This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Soorten bewegingen
Eenparige beweging: Beweging waarbij de snelheid constant is (gelijk blijft) Versnelde beweging: Beweging waarbij de snelheid groter wordt Vertraagde beweging: Beweging waarbij de snelheid kleiner wordt
Slide 3 - Slide
Wat is massa / gewicht
Slide 4 - Slide
Wat is massa / gewicht
Massa De hoeveelheid materiaal van een voorwerp (in kg)
Gewicht
De kracht die een voorwerp op de grond uitoefent (in N)
Massa en gewicht zijn grootheden
Slide 5 - Slide
Krachten kun je voelen
Slide 6 - Slide
De gevolgen van een kracht kun je zien:
Slide 7 - Slide
De gevolgen van een kracht kun je zien:
Slide 8 - Slide
Gevolgen van een kracht
Verandering van vorm
Verandering van beweging
Slide 9 - Slide
Verandering van vorm:
.
Plastische vervorming Elastische vervorming
Slide 10 - Slide
Verandering van beweging
.
Verandering van richting Verandering van snelheid
Slide 11 - Slide
Wat is een veer:
.
Een veer vervormt elastisch wanneer er een kracht op wordt uitgeoefend
Slide 12 - Slide
Veerkracht Fveer
De kracht waarmee een veer duwt of trekt noem je de veerkracht.
Slide 13 - Slide
Spierkracht Fspier
De kracht waarmee een mens (met zijn spieren) duwt of trekt noem je de spierkracht.
Slide 14 - Slide
Zwaartekracht Fz
De kracht waarmee de aarde trekt noem je de zwaartekracht.
Slide 15 - Slide
Spankracht Fspan
De kracht waarmee een touw trekt noem je de spankracht.
Slide 16 - Slide
Magnetische kracht Fmag
De kracht waarmee een magneet trekt of duwt heet de magnetische kracht.
Slide 17 - Slide
Kracht meten
Een kracht kun je meten met een
krachtmeter / veerunster.
In een krachtmeter zit een veer die uitrekt (langer wordt) als er aan getrokken wordt.
Slide 18 - Slide
Zwaartekracht berekenen
Zwaartekracht = massa × valversnelling
Fzw = m ⋅ g
Fzw : Zwaartekracht in N
m : Massa in kg
g: Valversnelling in N/kg (9,8 N/kg op aarde)
Slide 19 - Slide
Een berekening maken
De massa van een gewichtje is 50 gram.
Bereken de zwaartekracht op het gewichtje.
Gegevens:
Gevraagd:
Uitwerking (F):
(I):
(A):
Controle:
Slide 20 - Slide
Eigenschappen van krachten
Een kracht heeft een...
Grootte
Richting
Aangrijpingspunt
Je kunt een kracht tekenen als vector (pijl)
Slide 21 - Slide
Krachtenschaal
Je kiest of krijgt een
krachtenschaal
betekent 1 cm stelt 5 N voor
Slide 22 - Slide
Krachten tekenen
Slide 23 - Slide
Krachten in evenwicht
De zwaartekracht Fz werkt naar beneden
De veerkracht Fv werkt omhoog
Er is krachtenevenwicht,
dus de zwaartekracht is gelijk aan de veerkracht
Slide 24 - Slide
Krachten in evenwicht
De zwaartekracht Fz werkt naar beneden
De normaalkracht Fn werkt omhoog
De normaalkracht wordt door de tafel
uitgeoefend op de vaas
Slide 25 - Slide
Resulterende kracht
De resulterende kracht Fres is de som van alle krachten.
Eigenlijk: Wat is het resultaat van de kracht.
Andere woorden hiervoor zijn: resultante; nettokracht, somkracht
Slide 26 - Slide
Resulterende kracht bij evenwicht
Al de resulterende kracht 0 N is, is er krachtenevenwicht.
Het lijkt alsof er helemaal geen kracht werkt.
Slide 27 - Slide
Resulterende kracht berekenen
Als twee krachten in dezelfde richting werken, tel je deze bij elkaar op.
