5.1 Genotype en fenotype

5.1 
1 / 9
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 9 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

5.1 

Slide 1 - Slide

Genotype/Fenotype
Informatie in de chromosomen/DNA: Genotype
Hoe iemand eruit ziet: Fenotype

Slide 2 - Slide

Genotype en fenotype
Genotype

Fenotype


Hoe je eruit ziet



Genetisch

Slide 3 - Slide

Je hebt het genotype en het fenotype.
Wat wordt bedoeld met het genotype?
A
De erfelijke informatie op je chromosomen
B
Hoe je eruit ziet

Slide 4 - Quiz

Fenotype
Genotype

Slide 5 - Drag question

Slide 6 - Slide

Menselijke cel

In een eicel zitten 23 chromosomen.
In een zaadcel zitten 23 chromosomen.

Eicel + zaadcel = een bevruchte cel met 46 chromosomen.

Menselijke cellen hebben dus 46 chromosomen.
Alleen de zaadcel en de eicel NIET!!






Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Wat is een verschil tussen genotype en fenotype?
A
Het genotype is het uiterlijk en het fenotype zijn de erfelijke eigenschappen
B
Het genotype zijn de erfelijke eigenschappen en het fenotype het uiterlijk
C
Het genotype en het fenotype zijn hetzelfde

Slide 9 - Quiz