2F Apostrof en accenttekens

Spelling


Apostrof
en
Accenttekens
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Spelling


Apostrof
en
Accenttekens

Slide 1 - Slide

Wanneer gebruik je een apostrof?

Slide 2 - Mind map

De apostrof (') is een leesteken in de vorm van een aanhalingsteken                   1/2
of komma bovenaan de regel.

Je gebruikt een apostrof:

als een of meer letters van een woord zijn weggelaten:
’s Morgens heb ik de meeste energie. (’s morgens = des morgens)
We gaan met z’n allen. (z’n = zijn)
Marit heeft zo’n honger. (zo’n = zo een)
Waar is Bart? Heb jij ’m gezien? (‘m = hem)
Waar is Anna? Ik zag ’r net nog in de kantine. (’r = haar)
Ik heb ’r zin in! (’r = er)
Ik wil d’r niets mee te maken hebben! (d’r = daar)
Kun je ’t nog een keer herhalen? (’t = het)

Slide 3 - Slide

na een open lettergreep als het nodig is voor de uitspraak:                              2/2

auto’s, bikini’s, paraplu’s, Bianca’s vriendin, opa’s kunstgebit
Let op: ook bij woorden op y:
hobby’s, pony’tje, buggy’s

in plaats van een bezits-s bij woorden met een sis-klank:

Max’ vriend, Lies’ telefoon, Hennes en Maurits’ nieuwe collectie
voor een afkorting of cijferwoord met een achtervoegsel:
mp3’tje, hbo’er, 65+’ers, sms’en, zzp’er

Let op: bestaat het woord uit een afkorting en een nieuw woord erachter (een samenstelling), dan gebruiken we een koppelteken: A4-papiertje, 65+-café, sms-taal.

Slide 4 - Slide

Wat is juist?
A
's avonds is het vroeg donker.
B
'S avonds is het vroeg donker.
C
's Avonds is het vroeg donker.
D
'S Avonds is het vroeg donker.

Slide 5 - Quiz

Wat is juist?
A
Dat is Rons trui.
B
Dat is Ron 's trui.

Slide 6 - Quiz

Wat is juist?
A
Ik weet niet wat hij 's Nachts allemaal doet.
B
Ik weet niet wat hij 's nachts allemaal doet.
C
Ik weet niet wat hij s' nachts allemaal doet.
D

Slide 7 - Quiz

Wat is juist?
A
Dat is Alex's jas
B
Dat is Alex jas
C
Dat is Alex' jas

Slide 8 - Quiz

Wat is juist?
A
's Ochtends is het wel fris.
B
'S ochtends is het wel fris.
C
S' ochtends is het wel fris.
D
's ochtends is het wel fris.

Slide 9 - Quiz

Accentteken
Accent aigu: é
Accent grave: è


Met een accentteken:                                                                          1/2

geef je aan hoe je een klank uitspreekt:
hé!, enquête, scène, à la carte

Er zijn drie accenttekens, afkomstig uit het Frans:
- accent aigu: é (klinkt als ee)
comité, cliché
- accent grave: è (klinkt als e zoals in hek)
scène, crème
- accent circonflexe: ê (klinkt ook als e)
enquête, frêle, crêpe

Slide 10 - Slide

                                                                                                               2/2

geef je nadruk aan een woord of lettergreep.

Hiervoor gebruik je alleen het accent aigu:
Ik heb je nog zó gewaarschuwd... tsja, als je het dan tóch doet…
Mariska is dé deskundige op het gebied van sociale media.

Let op: een hoofdletter krijgt geen accent:
Eérst een kopje thee en dan huiswerk maken.

Slide 11 - Slide

Welk accent klopt?
A
premiére
B
première

Slide 12 - Quiz

Waar staat het juiste accent?
A
a la carte
B
á la carte
C
à la carte

Slide 13 - Quiz

Waar staat het juiste accent?
A
enqûete
B
enquete
C
enquête

Slide 14 - Quiz

Waar staat het juiste accent?
A
privé
B
prive
C
privè

Slide 15 - Quiz

Waar staat het juiste accent?
A
ampère
B
ampére

Slide 16 - Quiz

Waar staat het juiste accent?
A
paté
B
pate
C
patè

Slide 17 - Quiz

Taalblokken
Spelling  2F
Apostrof en accentteken

Slide 18 - Slide