sortir et partir

partir en sortir

2 onregelmatige werkwoorden
vertrekken en uitgaan
1 / 11
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo t, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

partir en sortir

2 onregelmatige werkwoorden
vertrekken en uitgaan

Slide 1 - Slide

partir + sortir
présent
Je
pars
Tu
pars
Il/elle
part
Nous
partons
Vous
partez
Ils/elles
partent
présent
Je
sors
Tu
sors
Il/elle
sort
Nous
sortons
Vous
sortez
Ils/elles
sortent

Slide 2 - Slide

let op
ze zijn onregelmatig
maar ze lijken wel heel erg op elkaar
gebruik voor de passé composé hulpww être
dan verandert het voltooid deelwoord mee met het onderwerp!

Slide 3 - Slide

Partir
Il part à 4 heures du matin.   
Hij vertrekt om 4 uur 's ochtends.

Nous partons pour Paris. 
Wij vertrekken naar Parijs

Les surfeurs partent pour Tahiti.   
De surfers vertrekken naar Tahiti.

Slide 4 - Slide

jij vertrekt
A
je sors
B
tu pars
C
je pars
D
tu sors

Slide 5 - Quiz

wij vertrekken
A
nous partons
B
elle part
C
vous partez
D
elle sort

Slide 6 - Quiz

Jij gaat uit
A
Nous sortons
B
elle sort
C
vous sortez
D
Tu sors

Slide 7 - Quiz

Wij gaan uit
A
Nous sortons
B
elle sort
C
vous sortez
D
Tu sors

Slide 8 - Quiz

Jullie vertrekken
A
On sort
B
Vous sortez
C
Ils partent
D
Vous partez

Slide 9 - Quiz

partir in présent
de volgende dia is een link naar de oefening partir in présent.
klaar? klik op de button:

maak een schermafbeelding van je score
zet die in de volgende dia

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link