Professionele ontwikkeling en kwaliteit van zorg (lesdag 29)

Professionele ontwikkeling en kwaliteit van zorg (lesdag 29)
1 / 16
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Professionele ontwikkeling en kwaliteit van zorg (lesdag 29)

Slide 1 - Slide

Wat is het doel van intercollegiale toetsing?
A
Elkaar beoordelen op persoonlijke kwaliteiten
B
Systematisch en doeltreffend werken aan professionele ontwikkeling
C
Beslissingen nemen over personeelsbeleid
D
Een informele discussie voeren over werksituaties

Slide 2 - Quiz




Welke methode wordt niet genoemd als methode voor collegiale consultatie?

A
Incidentmethode
B
De vijf vragen
C
Reflectiecirkel
D
Krachtenveldanalyse

Slide 3 - Quiz

Welke van de onderstaande thema’s past het beste bij intercollegiale toetsing?
A
Vakantieplanning en roosterwijzigingen
B
Zorginhoudelijke thema’s zoals psychiatrie en palliatieve zorg
C
Personeelsuitjes organiseren
D
Bespreken van salarisverhogingen

Slide 4 - Quiz

Wat is een belangrijk uitgangspunt van intervisie?
A
Er is een duidelijke hiërarchie in de groep
B
Eén persoon brengt een situatie in en een ander begeleidt het proces
C
De groep bestaat altijd uit meer dan 10 personen
D
De begeleider geeft direct de oplossing voor het probleem

Slide 5 - Quiz

Welke vier kernwaarden zijn belangrijk bij kwaliteit van zorg?
A
Effectiviteit, efficiëntie, kostenbesparing en snelheid
B
Innovatie, technologie, samenwerking en klantvriendelijkheid
C
Doeltreffendheid, doelmatigheid, patiëntgerichtheid en veiligheid
D
Resultaatgerichtheid, communicatie, organisatie en planning

Slide 6 - Quiz

Wat is het verschil tussen objectieve en subjectieve kwaliteit van zorg?
A
Objectieve kwaliteit is meetbaar aan de hand van criteria, subjectieve kwaliteit is gebaseerd op persoonlijke ervaring.
B
Objectieve kwaliteit wordt bepaald door patiënten, subjectieve kwaliteit door zorgverleners.
C
Objectieve kwaliteit gaat over patiënttevredenheid, subjectieve kwaliteit over medische richtlijnen.
D
Er is geen verschil, kwaliteit van zorg is altijd subjectief.

Slide 7 - Quiz

Wat is het doel van kwaliteitsbeleid binnen een zorginstelling?
A
Het verlagen van de zorgkosten
B
Het implementeren van protocollen en richtlijnen
C
Het beschrijven en bewaken van de kwaliteit binnen de organisatie
D
Het trainen van medewerkers op klantvriendelijkheid

Slide 8 - Quiz

Welke van de onderstaande wetten heeft betrekking op kwaliteitswetgeving in de zorg?
A
Wet BIG
B
Wet op de ondernemingsraden
C
Arbeidsomstandighedenwet
D
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Slide 9 - Quiz



Wat is een kwaliteitskader in de zorg?

A
Een model voor het beheren van financiën binnen een zorgorganisatie
B
Een verzameling regels voor personeelsbeleid
C
Een document dat de normen en richtlijnen voor goede zorg beschrijft
D
Een systeem voor het evalueren van patiënttevredenheid

Slide 10 - Quiz

Wat wordt bedoeld met interne kwaliteitsbewaking?
A
Het beoordelen van zorginstellingen door externe partijen
B
Het meten en verbeteren van kwaliteit binnen de eigen organisatie
C
Het vergelijken van verschillende zorginstellingen met elkaar
D
Het geven van trainingen aan nieuwe medewerkers

Slide 11 - Quiz

Welke methode valt onder interne kwaliteitsbewaking?
A
IGZ-inspecties
B
Zorgkaart NL beoordelingen
C
Intercollegiale toetsing
D
Klachtenregistratie door externe partijen

Slide 12 - Quiz

Wat is het verschil tussen monodisciplinaire en multidisciplinaire kwaliteitsbewaking?
A
Monodisciplinair is gericht op één beroepsgroep, multidisciplinair op samenwerking tussen verschillende disciplines
B
Monodisciplinair is verplicht, multidisciplinair is optioneel
C
Monodisciplinair richt zich op patiënttevredenheid, multidisciplinair op procesverbetering
D
Er is geen verschil, beide termen betekenen hetzelfde

Slide 13 - Quiz

Welke van de onderstaande uitspraken is juist over een kwaliteitssysteem?
A
Het is een verzameling losstaande protocollen zonder verband
B
Het is een systematische aanpak om kwaliteit te bewaken en verbeteren
C
Het is alleen relevant voor managers en beleidsmakers
D
Het wordt alleen gebruikt bij klachtenprocedures

Slide 14 - Quiz

Welke kwaliteitsmethoden richten zich specifiek op verpleegkundige zorg op micro- en mesoniveau?
A
Organisatie van zorg, proces van zorgverlening, deskundigheidsbevordering
B
Technologische innovatie, digitalisering, kostenreductie
C
Werving en selectie, HR-management, klanttevredenheid
D
Persoonlijke ontwikkeling, functiewaardering, competentiemanagement

Slide 15 - Quiz

Welke hulpmiddelen kunnen worden gebruikt bij kwaliteitsbevordering in de zorg?
A
SMART, sterkte-zwakteanalyse, checklists
B
Medewerkersbijeenkomsten, teamuitjes, functioneringsgesprekken
C
Winstanalyses, financiële rapportages, budgettering
D
Verzuimregistratie, klachtenprocedures, salarisverhogingen

Slide 16 - Quiz