Je kan scherp zien doordat je je ooglens boller en platter kunt maken = accommoderen. Dit gebeurd met de accommodatie-spieren.
Bolle lens = dichtbij
Platte lens = veraf
Slide 9 - Slide
Dichtbij = slappe accommodatie-spier, bolle lens.
Ver weg = strakke accommodatie-spier, platte lens.
Slide 10 - Slide
De pupilreflex
Lengtespieren en kringspieren in de iris.
Veel licht = kleine pupil. Kringspieren spannen aan.
Weinig licht = groot pupil. Lengtespieren spannen aan.
Slide 11 - Slide
0
Slide 12 - Video
Ken de onderdelen van het oor.
Geluid is trillende lucht.
De weg van buiten naar binnen:
Oorschelp ->
Gehoorgang ->
Trommelvlies -> Gehoorbeentjes ->
Slakkenhuis
Slide 13 - Slide
In het slakkenhuis zetten de zintuigecellen de trillingen om in impulsen.
Impulsen gaan via de gehoorzenuw naar de hersenen.
Slide 14 - Slide
0
Slide 15 - Video
Gehoorbereik
Mensen horen tussen de 20 en 20000 Hertz.
Het gehoorbereik verschil per diersoort.
Als je ouder wordt slijten de haartjes van de zintuigcellen. Je hoort geen hoge tonen meer.
Slide 16 - Slide
Geluidsniveau
Bij een hard geluid zijn er sterkere geluidstrillingen dan bij een zacht geluid.
Je meet geluidssterkte in decibel.
Slide 17 - Slide
0
Slide 18 - Video
Slikken
Bij slikken of gapen, gaat via de buis van Eustachius lucht van de trommelholte naar de keelholte of andersom.
Slide 19 - Slide
Je trommelvlies trilt goed als de lucht in de gehoorgang even hard drukt als de lucht in de trommelholte.
Slide 20 - Slide
Je evenwichtsorgaan
- Gevoelig voor bewegingen in je lichaam.
- Drie halvecirkelvormige kanalen met vloeistof. De kanalen nemen beweging waar en de vloeistof prikkelt de zintuigcellen.
Slide 21 - Slide
Ga bezig met het maken van oefenopdrachten.
De uitleg is nu klaar.
Kies uit het volgende:
1. Maak opdrachten in het boek.
2. Maak een begrippenlijst.
3. Werk de leerdoelen voor jezelf uit.
Slide 22 - Slide
Benoem de nummers: 1, 2 en 10.
A
1=vaatvlies, 2=netvlies, 10=hoornvlies
B
1=hoornvlies, 2=vaatvlies, 10=netvlies
C
1=netvlies, 2=vaatvlies, 10=hoornvlies
D
1= vaatvlies, 2=hoornvlies. 10=netvlies
Slide 23 - Quiz
Benoem de nummers: 7, 8 en 9
A
7=lens, 8=iris, 9=pupil
B
7=pupil, 8=iris, 9=lens
C
7=lens, 8= accomodatiespier, 9=pupil
D
7=lens, 8= lensbandjes, 9=pupil
Slide 24 - Quiz
lens
iris
netvlies
zenuw
vaatvlies
Glasachtig lichaam
gele vlek
Slide 25 - Drag question
Het gehoorbereik is het gebied tussen de hoogste toon en de laagste toon die je kunt horen. Een hondenfluitje produceert een toon van 22000 Hz (=22k).
Bekijk afbeelding hiernaast en beantwoord de volgende vraag. Welke zoogdieren kunnen het hondenfluitje horen?
T2, 2p
A
mens, hond, vleermuis, olifant, walvis
B
mens, hond, vleermuis, walvis
C
hond, vleermuis, olifant walvis
D
hond, vleermuis, walvis
Slide 26 - Quiz
Bekijk de afbeelding van het gehoorbereik nog eens.
Juist of onjuist
a. Een mens kan een olifant altijd horen.
b. Een walvis kan een mens altijd horen.
I, 2p
A
a = juist
b = juist
B
a = juist
b = onjuist
C
a = onjuist
b = juist
D
a = onjuist
b = onjuist
Slide 27 - Quiz
Maak de zin af.
Teun rijdt met de auto door de Zwitserse bergen. Zijn oren gaan dicht zitten en hij hoort minder. Dit komt omdat ...
T2, 1p
A
de luchtdruk in de buis van Eustachius hoger wordt.
B
de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies niet gelijk is.
C
de luchtdruk in de oorschelp hoger wordt.
D
de luchtdruk in de trommelholte kleiner wordt.
Slide 28 - Quiz
Op de kermis gaan Chayenne en Joost in de booster. Misselijk en een beetje duizelig komen ze even later weer op het plein. Hoe komt het dat ze duizelig geworden zijn?
T2, 2p
A
Omdat de buis van Eustachius geen impulsen meer door kan geven naar de hersenen.
B
Omdat de hersenen de impulsen van het evenwichtsorgaan niet goed kunnen verwerken.
C
Omdat de hersenen de impulsen van de ogen niet goed kunnen verwerken.
D
Omdat het slakkenhuis gevoelig is voor de bewegingen van de kermisattractie.
Slide 29 - Quiz
Lees de tekst hiernaast en bekijk de afbeelding.
In welke situatie is de stand van haar ooglenzen juist getekend?
T2, 1p
A
situatie 1
B
situatie 2
Slide 30 - Quiz
De pupilreflex zorgt voor verandering in de grootte van de pupillen. Trekken de lengtespieren of de kringspieren samen als Anouck naar buiten stapt?