Engels periode 6 les 6A

Engels periode 6 les 6A
1 / 27
next
Slide 1: Slide
EngelsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Engels periode 6 les 6A

Slide 1 - Slide

Welcome dear students
For today:
- countable & uncountable nouns
- demonstrative pronouns
- Past Simple
- Blooket demonstrative pronouns
- Presentations
- Homework

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

What is a noun?

Slide 4 - Slide

Countable vs. uncountable nouns
Countable
Uncountable
Girl, apple, cup, book, chair
--> have a plural form
--> a/an
Clothing, coffee, laughter, sand, water, sugar
--> no plural form
--> a/an

Slide 5 - Slide

Devide the words into countable and uncountable nouns
COUNTABLE
UNCOUNTABLE
Onion
Milk
Cheese
Tomatoes
Salt
Eggs
Cookies
Bread
Butter
Sandwiches
Burgers

Slide 6 - Drag question

3.2 Make notes please!

Slide 7 - Slide

Demonstrative pronouns:
>  aanwijzend voornaamwoord
> je wijst het zelfstandig naamwoord aan
> iets is dichtbij of iets is ver af (deze appels of die appels)

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Dichtbij
Ver af 
This
these
That
Those

Slide 10 - Drag question

Look over there! Who is _____ boy?
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 11 - Quiz

I would like ____ tomatoes, please
A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 12 - Quiz


A
this
B
that
C
these
D
those

Slide 13 - Quiz

Demonstrative pronouns
Go to: https://play.blooket.com and enter the Game ID


Slide 14 - Slide

Past simple

Slide 15 - Slide

 RWW Spelling
Als een werkwoord eindigt op -e, dan komt er in de past simple alleen een -d achter:
I live - I lived
you move - you moved

In de past simple wordt de laatste medeklinker verdubbeld als er één klinker voor staat:
I drop - I dropped
they plan - they planned

Slide 16 - Slide

Past Simple
Je gebruikt de Past Simple als iets gebeurd is in de verleden tijd en ook beëindigd is.

Wij noemen de Past Simple de Verleden Tijd.


Slide 17 - Slide

 RWW Spelling
Als een werkwoord eindigt op -y, dan komt er in de past simple een -ied achter:
I carry- I carried
you study- you studied

In de past simple komt er een -ed achter als er een klinker voor staat:
I play - I played

Slide 18 - Slide

Past Simple - OWW

Er zijn geen regels voor de OWW, je moet ze uit je hoofd leren. Je pakt voor de Past Simple de 2e kolom.

see - saw - seen
come - came - come

Slide 19 - Slide

Past Simple Signaalwoorden

In de zin staat vaak een tijdsbepaling van verleden tijd.

  • yesterday
  • last week
  • ten minutes ago
  • in 2007
  • this morning

Slide 20 - Slide

Je gebruikt de Past Simple als...
A
iets gebeurd is in de toekomst
B
iets iedere dag gebeurt
C
iets gebeurd is in het verleden en afgerond is
D
iets nog niet gebeurd is

Slide 21 - Quiz

What is correct?
We ..... (go) the cinema yesterday.

A
gone
B
went
C
goed
D
goes

Slide 22 - Quiz

What is correct?
Yesterday I ..... (clean) the kitchen.
A
clean
B
cleaned

Slide 23 - Quiz

Turn into questions
My sister played the guitar last year.
A
Did my sister play the guitar last year?
B
Did my sister played the guitar last year?
C
Does my sister play the guitar last year?

Slide 24 - Quiz

Turn into a negative
You bought a game.
A
You didn't buy a game.
B
You did not bought a game.
C
You don't buy a game.

Slide 25 - Quiz

Past Simple inlever opdracht
Ga naar: https://www.toonytool.nl/
Klik op: Maak een cartoon
Maak een cartoon van 6 frames.
Het stripverhaal moet in het Engels zijn.
Gebruik de simple past (verleden tijd).
Het stripverhaal moet een kloppend verhaal hebben.
Klaar? Bewaar het stripverhaal als afbeelding en kies pdf.
Lever het in op It's Learning voor de volgende les.


Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide