Planmatig werken week 3

Planmatig werken: week 3
1 / 33
next
Slide 1: Slide
LBCMBOStudiejaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Planmatig werken: week 3

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Protocol in het dagelijks werk
Protocollenboek: Waar te vinden?

In dagelijks werk: 
  • Voor wie?
  • Waar van toepassing? 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Aandacht voor protocollen
Lees protocollen regelmatig: 
  • Voorkom delen te vergeten
  • Veranderingen?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

belang protocol? opdr 16

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Protocollen en procedures zijn vaste plannen voor bepaalde handelingen. Als je deze volgt, werk je automatisch planmatig.
Er staat wie verantwoordelijk is voor een taak. Voorkomt vergeten of 2 x uitvoeren. Taken zijn voor iedere medewerker duidelijk.
De meeste bedrijven hebben regels en afspraken over wat je moet doen bij bijvoorbeeld brand of gevaar. Ze zorgen dus ook voor veiligheid.
Protocollen en procedures zijn opgesteld, zodat je een bepaalde kwaliteit behaalt.
Waarom zijn protocollen en procedures planmatig?
Hoe zorgen protocollen en procedures voor duidelijkheid?

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions

Protocollen en procedures zijn vaste plannen voor bepaalde handelingen. Als je deze volgt, werk je automatisch planmatig.
Er staat wie verantwoordelijk is voor een taak. Voorkomt vergeten of 2 x uitvoeren. Taken zijn voor iedere medewerker duidelijk.
De meeste bedrijven hebben regels en afspraken over wat je moet doen bij bijvoorbeeld brand of gevaar. Ze zorgen dus ook voor veiligheid.
Protocollen en procedures zijn opgesteld, zodat je een bepaalde kwaliteit behaalt.
Hoe zorgen protocollen en procedures voor veiligheid?
Hoe zorgen protocollen en procedures voor kwaliteit?

Slide 6 - Drag question

This item has no instructions

protocol actueel houden
Verandering door:
  • wetsaanpassing
  • bijzondere gebeurtenissen
  • tijdens werk ondervind je een onwerkbare situatie: bespreken werkoverleg

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Er verzorgd uitzien
Dienstverlenende houding
Klantvriendelijke houding
Onder druk kunnen werken
Stressbestendigheid
Gastvrij zijn
Representatief zijn
Servicegerichte instelling

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Stelling:
Een open houding en een vriendelijke stem is een vorm van gastvrijheid
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Takenpakket
De taken die horen bij jouw beroep staan in een takenpakket. Je houdt je aan die taken. Je werkt de taken uit volgens de afspraken en plannen die zijn gemaakt.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Jij hebt de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van je takenpakket
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Takenpakket Helpende: 
te vinden in het werkplan

  • huishoudelijke taken
  • verzorgende taken
  • begeleidende taken 

Slide 12 - Slide

bv schoonmaken, opruimen, maaltijden klaar zetten en afruimen, koffie en thee zetten, was verzorgen

bv wassen, assisteren bij aan- en uitkleden, naar bed brengen, eten geven.

bv stimuleren om deel te nemen aan activiteiten , toezien op veiligheid

luisterend oor bieden en prettige sfeer
Voorbeelden ADL
Eten & drinken
In en uit bed komen
Aan- en uitkleden
In een stoel gaan zitten en weer opstaan
Praten
Horen
Bewegen en lopen
Naar het toilet gaan
Ontspannen (wandelen, fietsen)
Zinvolle activiteit (zoals hobby’s of dagbesteding)
Het onderhouden van sociale contacten

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wat is ADL?
A
Algemeen Dagelijkse Lichaamsverzorging
B
Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen
C
Activiteiten Dagelijks Leven
D
Algemeen Dagelijkse Leefactiviteiten

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Voorbeelden ADL:

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Wat is een sociale activiteit?
A
een activiteit buiten
B
een knutselactiviteit
C
een activiteit waarin er onderling contact met elkaar wordt gemaakt
D
een activiteit waarin er altijd 1 winnaar is

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een recreatieve activiteit?
A
Activiteit om het brein te stimuleren
B
Met deze activiteit kom je in beweging denk aan sporten
C
Een activiteit met als doel sociale contacten bevorderen
D
Een activiteit die mensen voor hun plezier doen waardoor ze ontspannen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Werkoverleg

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Werkoverleg
Formeel
Geregeld en bekend:
datum, tijd, locatie, agendapunten (lijst met onderwerpen),

 Bespreken van belangrijke zaken
Goede werksfeer en motivatie medewerkers

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Werkoverleg
Informeel:
niet vastgesteld, het ontstaat spontaan

meer weten over een taak, 
probleem bespreken met collega

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Formeel / informeel

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent formeel/informeel?
A
Formeel betekent dat je 'u' gebruikt informeel betekent dat je 'je' gebruikt
B
Formeel betekent dat je 'je' gebruikt en informeel betekent dat je 'u' gebruikt

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Agendapunten

Vaste:

  • opening
  • mededelingen
  • notulen
  • rondvraag
  • afsluiting
Agendapunten

Variabele:

  • deze zijn telkens anders
komen van medewerkers en leidinggevende

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Werkoverleg
Doel:
informatie delen
mening delen
advies geven
afspraken maken
problemen oplossen
goede werksfeer behouden

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Verdeling taken werkoverleg
In een werkoverleg zijn er drie rollen:
* DE VOORZITTER
* DE NOTULIST
* DE DEELNEMER




Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Taak deelnemer
Vooraf
Agenda op voorhand bekijken
Nadenken over aanvullende agendapunten
Kom op tijd
Neem agenda mee

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Taak deelnemer
Tijdens: 
Luisteren naar anderen
Laat de ander uitpraten
Geef je mening en leg die uit
Vraag om uitleg bij onduidelijkheid
Denk mee over oplossingen 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Voorzitter

Een voorzitter is degene die het werkoverleg leidt.

5 aandachtspunten bij de voorbereiding van het werkoverleg:

1. omschrijf het doel

2. zorg voor goede faciliteiten

3. bepaal de deelname

4. stel een agenda op

5. verslaglegging van het werkoverleg

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Taken van de Notulist
Voorbereiding:
  • Bekijk de agenda en de vorige notulen. 
  • Bedenk of je digitaal of op papier gaat notuleren

Tijdens de vergadering:
  • Je zit naast de voorzitter
  • Je bent geen vergader deelnemer. 
  • Gebruik steekwoorden
  • Markeer besluiten 
  • Vraag om verduidelijking.

Na de vergadering:
  • Uitwerken van de aantekeningen tot notulen
  • Versturen van de notulen naar alle deelnemers

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Notulen

Belangrijkste functies van notulen:
  1. Geheugensteun
  2. Controlemiddel
  3. Informatiebron

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Valkuilen tijdens een werkoverleg

Deelnemers zijn afgeleid
Te weinig tijd
Deelnemers doen niet actief mee
Deelnemers hebben onderling problemen.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Hoe bereid je je als deelnemer voor op een formeel werkoverleg?
A
Je bekijkt de agendapunten en denkt hierover na
B
Je bestudeert de agenda van de vorige vergadering.
C
Je stelt de agendapunten bij en stuurt deze naar collega’s.
D
Je vraagt aan je collega of hij voor het komend werkoverleg wil notuleren.

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Planmatig werken
Opdrachten maken: 13 - 31

Slide 33 - Slide

This item has no instructions