-De student kan de verschillende aspecten van bodemstructuur (zoals korrelgrootte, en lucht- en waterverhouding) beschrijven en de invloed van deze factoren op bodemvruchtbaarheid en waterhuishouding uitleggen.
-De student is in staat om de relatie tussen bodemstructuur en landbouwproductiviteit te verklaren.
- De student kan de bodemstructuur beoordelen aan de hand van specifieke observaties en metingen, en aanbevelingen doen.
-De student kan een bodemprofiel in kaart brengen.
en -kwaliteit te analyseren.
- De student kan de rol van elke laag in het bodemprofiel uitleggen met betrekking tot waterbeweging, luchtcirculatie en nutrientenopslag.