Thema 14

Thema 14
Een samenvatting van BS 1 t/m 7
We doen dit in 2 delen.

Vandaag deel 1 en morgen deel 2
1 / 33
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 33 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Thema 14
Een samenvatting van BS 1 t/m 7
We doen dit in 2 delen.

Vandaag deel 1 en morgen deel 2

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Thema 14
Deel 1
- Constant milieu
- De huid
- De lever en de nieren
- Gaswisseling bij dieren

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Constant inwendig milieu


Zintuigcellen
Zenuwcellen
Hormonen

Helpen allemaal bij regelen van constant inwendig milieu

Slide 3 - Slide

This item has no instructions



- Het constant houden van het inwendig milieu vindt plaats door opname, opslag en uitscheiding van stoffen.
- Hormonen, zintuigen en zenuwcellen zijn belangrijk voor een constant inwendig milieu. Denk bv. aan insuline. 

Inwendig milieu
- De weefselvloeistof
- Het bloedplasma
Uitwendig milieu
- De omgeving om je heen
- Lucht in je longen
- Inhoud in je darmkanaal

Een constant inwendig milieu

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Bouw van de huid
De huid bestaat uit:
  1. Opperhuid (hoorn- en kiemlaag): de hoornlaag slijt steeds af en wordt aangevuld door cellen uit de kiemlaag.
  2. Lederhuid: met zweet- en talgklieren, spieren, bloedvaten en zintuigjes. 
  3. Onderhuids bindweefsel: met bloedvaten, zenuwen en vet. Vet isoleert tegen kou.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

De opperhuid
De eerste laag van de huid is de opperhuid.

Bestaat uit:
  • Hoornlaag - beschermt tegen beschadiging, uitdroging en ziekteverwekkers
  • Kiemlaag - bevat pigment

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Op temperatuur blijven
De huid helpt je lichaamstemperatuur op 37°C te houden.

Je koelt af door het wijder worden van bloedvaatjes in de huid en door te zweten.

Je houdt warmte vast doordat bloedvaatjes in de huid nauwer worden en door te rillen.

Als je het koud hebt, krijg je ook kippenvel. Dat helpt niet om de warmte vast te houden.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Temperatuurregeling

Afkoelen:
- Bloedvaten verwijden in de huid (meer warmteverlies)
- Zweten

Verwarmen:

- Bloedvaten verkleinen in de huid (minder warmteverlies)
- Kippenvel krijgen

- Rillen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

De Lever
• De lever werkt mee aan het constant houden van het glucosegehalte in het bloed.
• De lever kan sommige voedingsstoffen omzetten. De lever kan bijvoorbeeld uit eiwitten fibrinogeen vormen.
• De lever maakt gal die wordt uitgescheiden en tijdelijk wordt opgeslagen in de galblaas.
• De lever breekt afvalstoffen af, zoals dode rode bloedcellen.
• De lever breekt overtollige eiwitten af. Eiwitten kunnen niet in het lichaam worden opgeslagen. De lever breekt eiwitten af die niet meteen worden gebruikt. Hierbij ontstaat de giftige afvalstof ureum. Ureum wordt door de lever aan het bloed afgegeven. De nieren halen het uit het bloed.
• De lever haalt gifstoffen uit het bloed en breekt deze af (bijvoorbeeld alcohol, drugs en medicijnen). De onwerkzaam gemaakte gifstoffen worden door de nieren uitgescheiden.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

De poortader
De poortader loopt van de verteringsorganen naar de lever.

Erg belangrijk: 
Nu kan de lever :
- direct controleren of er geen gifstoffen inzitten
- De gifstoffen afbreken
- Glucose opslaan als glycogeen (zodat je suikergehalte in je bloed niet te hoog wordt)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Hepatitis
  • Ontsteking van de lever door hepatitisvirus
  • Een besmet persoon heeft dan hepatitis 
Hepatitis B
- bloed, sperma, vaginaal vocht
- eerst milde verschijnselen
- later leverkanker of levercirrose

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Nieren
Nieren zuiveren je bloed.
Vies bloed komt binnen via de nierslagader, wordt in de niermerg en nierschors gezuiverd en schoon bloed verlaat de nier via de nier ader.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Urine
In de nieren wordt het bloed gezuiverd. Er ontstaat dan urine. Urine is een afvalstof en moet je lichaam verlaten. Via de nierbekken stroomt urine naar de urineleider en wordt dan opgeslagen in de blaas

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Gaswisseling huid

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

kieuwen

  • Vissen gebruiken hun kieuwen om zuurstof uit het water te filteren

  • Ze gebruiken hun bek en de kieuwdeksel om water langs de kieuwlamellen te krijgen

  • Net als longen een groot oppervlakte voor gaswisseling

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

3. Tracheeën --> insecten
 luchtbuizen (tracheën) in het insectenlichaam
Via gaatjes in het skelet (STIGMA's) komt de lucht in de tracheeën (luchtbuisjes)

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Thema 14
Deel 2
- Ademhalingsstelsel
- In- en uitademen
- Luchtkwaliteit

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Ademhalingsstelsel

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Ademen
Hoe is je ademhalingsstelsel gebouwd?

