This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Les 21
Frans
Slide 1 - Slide
Programme
Lesdoelen
Presentie
Nakijken
Grammaire H
Au travail!
Phrases Clés C en G
- Tâche tekst
Afsluiting
Devoirs
Slide 2 - Slide
Lesdoelen
Na de les...
...kun je je kamer beschrijven.
...kun je werkwoorden op -er vervoegen.
Slide 3 - Slide
Presentie
Slide 4 - Slide
Grammaire D: regelmatige werkwoorden op -er
We hebben onregelmatige woorden in het Frans, zoals 'avoir'(hebben) en we hebben regelmatige werkwoorden in het Frans.
Het verschil hier tussen is, dat de uitgangen van de onregelmatige werkwoorden geleerd moeten worden. Terwijl je bij de regelmatige werkwoorden 1 rijtje uitgangen hebt, die je voor AL dezelfde werkwoorden kunt gebruiken. Kijk maar mee:
Slide 5 - Slide
Grammaire D: regelmatige werkwoorden op -er
Wat valt je op?
Avoir Aimer Manger Détester
J'ai J'aime Je mange Je déteste
Tu as Tu aimes Tu manges Tu détestes
Il/elle/on a Il aime Elle mange On déteste
Nous avons Nous aimons Nous mangeons Nous détestons
Vous avez Vous aimez Vous mangez Vous détestez
Ils/elles ont Ils ament Elles mangent Ils détestent
Slide 6 - Slide
Grammaire D: regelmatige werkwoorden op -er
Wat valt je op?
Avoir(onregelmatig) Aimer, manger, détester (regelmatig op -er)
J'ai Je -e
Tu as Tu -es
Il/elle/on a Il -e
Nous avons Nous -ons
Vous avez Vous -ez
Ils/elles ont Ils -ent
Slide 7 - Slide
Voorbeelden van regelmatige w.w.
De meeste werkwoorden eindigen in het Frans op -er. Kijk maar eens in je woordenlijst:
Deze regelmatige werkwoorden vervoeg je dus als volgt:
Stap 1: haal -er eraf. aimer > aim...
Stap 2: Zet nu achter de stam, de juiste uitgang.
J'aim -e (j'aime)
Tu aim -es (tu aimes)
Il/elle/on aim -e (il aime, elle aime, on aime)
Nous aim -ons (nous aimons)
Vous aim -ez (vous aimez)
Ils/elles aim -ent (ils aiment, elles aiment)
Slide 9 - Slide
Nous ador....
A
-e
B
-ons
Slide 10 - Quiz
Je détest.....
A
-e
B
-es
Slide 11 - Quiz
il, elle, ils en elles vervangen
Weet je nog?
Het komt veel voor dat namen, personen, dieren en dingen (znw) niet worden verwerkt in het rijtje met werkwoorden. Gelukkig is dit simpel op te lossen:
-> Je kunt pers. voornaamwoorden namelijk gebruiken om znw te vervangen!
- Paul est français >> Il est français.
- La maison est belle >> Elle est belle.
- Mes chiens sont nouveaux >> ......sont nouveaux.
Gaat het onderwerp over mannen én vrouwen tegelijk gaat, vervang je dit door 'ils'.
Slide 12 - Slide
Au travail!
Faire:
Le verbe régulier:
- ex. 30c
- ex. 31a, c, d
timer
10:00
Slide 13 - Slide
Voorbereiding tâche periode 2
Kijk mee naar de volgende opdracht.
Inès en Mayeul presenteren hun huis. Hier horen een aantal vragen bij die je achteraf gaat beantwoorden.
Maak:
activité 3 et 5
Slide 14 - Slide
enseigner.tv5monde.com
Slide 15 - Link
Phrases Clés C en G
Luister mee naar de dialoogjes bij C en G. Let op de uitspraak en maak aantekeningen ín je blauwe blokje bij de woorden.
We gaan de uitspraak oefenen en jullie gaan de tips en uitspraak opschrijven zodat je goed voorbereid bent voor je vlog.
Slide 16 - Slide
Au travail!
Maak nu de tekst voor je vlog. Hieronder nog eens de eisen en waar je
de zinstructuren kunt vinden:
Je tekst bestaat uit de volgende onderdelen:
- C: Praat over jouw familie (wie zijn er, hoe heten zij en hoe oud zijn zij)
- C: Praat over jouw huisdieren (naam, leeftijd) Of als je geen huisdier hebt, vertel dit dan.
> Je n'ai pas d'animal domestique.
- G: Praat over jouw kamer en jouw huis.
- C: beschrijf wat je leuk vindt om samen te doen met je familie.
- GEEN volledige Google Translate zinnen. Dit zie ik meteen en geeft je een onvoldoende.
timer
10:00
Slide 17 - Slide
Afsluiting
De uitgangen die bij de regelmatige werkwoorden horen zijn als volgt: