Les 4: Pathologie bloedvaten

Pathologie bloedvaten
1 / 21
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Pathologie bloedvaten

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inhoud les
  • hypertensie
  • atherosclerose/Arteriosclerose
  • etalagebenen
  • trombose en embolie
  • spataderen
  • ulcus cruris


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Atherosclerose
Atherosclerose is een vorm van arteriosclerose. Bij atherosclerose koeken vettige stoffen aan de binnenkant van de slagaders. Hierdoor worden de slagaders nauwer, zodat er minder bloed naar de weefsels kan stromen. Veel vet in het bloed vergroot de kans op atherosclerose.

 

De term atherosclerose lijkt erg op arteriosclerose. Bij arteriosclerose neemt het aantal elastische vezels in de vaatwand af door degeneratie (slijtage), zoals ouderdom.

Slide 3 - Slide

Atherosclerose is een vorm van arteriosclerose. 
Atherosclerose (aderverkalking)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Atherosclerose
 Bij atherosclerose hechten vetachtige stoffen zich aan de binnenkant van de bloedvaten. De slagaders worden hierdoor nauwer en de bloeddruk stijgt. Vanwege de vernauwing van de slagaders stroomt er minder zuurstofrijk bloed naar de weefsels. De zorgvrager merkt dit, doordat de conditie afneemt of hij/zij sneller moe is.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Chronische hoge bloeddruk (hypertensie)
Vaak niet opgemerkt. 
Eventuele klachten: vermoeidheid, hoofdpijn of hartkloppingen.

Schade door hypertensie:
  • pijn op de borst of een hartinfarct, omdat de coronairvaten in het hart zijn aangetast;
  • herseninfarct, omdat ook de vaten in de hersenen zijn aangetast;
  • problemen met zien, omdat de vaten in het netvlies zijn aangetast;
  • nierfunctiestoornissen door beschadiging van nierslagaders en letsel in de nierfilters.



Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Welke adviezen/behandeling bij hoge bloeddruk?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Behandeling hypertensie
- Dieet (afvallen), leefgewoonten (niet te zout/vet eten, niet roken, meer bewegen, stress beperken)
- Regelmatige controle bloeddruk, controle cholesterol
- Controle nierfunctie en netvlies.


Medicatie:
  • plastabletten (diuretica) waardoor het circulerende volume daalt en daardoor ook de bloeddruk;
  • bètablokkers, middelen die het slagvolume en de hartfrequentie remmen;
  • ACE-remmers, middelen die de aanmaak remmen van een hormoon dat zorgt voor een stijging van de bloeddruk;
  • calciumantagonisten, middelen die de spanning in het gladde spierweefsel van kleine slagaders beïnvloeden en zo de bloeddruk verlagen.



Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Perifeer arterieel vaatlijden
Verzamelnaam voor vaatlijden door aderverkalking bij slagaderen vanaf de nierslagaderen tot de slagaderen in de voeten.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Etalagebenen = Claudicatio intermittens
vernauwing van de slagaders in de benen door aderverkalking

Kramp in de kuit, dijbeen of bil bij lopen. 
De pijn wordt veroorzaakt door de verzuring van de spieren in de benen door zuurstofgebrek.



Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Behandeling aderverkalking
Medicatie bestaat uit bloedverdunnende en cholesterolverlagende medicijnen.
Looptraining door fysio.
Operatieve behandeling:  dotteren van de slagader of het aanleggen van een bypass.

Slide 11 - Slide

Looptraining: de bloedstromen in benen zoeken andere vaten om niet door de vernauwde slagaderen te hoeven stromen, er ontstaan zogenaamde sluiproutes 
Wat is een trombosebeen?
A
een been vol met vocht
B
bloedstolsel gevormd aan binnenkant bloedvat
C
losgeschoten bloedstolsel
D
open been

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Trombosebeen
Trombose: bloedstolsel gevormd aan de binnenwand van een bloedvat.

Klachten bij trombosebeen:
  • pijn in de kuit;
  • het been is wat rood en opgezwollen en voelt warm aan;
  • lichte temperatuurverhoging;
  • een iets versnelde hartslag

Behandeling:
  • zwachtels
  • antistollingsmedicatie



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

slagaderlijke trombose versus aderlijke trombose
Als er een afsluiting (trombose) in een ader ontstaat, belemmert deze de afvoer van bloed vanuit een orgaan/de weefsels terug naar het hart. De veneuze trombose treedt meestal op in de benen, omdat de stroomsnelheid in de aderen daar in verhouding traag is vanwege de zwaartekracht.  
Veneuze trombose vaak op in de benen, dikwijls in de diepliggende aders.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Bij aderlijke trombose in het been ontstaan de volgende verschijnselen:
Pijn die toeneemt bij spieractiviteit.
Rode en warm aanvoelende huid.
Een gladde, glanzende, gespannen (door oedeem) huid.
Snelle pols, verhoging.
Pijn in kuit bij optrekken van de voet (Het teken van Homan)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Arteriële trombose
Als een stolsel in een slagader aanslibt, krijgt het weefsel achter de afsluiting geen zuurstof meer. Arteriële trombose kan in alle slagaders optreden, zoals in een hersen-, hart- of beenslagader. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Bij slagaderlijke trombose in het been ontstaan de volgende verschijnselen:
Het been is bleek en voelt koud aan.
Er zijn nauwelijks hartslagen te voelen achter de afsluiting.
Er is een krampende pijn in het been.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Embolie
Trombosestolsel komt los van de bloedvatwand en wordt meegevoerd door de bloedbaan en komt vast te zitten in een kleiner bloedvat.

Longembolie door een stolsel vanuit het been
Hersenembolie door hartritmestoornissen, vooral bij boezemfibrilleren

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

           Aneurysma
Bij een aneurysma is een stuk slagader minimaal anderhalf keer wijder dan de rest van de slagader. Dit wordt meestal veroorzaakt door atherosclerose (vetdeeltjes in het bloedvat ) en soms door aanleg of ontstekingen. De meest voorkomende plaats is in de buikaorta

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Ze veroorzaken meestal geen klachten en moeten daarom per toeval worden ontdekt. Omdat ze niet vanzelf verdwijnen, moeten ze chirurgisch behandeld worden. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Vragen?

Slide 21 - Slide

This item has no instructions