  • Neusholte en keelholte > hier komt de lucht binnen
  • Keelholte > hierlangs gaat de lucht naar de luchtpijp
  • Luchtpijp > bevat kraakbeenringen, vervoert lucht naar longen
  • Bronchiën > splitsing van de luchtpijp naar de longen
  • Luchtpijptakjes > kleinere vertakkingen
    van de bronchiën
  • Longblaasjes > via deze blaasjes gaat zuurstof in de bloedbaan en koolstofdioxide uit de bloedbaan

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Het ademhalingsstelsel van de mens
  • Gaswisseling: opnemen van zuurstof en afgeven van koolstofdioxide.
  • Ademhalen: de lucht continu verversen in je longen.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

longblaasje
gaswisseling

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Ademhalingsstelsel: de organen
Mondholte/neusholte
keelholte
luchtpijp
bronchien
luchtpijptakjes
longblaasjes

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Het ademhalingsstelsel
  • Lucht gaat via luchtpijp, bronchiën en bronchioli naar longblaasjes.
  • Gaswisseling gebeurt in longblaasjes, waar bloed zuurstof opneemt en koolstofdioxide afgeeft.
  • Bloed transporteert opgenomen zuurstof naar weefsels.
  • In weefsels geeft bloed zuurstof af, die door cellen wordt gebruikt voor glucoseverbranding.
  • Verbranding produceert koolstofdioxide, dat door bloed wordt opgenomen en naar longen vervoerd.
  • In longen wordt koolstofdioxide uit het bloed afgestaan en zuurstof opgenomen voor herhaling van proces.

Slide 24 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Kijk goed naar de stand van huig en strotklepje
Ademhaling
Huig is open, lucht kan keel in
Strotklep is open, lucht kan luchtpijp in
Slikken
Huig is dicht, eten gaat niet in de neusholte
Strotklep is dicht, eten gaat slokdarm in
Verslikken
Huig of strotklep sluit niet goed, eten gaat luchtpijp in

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Borstademhaling
Inademen:
  • Tussenribspieren trekken samen
  • Ribben en borstbeen bewegen omhoog
  • Borstholte en longen worden groter
  • Lucht wordt naar binnengezogen

Uitademen:
  • Tussenribspieren ontspannen
  • Ribben en borstbeen zakken omlaag
  • Borstholte en longen worden kleiner
  • Lucht wordt naar buiten geperst

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Borstademhaling
Tussenribspieren:
Spannen --> inademen
Ontspannen --> uitademen
Beweging ribben en borstbeen.


Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Buikademhaling
Inademen:
  • Middenrifspieren trekken samen
  • Middenrif beweegt omlaag
  • Borstholte en longen worden groter
  • Lucht wordt naar binnengezogen

Uitademen:
  • Middenrifspieren ontspannen
  • Organen drukken middenrif omhoog
  • Borstholte en longen worden kleiner
  • Lucht wordt naar buiten geperst

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Buikademhaling
Middenrifspieren:
Samentrekken --> inademen
Ontspannen --> uitademen
Beweging middenrif en de buikwand

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Luchtkwaliteit
Alle lucht die we inademen is verontreinigd
  • Uitlaatgassen: koolstofdioxide, stikstofdioxide, zwaveldioxide, roet, fijnstof
  • Hoge concentratie = smog
  • Zelfs bij parfum adem je deeltjes in
  • Bij roken veel schadelijke deeltjes
  • Mensen met een longziekte zijn hier extra gevoelig voor

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Effecten van Luchtvervuiling
- Luchtvervuiling kan leiden tot ademhalingsproblemen en verergering van longaandoeningen.
- Dit zorgt er ook voor dat de luchtkwaliteit een stuk slechter wordt.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Astma
  • Chronisch
  • Bij astma zijn de bronchiën ontstoken
  • Spiertjes in de luchtwegen trekken samen bij een astma-aanval. 

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

COPD
Bij COPD zijn je longen beschadigd. Per dag neem je 10.000 liter zuurstof op, maar de COPD alleen de helft. Met COPD heb je minder energie. COPD is niet te genezen en roken is de oorzaak.

Twee vormen van COPD
  • Chronische bronchitis
  •  Longemfyseem

Slide 33 - Slide

This item has no instructions