This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Activa
Slide 1 - Slide
Doelstellingen van deze les:
Je kunt aangeven waar op de balans een bepaald activum hoort.
Je kunt de overeenkomsten en verschillen tussen de genoemde activa beschrijven.
Slide 2 - Slide
Activa
Slide 3 - Mind map
1.1 Materiële vaste activa
Gebouwen
Installaties
Machines
Auto's
Inventaris
Slide 4 - Slide
1.3 Immateriële Vaste activa:
Activa die je niet kunt zien of aanraken maar wel een waarde hebben.
R&D: kosten van onderzoek en ontwikkeling
Concessie: recht om iets te exploiteren (gasveld, 4G-netwerk)
Vergunning: recht op plaatsing verkoopkraam
Licentie: recht om een door een ander bedrijf ontwikkelde toepassing of product te gebruiken en exploiteren.
Goodwill: overnameprijs van een onderneming - eigen vermogen (vergoeding voor goede reputatie en klanten van de onderneming)
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Open question
1.2 Financiële vaste activa
Deelnemingen: bij kapitaalverschaffing (aandelen kopen in ander bedrijf) én duurzame band én gericht op eigen werkzaamheden
Vorderingen op groepsmaatschappijen
Effecten (als belegging langer dan een jaar is)
Slide 7 - Slide
2 Vlottende activa
voorraden (tegen historische uitgaafprijs)
gereed product, onderhanden werk, grond- en hulpstoffen
vorderingen
overlopende activa (nog te ontvangen/vooruitbetaalde bedragen)
effecten (tijdelijk overtollig vermogen)
liquide middelen (kas, bank)
Slide 8 - Slide
Deelnemingen of effecten?
Slide 9 - Slide
Vervaardigingsprijs:
de aanschafprijs van gebruikte grond- en hulpstoffen, materialen, etc. (direct toe te rekenen) + redelijk deel van níet toe te rekenen kosten (ck)
Kosten van onderzoek en ontwikkeling --> ontwikkelen van producten kan duur zijn --> deze kosten zitten ook in de vervaardigingsprijs
Slide 10 - Slide
Waarderingsgrondslagen
De waarderingsgrondslag: de wijze waarop activa in de externe balans worden gewaardeerd.
Verkrijgingsprijs: de inkoopprijs plus bijkomende kosten. Het werkelijk betaalde bedrag → historische aanschafprijs.
Vervaardigingsprijs (volgende slide)
Actuele waarde is de waarde op het waarderingsmoment (bijv. balansdatum) → herwaarderingsreserve op creditzijde balans.
Slide 11 - Slide
Minimumwaarderingsregel
Uit voorzichtigheidsoogpunt mag je een actief niet voor een hoger bedrag waarderen (op de balans zetten) dan het waard is.
VB: product is ingekocht voor €5,- per stuk. Je kunt het verkopen voor nog maar €3,50. Dan waardeert de onderneming dit product voor de laagste prijs: €3,50
Slide 12 - Slide
5% of meer van de aandelen in bezit: meldingsplicht
> 50% bezit van de aandelen: meerderheidsbelang
< 50% bezit van de aandelen: minderheidsbelang
> 50% zeggenschap of meer dan de helft v.d. bestuurders of commissarisen benoemen = dochtermaatschappij
Slide 13 - Slide
Wat zijn materiële vaste activa?
A
Gebouwen, deelneming en goodwill
B
Gebouwen, inventaris en auto
C
Auto, grond en deelneming
D
Grond, gebouwen en goodwill
Slide 14 - Quiz
Deelnemingen, horen bij de:
A
Immateriële vaste activa
B
Vlottende activa
C
Liquiditeiten
D
Financiële vaste activa
Slide 15 - Quiz
Doelstellingen van deze les:
Je kunt aangeven waar op de balans een bepaald activum hoort.
Je kunt de overeenkomsten en verschillen tussen de genoemde activa beschrijven.