Produceren maar!

Produceren maar!
Hoofdstuk 6.1
04-03-2025
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Produceren maar!
Hoofdstuk 6.1
04-03-2025

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 6.1
  • Je kunt de vier productiefactoren met voorbeelden noemen.
  • Je kunt de beloning van de productiefactoren noemen.
  • Je kunt uitleggen wat een bedrijfskolom is en uitleggen wat die te maken hebben met toegevoegde waarde.
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen arbeidsintensief en kapitaalintensief produceren.




Slide 2 - Slide

De productiefactoren
Middelen die je nodig hebt als je iets gaat produceren:
  • Kapitaal- Kapitaalgoederen, machines en gebouwen
  • Arbeid- Het werk dat verricht wordt door mensen
  • Natuur- Grondstoffen, zonlicht en water
  • Ondernemerschap= Winst maken

Slide 3 - Slide

Beloningen KANO
Kapitaal- rente, huur
Arbeid- loon
Natuur- pacht
Ondernemerschap- winst


Slide 4 - Slide

Noem de productiefactoren

Slide 5 - Open question

Bedrijfskolom
  • Alle bedrijven die aan een product                                     meewerken
  • Toegevoegde waarde

Hoeveel € voegt het broodfabriek toe?

 

Slide 6 - Slide

Hoe produceren?
  • Arbeidsintensieve productie: naar verhouding wordt meer   met mensen geproduceerd dan met machines.
  • Kapitaalintensieve productie: naar verhouding wordt meer  met machines (kapitaalgoederen) geproduceerd dan met mensen.




Slide 7 - Slide

Filmpje landbouw
Kijkvragen:
  1. Welke productiefactoren herken je in het filmpje? Geef de voorbeelden
  2. Vergelijk deze landbouw met de landbouw van 100 jaar geleden. Welke verschillen? Gebruik de woorden arbeidsintensief/kapitaalintensief.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Welke productiefactoren herken je in het filmpje? Geef de voorbeelden

Vergelijk deze landbouw met de landbouw van 100 jaar geleden. Welke verschillen zie je? Gebruik de woorden arbeidsintensief/kapitaalintensief.

Slide 10 - Open question

Aan de slag!
Wat?                                                         Paragraaf 6.1 uit je werkboek
                                                                   Opdracht 1 t/m 9
Hoe?                                                        Individueel of in tweetallen
Hoelang de tijd?                                Tot 12:05
Wat heb je nodig?                             Je werkboek
Klaar?                                                      Kijk alvast naar blz. 163 en lees                                                                       de theorie





Slide 11 - Slide

Hebben we de doelen behaald?
  • Je kunt de vier productiefactoren met voorbeelden noemen.
  • Je kunt de beloning van de productiefactoren noemen en uitleggen wat die te maken hebben met toegevoegde waarde.
  • Je kunt uitleggen wat een bedrijfskolom is.
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen arbeidsintensief en kapitaalintensief produceren.

Slide 12 - Slide