Hoofdstuk 14 les 5

Herhaling 14.4
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Herhaling 14.4

Slide 1 - Slide

indeling zenuwstelsel

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Lesdoelen 14.5

Slide 5 - Slide

Werking hormonen
Worden gemaakt in een endocriene klier
Normale klieren hebben een afvoerbuis, endocriene klieren  NIET 
De hormonen gaan via het bloed door het hele lichaam


Slide 6 - Slide

Werking hormonen
Op iedere cel zitten receptoren op het 
celmembraan.
Receptoren en hormonen hebben allemaal 
een eigen vorm, daarom passen hormonen 
alleen op bepaalde receptoren.

Bij lege receptoren gebeurt er niets. 
Als hormoon op receptor hecht, gaat de cel aan het werk.
Waar doet dit je aan denken?

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Is bij diabetes de bloedsuikerspiegel meestal te hoog of te laag?
A
Te hoog, dat heet 'een hypo'
B
Te laag, dat heet 'een hypo'
C
Te hoog, dat heet 'een hyper'
D
Te laag, dat heet 'een hyper'

Slide 12 - Quiz

Wat is in een gezond persoon de 'sensor' voor bloedsuiker?
A
De lever
B
De eilandjes van Langerhans
C
De hypofyse
D
De aorta

Slide 13 - Quiz

Waar wordt in een gezond persoon insuline gemaakt? En glucagon?
A
Insuline in de lever en glucagon in de alvleesklier
B
Beide in de nieren
C
Insuline in de alvleesklier en glucagon in de lever
D
Beide in de alvleesklier

Slide 14 - Quiz

Noem een manier om zonder insuline de bloedsuikerspiegel omlaag te krijgen.

Slide 15 - Open question

Noem een manier om zonder glucagon de bloedsuikerspiegel omhoog te krijgen.

Slide 16 - Open question

Slide 17 - Slide

BINAS tabel 89

Slide 18 - Slide

BINAS 89 C
T4 = thyroxine
= een voorloperhormoon van T3

T4 -> T3

Slide 19 - Slide

Verbranding in de cellen
Schildklierhormoon (T3 of T4)
TSH
TRH
Remt
Stimuleert

Slide 20 - Drag question

BINAS 89 C
Bij mensen met kanker aan de schildklier wordt deze soms verwijderd. Wanneer er na zo'n operatie geen schildklierhormoon (T3 en T4) meer wordt gemaakt, wat gebeurt er dan met de hoeveelheid TRH en TSH?
A
Ze dalen beide want ze hebben geen functie meer
B
Ze stijgen beide want er is geen rem meer van T3 en T4
C
Ze blijven gelijk want deze hormonen worden standaard aangemaakt
D
Ze stijgen beide want ze nemen de functie van schildklierhormoon over

Slide 21 - Quiz

Lesdoelen 14.5

Slide 22 - Slide