3 havo - 12.2 geslacht

bei Deutsch
3. Klasse havo
Periode 3 
KW 12
vandaag:
studieplanner
LessonUp
vorige les
Spiel



Willkommen!
LernZiel:
Je weet hoe je achter het geslacht van woorden komt.
Je weet de naamval van tijdsbepalingen.
Heute:
StudiePlanung
LessonUp
vorige Stunde
Spiel


Rebus:
🕸️           🐓 
t=un      ha=e
                          
 

     
1 / 35
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

bei Deutsch
3. Klasse havo
Periode 3 
KW 12
vandaag:
studieplanner
LessonUp
vorige les
Spiel



Willkommen!
LernZiel:
Je weet hoe je achter het geslacht van woorden komt.
Je weet de naamval van tijdsbepalingen.
Heute:
StudiePlanung
LessonUp
vorige Stunde
Spiel


Rebus:
🕸️           🐓 
t=un      ha=e
                          
 

     

Slide 1 - Slide

Studieplanner
KW 6  = voorz. 3e naamval + Buch B Seite 108
KW 7  = voorz. 4e naamval + Buch B Seite 110
KW 8  = voorz. 3e + 4e naamval + Buch B Seite 160
KW 9 FrühlingsFerien
KW 10 = voorz. 3e + 4e naamval + Buch B Seite 162
KW 11  = TOETS lezen en idioom
KW 12 = alle voorzetsel + naamvallen + blz. 161 ook zinnen
KW 13 = alle voorzetsel + naamvallen + blz. 163 ook zinnen
KW 14 = alle voorzetsel + naamvallen + blz. 161 & 163 ook zinnen
KW 15 toetsweek

Slide 2 - Slide

onzijdig
het-woorden, letters
verkleinwoorden:
-chen -lein
Ausnahme:
Ge...e

Slide 3 - Slide

vrouwelijk
vrouwelijke mensen en dieren, cijfers
einde op:
-heit -keit -schaft -ung -ei -anz -ik -ion -tät -ur -ie -e(80%)

Slide 4 - Slide

mannelijk
mannelijke mensen en dieren
dagen, maanden, jaargetijden, windrichtingen
Ausnahme |:
Name, Junge, Käse
Ausnahme ||:
Park, Wald, Strand, Bahnhof, Erfolg

Slide 5 - Slide

Sleep de woorden naar het juiste geslacht.
Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Meervoud
Buch
Kind
Eltern
Kinder
Geld
Brief 
Blume
Gemüse
Zeitung

Slide 6 - Drag question

geslacht?

Geld
A
mannelijk (der)
B
vrouwelijk (die)
C
onzijdig (das)
D
meervoud (die)

Slide 7 - Quiz

geslacht?

Berwerbung
A
mannelijk (der)
B
vrouwelijk (die)
C
onzijdig (das)
D
meervoud (die)

Slide 8 - Quiz

tijdsbepalingen
zonder voorzetsel 4e naamval

met voorzetsel 3e naamval

Slide 9 - Slide

Welke naamval moet op de ...?

Ich gehe jed... Tag zur Schule.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 10 - Quiz

Welke naamval moet op de ...?

Ich gehe in ein... Woche zur Schule.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 11 - Quiz

Welke naamval moet op de ...?

Wir haben vor ein... Woche eine Test geschrieben.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 12 - Quiz

Welke naamval moet op de ...?

Wir werden in ein... Woche eine Test schreiben.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 13 - Quiz

Welke naamval moet op de ...?

Wir schreiben jed... Woche eine Test.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 14 - Quiz

vorige les...

Slide 15 - Slide

an 
auf
hinter
neben
in
über 
unter 
vor zwischen
Keuze-voorzetsels
4e
3e
stilstand
beweging
Wo?
Wohin?

Slide 16 - Slide

Welke naamval moet er volgen?

Ich laufe hinter ... nach Hause.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 17 - Quiz

Welke naamval moet er volgen?

Ich stehe hinter ...
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 18 - Quiz

Welke naamval moet er volgen?

Ich laufe hinter ... .
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 19 - Quiz

an 
auf
hinter
neben
in
über 
unter 
vor zwischen
7-2 regel
4e
3e
stilstand
beweging

Slide 20 - Slide

Welke naamval moet op de ...?

Ich spreche über ... mit meinem Freund.
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 21 - Quiz

Welke naamval moet op de ...?

Ich spreche mit ...
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 22 - Quiz

Welke naamval moet op de ...?

Ich gehe durch ...
A
1e
B
2e
C
3e
D
4e

Slide 23 - Quiz

3
mit
nach
bei
seit
von
zu 
aus
außer
entgegen
gegenüber
4
durch
für
ohne
um
bis
gegen
entlang

Slide 24 - Slide

3
m
n
b
s
v
z
a
a
e
g
4
d
f
o
u
b
g
e

Slide 25 - Slide

Schrijfopdracht
1. Mijn naam is …… / Ik heet ……
2. Ik ben …… jaar oud.
3. Mijn moeder is politieagente en mijn vader werkt als maatschappelijk werker in een verzorgingstehuis.
4. Ik weet nog niet precies wat ik wil worden.
5. Om hotelmanager te worden, moet je vreemde talen studeren.
6. Ik spreek alleen goed Engels.
7. Misschien word ik politieagent net als mijn moeder.

timer
10:00
individueel

Slide 26 - Slide

Blackout
Richtige Antwort auf Deutsch = 2 Punkte

Richtige Antwort auf Niederländisch = 1 Punkt

Slide 27 - Slide

Ziel
Je weet hoe je achter het geslacht van woorden komt.
Je weet de naamval van tijdsbepalingen.
Hast du das Ziel erreicht?

Slide 28 - Slide

der nächste Unterricht
Boek B + laptop + lader mee

Huiswerk / leerwerk overhoren!




Slide 29 - Slide

das Ende
Wat vond je van de les?

Wat heb je geleerd?

Wat was er nuttig?

Heb je een tip voor iemand?

Kies drie vragen en schrijf het antwoord op

Slide 30 - Slide

tschüss!                   auf Wiedersehen!

Slide 31 - Slide

tschüss!                   auf Wiedersehen!

Slide 32 - Slide

ga naar 

Slide 33 - Slide

hoofdstuk 1 -5 was huiswerk
Je moet elk rondje 'goud' maken door hem nog een keer te doen.

Vergeet de verhaaltjes niet!
timer
15:00

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide