This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.
Items in this lesson
Examentraining
Laatste keer met jullie <3 !
Slide 1 - Slide
Welke van onderstaande afwijkingen komt regelmatig voor bij een patiënt met een schisis?
A
Ankylose
B
Cystes in de onderkaak
C
Overtallige gebitselementen
D
Afwezige gebitselementen
Slide 2 - Quiz
Wat is de meest geadviseerde pijnstiller in de tandheelkunde?
A
Floctafenine
B
Aspirine
C
Paracetamol
D
Ibuprofen
Slide 3 - Quiz
Bij welke aandoening is het verstandig om bij een tandheelkundige behandeling een lokaal anestheticum zonder adrenaline te gebruiken? Leg uit waarom.
Slide 4 - Open question
Een patiënt komt bij de tandarts met een zeer dik en erg pijnlijk gezicht, hij voelt zich tevens ziek en hij heeft koorts. Wat heeft deze patiënt hoogstwaarschijnlijk?
A
Een submuceus abces
B
Een cellulitis
C
Een subperiostaal abces
D
Een parodontaal abces
Slide 5 - Quiz
Wanneer ontstaat een schisis?
A
Direct na de geboorte
B
Aan het begin van de zwangerschap
C
Aan het eind van de zwangerschap
D
In de kinderjaren
Slide 6 - Quiz
Wat hoort niet bij een palatoschisis?
A
Metastase vorming
B
Nasale spraak
C
Het kind kan niet zuigen
D
Gestoorde gebitsontwikkeling
Slide 7 - Quiz
Waar wordt het succes van het terugplaatsen van een (uitgevallen/uitgeslagen) gebitselement vooral door bepaald?
A
Het geven van een tetanusprofylaxe
B
De tijd die het element uit de alveole is geweest
C
De manier waarop het element wordt gespalkt
D
Het desinfecteren van het element
Slide 8 - Quiz
Leg uit wat Schisis is
Slide 9 - Open question
Welke van de onderstaande abcessen is het meest pijnlijk?
A
Subcutaan abces
B
Subperiostaal abces
C
Parodontaal abces
D
Submuceus abces
Slide 10 - Quiz
Noem 2 voordelen van het hechten van een wond.
Slide 11 - Open question
Welke van de onderstaande symptomen wijst op een ontsteking?
A
Vernauwing van de bloedvaten
B
Trage ademhaling
C
Lage hartslag
D
Temperatuursverhoging
Slide 12 - Quiz
Er belt een mevrouw naar de praktijk omdat zij een drukplek onder haar prothese heeft. Het is nu 9.00. De mevrouw kan om 16.00 terecht in jouw praktijk. Zij heeft de prothese al twee dagen niet gedragen. Welke instructies en/of adviezen geef jij aan deze mevrouw? leg uit waarom je dat doet.