Fres = F1 + F2
Fres = 3 + 4 = 7 N
Slide 28 - Slide
Resulterende kracht berekenen
Als twee krachten in tegengestelde richting werken,
trek je deze van elkaar af.
Fres = F2 + F1
Fres = 4 -3 = 1 N en wijst rechts
De resulterende kracht wijst in de richting van de grootste kracht.
Slide 29 - Slide
Resulterende kracht bepalen
Als twee krachten een hoek maken,
gebruik je de parallellogrammethode.
Je maakt een tekening op schaal (constructie); de diagonaal (rode lijn) is de resulterende kracht.
Slide 30 - Slide
Parallellogrammethode stap-voor-stap
Slide 31 - Slide
Resulterende kracht bij evenwicht
Als de resulterende kracht 0 N is, is er krachtenevenwicht.
Het lijkt alsof er helemaal geen kracht werkt.
Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.
Slide 32 - Slide
Eerste wet van Newton
Als de resulterende kracht 0 N is, is het voorwerp in rust, of het beweegt met een constante snelheid langs een rechte lijn.
Met andere woorden:
Als er geen kracht werkt, is er geen verandering.
Slide 33 - Slide
Verandering van beweging
1) Fres wijst naar voor
De snelheid wordt groter
2) Fres wijst naar achter
De snelheid wordt kleiner
3) Fres wijst naar links of rechts
De richting verandert
Slide 34 - Slide
In de ruimte is geen lucht (vacuüm) en zijn er dus geen weerstandskrachten
Slide 35 - Slide
Weerstandskrachten
Weestandskrachten = krachten die tegenwerken.
1) Luchtweerstandskracht
2) Schuifweerstandskracht
3) Rolweerstandkracht
Slide 36 - Slide
Luchtweerstandskracht
Omdat je de lucht opzij moet duwen,
ondervindt je luchtweerstandskracht.
(die voel je als je hard fietst)
Je kan de luchtweerstandkracht kleiner maken door:
Frontaal oppervlak te verkleinen, of het voorwerp te stroomlijnen.
Slide 37 - Slide
Schuifweerstandkracht
Een voorwerp dat over een opper-
vlak schuift, ondervindt
schuifweerstandkracht.
Je kan de schuifweerstandkracht kleiner maken door
het oppervlak zo glad mogelijk te maken.
(of groter maken voor grip!)
Slide 38 - Slide
Rolweerstandkracht
Een voorwerp dat over een
oppervlak rolt, ondervindt
rolweerstandkracht.
Je kan de rolweerstandkracht kleiner maken door
het oppervlak zo hard mogelijk te maken.
(banden oppompen!)
Slide 39 - Slide
Zonnestelsel
Slide 40 - Slide
Zonnestelsel
a) De zon oefent een kracht uit op de planeten (zwaartekracht)
Slide 41 - Slide
Zonnestelsel
a) De zon oefent een kracht uit op de planeten (zwaartekracht)
b) Hierdoor verandert de richting van de planeet
Slide 42 - Slide
Zonnestelsel
De planeten draaien rond de zon in elliptische banen
Vaak zijn dit bijna cirkels
Slide 43 - Slide
Middelpuntzoekende kracht
De kracht die zorgt dat en voorwerp (planeet) van richting verandert heet ook wel de middelpuntzoekende kracht.
Slide 44 - Slide
Gewicht
Gewicht is de kracht waarmee jij tegen de grond duwt.
Dat is iets anders dan zwaartekracht!
Zwaartekracht werkt op de persoon; gewicht werkt op de weegschaal
Slide 45 - Slide
Vrije val
Als je niet op een ondergrond staat (of ergens aan hangt) ben je dus gewichtloos.
Je maakt dan een vrije val. Er werkt alleen een zwaartekracht!
Slide 46 - Slide
Begrippen uit deze les
Eenparige beweging
Versnelde beweging
Vertraagde beweging
Massa
Gewicht
Slide 47 - Slide
Begrippen uit deze les
Slide 48 - Slide
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd
Slide 49 - Open question
Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen