sally walked to school
A
Did Sally walked to school?
B
Did Sally walk to school?
C
Does Sally walked to school?
D
Does Sally walk to school?

Slide 10 - Quiz

Vraagzinnen
Sally walked to school > Did Sally walk to school?

Bij vraagzinnen in de past simple gebruik je net als in de present simple het werkwoord 'to do' om de zin vragend te maken. 

Omdat 'to do' in de verleden tijd komt te staan, hoef je dit niet meer te doen bij het hele werkwoord.






Slide 11 - Slide

Hoe maak je de volgende zin ontkennend:
Sally walked to school
A
Sally doesn't walk to school.
B
Sally didn't walked to school.
C
Sally didn't walk to school.
D
Sally doesn't walked to school.

Slide 12 - Quiz

Ontkennende zinnen
Sally walked to school. > Sally didn't walk to school.

Bij negatieve zinnen in de past simple gebruik je net als in de present simple het werkwoord 'to do' om de zin ontkennend te maken. 
Omdat 'to do' in de verleden tijd komt te staan, hoef je dit niet meer te doen bij het hele werkwoord.






Slide 13 - Slide

Past Simple:

Wat is de regel van de Past Simple?
A
hele ww + - ed
B
hele ww+-s
C
vorm van to be + hele ww+ -ing
D
have/has + voltooid deelwoord (3e rijtje)

Slide 14 - Quiz

My dad ... (to cook) yesterday.

Slide 15 - Open question

Past Simple: ontkennend
Ontkennend (-) dan staat er een not in de zin
We voegen didn't toe aan de zin, de rest zetten we erachter



 
I / you / he / she/ it / we / they
-
onderwerp + did not / didn't + ww

Slide 16 - Slide

Past Simple: vragend maken
Zie je een vraagteken?
Zet Did vooraan in de zin, vul de rest gewoon in.




I / you / he / she/ it / we / they
?
Did + onderwerp + ww

Slide 17 - Slide