3h - les 3 - H4.2 Versnellen en vertragen - 2 (draft)

1 / 23
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Een fietser fiets eerst 5 m/s en
na 5 seconde 6 m/s.
Wat is de versnelling?

Slide 2 - Open question

Noteer de Eerste wet van Newton.

Slide 3 - Open question

Je vertraagt met de auto.
De motorkracht is 300 N. Hoe groot zijn de weerstandskrachten?
A
Ook 300 N
B
Kleiner dan 300 N
C
Groter dan 300 N
D
Kun je niet weten

Slide 4 - Quiz

Welke weerstandkracht maak je kleiner door je banden op te pompen?
A
Luchtweerstandkracht
B
Schuifweerstandkracht
C
Rolweerstandkracht
D
Alle weerstandkrachten

Slide 5 - Quiz

Leerdoelen
☐ Je kunt de versnelling van een 
     voorwerp berekenen.

☐ Je kunt de afgelegde weg van een
    eenparig(e) (versnelde) beweging
    bepalen in een (v,t)-diagram.

Slide 6 - Slide

Eerste wet van Newton

Als de resulterende kracht 0 N is, is het voorwerp in rust, of het beweegt met een constante snelheid langs een rechte lijn.

Met andere woorden:
Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.

Slide 7 - Slide

Gevolgen van Fres
1) Fres wijst naar voor
     De snelheid wordt groter
2) Fres wijst naar achter
     De snelheid wordt kleiner
3) Fres wijst naar links of rechts
     De richting verandert

Slide 8 - Slide

km/h   en   m/s
Je hebt twee eenheden voor snelheid:

km/h (kilometer per uur) 
- m/s (meter per seconde)

1 m/s = 3,6 km/h

Slide 9 - Slide

(v,t)-diagram
In een (v,t)-diagram zie je
de snelheid op verschillende tijdstippen:

Slide 10 - Slide

Bewegingen herkennen









            Eenparige beweging             Eenparige versnelde beweging   Eenparig vertraagde beweging

Slide 11 - Slide

Versnelling 
De snelheid neemt iedere seconde toe met 3 m/s.


Je zegt: 
De versnelling is 3 meter per seconde kwadraat.

En je schrijft:
a = 3 m/s²

Slide 12 - Slide

Vertraging
De snelheid neemt iedere seconde af met 2 m/s.


Je zegt: 
De vertraging is 2 meter per seconde kwadraat.

En je schrijft:
a = -2 m/s²

Slide 13 - Slide

Leerdoelen
☐ Je kunt de versnelling van een 
     voorwerp berekenen.

☐ Je kunt de afgelegde weg van een
    eenparig(e) (versnelde) beweging
    bepalen in een (v,t)-diagram.

Slide 14 - Slide

Versnelling berekenen

Slide 15 - Slide

Leerdoelen
☑ Je kunt de versnelling van een 
     voorwerp berekenen.

☐ Je kunt de afgelegde weg van een
    eenparig(e) (versnelde) beweging
    bepalen in een (v,t)-diagram.

Slide 16 - Slide

Oppervlaktemethode
Om de afgelegde weg (afstand) te bepalen met een (v,t)-diagram gebruik je de oppervlaktemethode:
De afgelegde weg is de oppervlakte
onder de lijn.
                                                (rechthoek)
s  =  v  ×  t               opp = hoogte × breedte 
s  = 10 × 5
s  = 50 meter

Slide 17 - Slide

Afstand bij eenparig (versnelde) beweging






Eenparige beweging:        Eenparig versnelde beweging
s = opp. rechthoek              s = opp. driehoek                     s = driehoek + rechthoek

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Leerdoelen
☑ Je kunt de versnelling van een 
     voorwerp berekenen.

☑ Je kunt de afgelegde weg van een
    eenparig(e) (versnelde) beweging
    bepalen in een (v,t)-diagram.

Slide 20 - Slide

Aan de slag

Slide 21 - Slide

           Begrippen
           uit deze les
  • a = delta v gedeeld door delta t
  • oppervlaktemethode

Slide 22 - Slide

Eindslide.

Fijne vakantie!

Slide 23 - Slide