K2C Woordenboekgebruik en Woorden van de week

Welkom

1. Ga zitten volgens de plattegrond en blijf zitten tijdens de les.
Nederlands
2. Op je tafel liggen:
Leesboek, Lesboek, Schrift en je Pen.
3. Als de docent praat ben je stil.
Luister naar elkaar.
4. We houden het lokaal netjes.
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Welkom

1. Ga zitten volgens de plattegrond en blijf zitten tijdens de les.
Nederlands
2. Op je tafel liggen:
Leesboek, Lesboek, Schrift en je Pen.
3. Als de docent praat ben je stil.
Luister naar elkaar.
4. We houden het lokaal netjes.

Slide 1 - Slide

Planning vandaag 31 maart 2025
  1. Woorden van de Week;
  2. Terugblik vorige week Lingeweek+opdracht;
  3. Leesmoment;
  4. Uitleg cursus 4 Taal § 5 Woordenboek gebruik;
  5. Zelfstandig opdrachten maken;
  6. Opdrachten nakijken;
  7. Evaluatie op de leerdoelen/lesdoelen.

Slide 2 - Slide

Aantekeningen maken

Slide 3 - Slide

Lesdoelen en leerdoelen 
✅ Ik ken en gebruik de woorden van de week;
✅ Ik kan een woordenlijst maken; 
✅ Ik kan een woordenboek gebruiken.



 

Slide 4 - Slide

Woorden van de week
Wat betekent dit woord? Kun je er een zin mee maken?
🗣 Bewering
📝 Bezighouden met (zich)
🏠 Bezitten
📖 Bladzij
Schrijf het op in je schrift en verzamel alle woorden van de week en de betekenissen. 
timer
2:00

Slide 5 - Slide

Uitleg en voorbeeldzinnen
🗣 Bewering
✅ Betekenis: Iets wat iemand zegt of stelt, waarvan je niet zeker weet of het waar is.

🔹 Voorbeelden:

"Honden zijn slimmer dan katten."

"Volgens Johan wordt het morgen warm."

👉 Tip: Vraag jezelf af: Is dit echt bewezen? Zo niet, dan is het een bewering!

Slide 6 - Slide

Uitleg en voorbeeldzinnen
📝 Bezighouden met (zich)
Zich bezighouden met betekent dat je ergens mee bezig bent.

🔹 Voorbeelden:

"Ik houd me bezig met mijn huiswerk."

"Zij houdt zich bezig met de organisatie van het schoolfeest."

👉 Tip: Je kunt vaak vragen: Waar ben jij mee bezig?

Slide 7 - Slide

Uitleg en voorbeeldzinnen
🏠 Bezitten

✅ Betekenis: Iets hebben, iets in je eigendom hebben.

🔹 Voorbeeldzin: "Mila bezit een mooie fiets."

Slide 8 - Slide

Uitleg en voorbeeldzinnen
📖 Bladzij

✅ Betekenis: Een bladzijde van een boek of schrift.

🔹 Voorbeeldzin: "Lees bladzij 12 uit je lesboek."

Slide 9 - Slide

Opdracht: Verslag Lingeweek
📌 Opdracht (5-10 min):
Schrijf een kort verslag (7-9 zinnen) over de Lingeweek. Gebruik hierin de woorden "bewering" en "bezighouden met" in je tekst.
✍ Voorbeeldzinnen:
  • "Tijdens de Lingeweek hielden we ons bezig met Globaland."
  • "Sommige leerlingen beweerden dat Den Haag de leukste stad ooit was."
💡  Tip: Schrijf over wat je hebt gedaan.
Vertel iets over een activiteit of een leuke ervaring.
Schrijf iets wat iemand heeft gezegd.✅ Klaar? Begin dan met lezen.
timer
4:00

Slide 10 - Slide

Vragen/opmerkingen/aanvullingen over de opdrachten?
Lever na de les jouw verslag in.

Slide 11 - Slide

timer
5:00
5 minuten in stilte zelfstandig lezen.

1

Slide 12 - Slide

Aantekeningen maken

Slide 13 - Slide

Over taal

Slide 14 - Slide

Zoeken in een woordenboek
Wat als je een moeilijk woord/onbekend woord tegenkomt?
🔎 Zoek in de tekst! Dit kan op vijf manieren/ woordraadstrategieën:

1️⃣ Een ander woord (synoniem) → "blij" = "vrolijk"
2️⃣ Een uitleg (omschrijving) → "Een kompas is een ding dat de richting wijst."
3️⃣ Een voorbeeld → "Voertuigen zoals auto's, fietsen en bussen."
4️⃣ Een tegenstelling → "Niet koud maar warm."
5️⃣ Een bekend stukje van het woord → "Onbelangrijk" (on + belangrijk)

❓ Nog steeds moeilijk? Kijk in een (online) woordenboek!

Slide 15 - Slide


Terugblik:
Als je de betekenis van een woord niet kent, kun je opzoek gaan naar een bekend deel van het woord. Dat kan bij woorden met een: voor- of achtervoegsel en bij samengestelde woorden

Slide 16 - Slide

Welke informatie kunnen we opzoeken in een woordenboek?

Slide 17 - Open question

📖 Wat vind je in het woordenboek?
🔤 Schrijfwijze → Hoe spel je het woord? (voorbeeld: verrassend)
📢 Lidwoord → Is het de of het? (voorbeeld: de tafel, het huis)
🔢 Meervoud → Hoe zeg je het als er meer van zijn? (voorbeeld: boek → boeken)
💡 Betekenis → Wat betekent het? (voorbeeld: een kompas wijst de richting)

Slide 18 - Slide

Open je boek op blz. 96

Slide 19 - Slide

Lees 📖
Lees de teksten en de opdrachten goed.
Maak✏️
Maak van Cursus 4 Taal paragraaf 5 opdracht 1 t/m 5 blz. 96 t/m 97.
Hoe💬
In je eigen leerboek/schrift, je mag fluisterend overleggen met je schoudermaatje en vragen stellen aan je docent.
Tijd⏳
10-15 minuten, daarna als er tijd voor is gaan we nakijken of een spel doen.
Klaar?✅
1.  Laat je werk zien aan de docent;
2. Maak de opdrachten van Cursus 4 Taal paragraaf 4 voor- en achtervoegsels opdracht 1 t/m 5 blz. 94 t/m 95.

Leerdoel🎯
1. Ik weet hoe ik een woordenboek moet gebruiken.
timer
15:00

Slide 20 - Slide

Evaluatie
  • Wat heb je geleerd deze lessen?
  • Wat ging er goed?
  • Wat kan beter?

Slide 21 - Slide

Tot de volgende les!

Slide 22 - Slide