H15.1 -Bewegingen onderzoeken

Beweging!
H15.1 Beweging vastleggen
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Beweging!
H15.1 Beweging vastleggen

Slide 1 - Slide

Wat is een stroboscopische foto?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

0

Slide 4 - Video

Beweging in de stroboscopische foto

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Je ziet een stroboscopische foto van een rollende bal. De stroboscoop gaf om de 0,1 s een flits.
Hoeveel tijdsverschil zit er tussen de eerste en de laatste opname?
Het tijdsverschil tussen de eerste en de laatste opname is
A
0,5 s
B
0,6 s
C
0,7 s
D
0,8 s

Slide 8 - Quiz

Hiernaast staat een stroboscopische foto van een rollende bal. De tijd tussen twee foto's is 1/30 seconden. De afstand tussen de grote cijfers bedraagt 10 cm. Leg uit hoe je kunt zien dat de bal versnelt.

Slide 9 - Open question

Op een stroboscopische foto zie je de afstand tussen de beeldjes steeds minder groot worden. Wat voor soort beweging is dit?
A
Eenparige beweging
B
Versnelde beweging
C
Vertraagde beweging

Slide 10 - Quiz

Vertraagde beweging
Eenparige beweging
Stroboscopische foto
Versnelde beweging

Slide 11 - Drag question

Je ziet hiernaast een stroboscopische foto.
Wat voor soort beweging maakt de bal
op deze foto?
A
Een constante beweging
B
Een eenparige beweging
C
Een versnelde beweging
D
Een vertraagde beweging

Slide 12 - Quiz

Je ziet twee foto's.
Welke van deze twee is (of
zijn) een stroboscopische foto?
A
alleen links
B
alleen rechts
C
zowel links als rechts
D
geen van beide

Slide 13 - Quiz

Hiernaast zie je een stroboscopische
foto. Tussen elke flits zit 0,4 s.
In hoeveel seconden is deze foto
gemaakt?
A
2,0 s
B
1,6 s
C
1,4 s
D
2,4 s

Slide 14 - Quiz

Hiernaast zie je een stroboscopische foto.
Deze foto is gemaakt in een
totale tijdsduur van 2 sec.
Wat is de tijdsduur tussen twee flitsen?
A
2 sec.
B
0,4 sec.
C
0,5 sec
D
Dat kun je niet zeggen met deze gegevens.

Slide 15 - Quiz

Er wordt geflitst met een frequentie van 4 Hz. Op een stroboscopische foto zie je 8 beelden. Hoeveel seconden heeft de beweging op de foto geduurd?
A
1,5 seconde
B
1,75 seconde
C
1,9 seconde
D
2 seconden

Slide 16 - Quiz

Wat is een stroboscopische foto?
A
Een aantal foto's achter elkaar geplakt
B
Een flitslamp gecombineerd met een fototoestel
C
Een lamp gecombineerd met een fototoestel
D
Een foto genomen in de discotheek

Slide 17 - Quiz

Op een stroboscopische foto staan 7 ballen.
De tijd tussen de lichtflitsen is 0,04 s.
Hoeveel tijd zit er tussen het eerste en het laatste beeldje van de bal ?
A
0,28 s
B
0,24 s
C
0,028 s
D
0,20s

Slide 18 - Quiz

Maak een s,t-diagram

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

75 km/is ... m/s
A
20,8 m/s
B
270 m/s

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

19,44 m/s is ... km/h
A
5,4 km/h
B
70 km/h

Slide 24 - Quiz

Gemiddelde snelheid
Afstand delen door tijd. De gemiddelde snelheid.


Vgem=ts

Slide 25 - Slide

Opdrachten
a) Een fietser legt een afstand van 12 kilometer af in 45 minuten. Wat is zijn gemiddelde snelheid in m/s?

b) Een auto rijdt met een snelheid van 90 km/u. Hoe lang duurt het (in seconde) om een afstand van 2500 meter af te leggen?

c) Een hardloper rent met een snelheid van 4 meter per seconde. Hoeveel meter legt hij af in 10 minuten?

Slide 26 - Slide

Trajectcontrole
De gemiddelde snelheid bereken je door de afstand die je hebt afgelegd te delen door de tijd die je daarover hebt gedaan. 

Bij trajectcontroles langs de snelweg wordt hetzelfde principe gebruikt, bekijk het volgende plaatje maar. 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Wat is de formule om gemiddelde snelheid te berekenen
A
snelheid =afstand / tijd
B
snelheid = tijd / afstand
C
tijd = snelheid x afstand

Slide 29 - Quiz

Wat is de juiste formule om de gemiddelde snelheid uit te rekenen?
A
t = s / v
B
s = v x t
C
v = s / t
D
v = s x t

Slide 30 - Quiz

Een auto rijdt een afstand van 385 km met een gemiddelde snelheid van 110 km/h. Bereken hoelang de auto over die afstand doet.
A
t = 3,5 h
B
t = 0,29 h
C
Drie kwartier
D
t = 2,5 h

Slide 31 - Quiz

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Ga aan de slag
Maak alle opdrachten van H15.1 af.

Slide 34 - Slide