GT2 Les 9: Samenvatting (leerlingen)

Instructie
Alle teksten in de gele vakken mag je overschrijven of 
kopiëren en plakken in je eigen Word-bestand. Dit vormt je aantekeningen.
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Instructie
Alle teksten in de gele vakken mag je overschrijven of 
kopiëren en plakken in je eigen Word-bestand. Dit vormt je aantekeningen.

Slide 1 - Slide

Les 1: Welvaart en Welzijn
Welvaart = Hoeveel goederen en diensten  iemand of een land kan kopen
Luxe goederen = Producten die niet noodzakelijk zijn maar die je extra plezier geven
Welzijn = Hoe gelukkig iemand is of hoe gelukkig de mensen in een land zich voelen

Slide 2 - Slide

Les 2: Koopkracht
Inflatie = Als de prijzen stijgen (omhoog gaan)

Nominale inkomen = Hoeveel geld je verdient

Reële inkomen (koopkracht) = Hoeveel goederen die je kan kopen


Slide 3 - Slide

Les 3: Verschil in Procenten
Formule:
Stap 1: Bepaal wat het nieuwe en het oude getal is 
(nieuw = nieuwste of laatste getal. Oud = oudste of eerste getal)
Stap 2: Bereken het verschil (nieuw - oud)
Stap 3: Deel het verschil door het oude getal
Stap 4: Vermenigvuldig het getal met 100

oud(nieuwoud)100

Slide 4 - Slide

Les 4: Armoede in Nederland
Wat is armoede eigenlijk?




Armoede is als je inkomen lager is dan de armoedegrens
Armoedegrens = het inkomen dat iemand nodig heeft om te kunnen voorzien in de basisbehoeften (eten, drinken, onderdak en onderwijs)

Slide 5 - Slide

Les 4: Armoede in Nederland
Kenmerken van Armoede:
-Geen geld voor leuke dingen
-Geen geld voor eten
-Geen geld voor sporten
-Geen geld voor nieuwe kleding
Oorzaken van Armoede:
-Lage lonen
-Te hoge kosten
-Geen werk (werkloos)
-Inflatie
-Scholing

Slide 6 - Slide

Les 5: Sociale Zekerheid
Wat betekent sociale zekerheid?


Hoe wordt sociale zekerheid in Nederland geregeld?
Sociale zekerheid betekent dat je voldoende geld hebt om in de samenleving te kunnen leven, zelfs als je niet kunt werken.
De mensen die niet kunnen werken of die niet genoeg verdienen krijgen geld in de vorm van sociale uitkeringen van de overheid.

Mensen die wel werken, betalen hiervoor door een deel van hun loon als sociale premies aan de overheid betalen.

Slide 7 - Slide

Les 5: Sociale Zekerheid
Hoe voorkom je armoede?
-Passend opleiding volgen
-Budgetteren
-Sparen
-Slimme keuzes maken met geld
-Niet (te)veel lenen

Slide 8 - Slide

Les 6: Sociale Verzekeringen
De drie belangrijkste uitkeringen
AOW = Algemene Ouderdoms Wet = Wanneer iemand met pensioen gaat
WW-uitkering = Werkloosheids Wet = Als iemand werkloos is en zoekt een baan
Bijstandsuitkering = Uitkering (geld) die je krijgt als je niet genoeg geld verdient om te kunnen leven = Als iemand onder de sociale minimum verdient

Sociaal minimum = Wat iemand minimaal moet verdienen om in Nederland te kunnen leven.

Slide 9 - Slide

Les 7: Armoede in de Wereld
Wat zijn ontwikkelingslanden?
Ontwikkelingsland zijn eigenlijk gewoon arme landen. Die zijn landen met weinig welvaart en veel armoede. 
Nederland is een rijk land
-Basisbehoeften zijn vaak beschikbaar
-Kan uitkeringen geven aan arme mensen
-Voedselbanken
-Onderwijs voor iedereen
-Kleding doneren
Oorzaken van armoede in een ontwikkelingsland
-Oorlog                      -Lage kwaliteit van onderwijs
-Natuurrampen        -Weinig werk

Slide 10 - Slide

Les 8: BBP
Wat is BBP?


Waarom is BBP belangrijk?
BBP = Bruto Binnenlands Product
Het BBP laat zien hoeveel een land produceert (maakt) en verdient in een bepaalde periode
-Het laat zien hoe goed de economie in een land draait
-Hoe hoger het is hoe rijker de land

Slide 11 - Slide

Les 8: BBP
Hoe bereken je het BBP?


Hoe bereken je het inkomen per persoon?

Het BBP is het totale inkomen van alle inwoners samen. In je toets is het BBP gegeven. 
Inkomen per persoon = BBP : totale inwoners

Slide 12 - Slide