Engels vooraf thema 6 - klokkijken

Klokkijken
Na deze les weet je hoe je tijden benoemt in het Engels.
Klokkijken in het Engels

1 / 12
next
Slide 1: Slide
EngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 2,4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slide and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Klokkijken
Na deze les weet je hoe je tijden benoemt in het Engels.
Klokkijken in het Engels

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Hoe zeg je in het Engels dat het 10:00 uur is?
A
It's ten op de clock
B
It's tien op klok
C
It's ten o'clock
D
It's eleven o'clock

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Video

Hoe zeg je in het Engels dat het half 3 is?
A
Half past one
B
Half past five
C
Half past three
D
Half past two

Slide 5 - Quiz

Hoe zeg je in het Engels dat het half 6 is?
A
Half past five
B
Half past four
C
Half past six
D
Half past eleven

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Video

Hoe zeg je in het Engels dat het kwart over 7 is?
A
A quarter to seven
B
A quarter past seven
C
A quarter past six
D
A quarter to six

Slide 8 - Quiz

Hoe zeg je in het Engels dat het kwart voor 4 is?
A
A quarter to one
B
A quarter to four
C
A quarter to five
D
A quarter past four

Slide 9 - Quiz

Klokkijken!
Hoe zeg je in het Engels dat het half 2 is?
A
It is half to two.
B
It is half past two.
C
It is half past one.
D
It is one thirty o'clock.

Slide 10 - Quiz

Klokkijken!
Hoe zeg je in het Engels dat het vijf uur is?
A
It is five hours.
B
It is fifth the clock.
C
It is five the clock.
D
It is five o'clock.

Slide 11 - Quiz

Klokkijken!
Hoe zeg je in het Engels dat het half 11 is?
A
It is half to eleven.
B
It is half past eleven.
C
It is half past ten.
D
It is ten thirty o'clock.

Slide 12 - Quiz