Spelling A: Basisprincipes spelling

Taalverzorging A
Aan het eind van deze les ben je bekend met de belangrijkste basisprincipes van de Nederlandse spelling.
Tekst
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Taalverzorging A
Aan het eind van deze les ben je bekend met de belangrijkste basisprincipes van de Nederlandse spelling.
Tekst

Slide 1 - Slide

Raden
  1. Wat is de meest gemaakte spelfout in het Nederlands?
  2. Welke andere fouten worden ook vaak gemaakt?
1.
Vervangen van het woord ‘eens’ door ‘is’.
Bijv. Vertel is... i.p.v. vertel eens.
2.
Fouten met een -d of -t maken we nog regelmatig. Bijv. het woord ‘gebeuren’. We schrijven ‘Het gebeurt’, ‘Het is gebeurd’ of vinden; ‘Ik vind’ en ‘Wat vind jij’?
of
‘me’ of ‘mijn’. ‘Me’ gebruik je als wederkerend vnw: ‘Vandaag heb ik me gewassen.’ Je kunt het woord niet als bez.vnw gebruiken. M.a.w.: je kunt ‘mijn’ niet vervangen door ‘me’. Je kunt wel vragen: ‘Heb je m’n mobiel gezien?’, maar niet: ‘Heb je me mobiel gezien?’

Slide 2 - Slide

Wat moet het wel zijn? Waarom?

Slide 3 - Slide

Neem de zin over en vul aan:
"Ik vind spelling ..., omdat .... ."

Slide 4 - Open question

Wat is spelling?
Spelling is: alle afspraken die zijn gemaakt voor het schrijven van woorden.

Slide 5 - Slide

De Nederlandse spelling heeft superveel uitzonderingen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Is spelling onlogisch?

Zo lijkt het misschien en veel mensen zeggen dat het Nederlands veel "uitzonderingen" heeft.
Maar dat valt wel mee...

Slide 7 - Slide

Drie basisprincipes

Basisprincipe = hoofdregel

  • Uitspraak
  • Gelijkvormigheid
  • Herkomst

Slide 8 - Slide

1 - uitspraak
  • Schrijf wat je hoort!
  • Lekker makkelijk, maar niet genoeg. .

Slide 9 - Slide


Hoe spreek jij dit uit?
A
Pahppriekaa
B
Paapriekaa

Slide 10 - Quiz


Hoe spreek jij dit uit?
A
Puuzel
B
puhzzel

Slide 11 - Quiz


Hoe spreek je dit uit?
A
ZanTbak
B
Zambak
C
SanTbak
D
Sambak

Slide 12 - Quiz

2 - gelijkvormigheid
Vergelijkbare woorden schrijven we zoveel mogelijke hetzelfde.

Daarom dénken we dat er uitzonderingen zijn: we weten niet bij welke groep een woord hoort.

Slide 13 - Slide

Accenten
Niet iedereen praat hetzelfde, dus dit principe alleen is niet genoeg.

Slide 14 - Slide

Bijvoorbeeld
  • hand --> handen
Deze horen bij elkaar en dat is nu duidelijk.
  • hij wordt --> hij rent; hij lacht
Niet nodig voor de uitspraak, maar omdat sommige woorden een T krijgen in de hij-vorm, krijgen ze er allemaal een.

Slide 15 - Slide

3 - herkomst (etymologie)
Leenwoorden uit een andere taal of uit een oudere vorm van het Nederlands.

Kortom: om daarom-woorden

Slide 16 - Slide

Geen perfect systeem
Principes zitten elkaar in de weg
Uitspraak en gelijkvormigheid gaan bijvoorbeeld niet altijd samen.

Slide 17 - Slide

Voorbeelden
  • Nederlandse woorden met 
        ei-ij en ou-au
  • De meervouden van woorden zoals museum en politicus
  • Franse woorden met de eindklank OO (eau)

Slide 18 - Slide

Ik voel me prettiger als ik er verzorgd uitzie
(haar gekamd, tanden gepoetst, schone kleren, etc.).
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

Welk fornuis gebruik je het liefst?
A
Links
B
Rechts

Slide 20 - Quiz

Door jouw manier van schrijven krijgen mensen een bepaald beeld van jou.

Slide 21 - Slide

Wie zou jij aannemen?
Geachte heer/mevr,

Op internet zag ik uw vakature voor schoonmaaker. Hierbij wil ik men intresse kenbaar maken. Ik zal mezelf eerst ff kort voorstellen. Mijn naam is Anita Meijer en ik wordt binnenkort 38 jaar.
Geachte heer/mevrouw,

Op internet zag ik uw vacature voor schoonmaker. Hierbij wil ik mijn interesse kenbaar maken. Ik zal mezelf eerst even kort voorstellen. Mijn naam is Anita Meijer en ik word binnenkort 38 jaar.

Slide 22 - Slide

TaalVERZORGING
Je verzorgt jezelf, dus waarom je taal niet?

Slide 23 - Slide

Kortom
Drie basisprincipes:

  1. Uitspraak = Schrijft wat je hoort.
  2. Gelijkvormigheid =  Soort zoekt soort.
  3. Herkomst (etymologie) = Zo hebben we het altijd gedaan.

Slide 24 - Slide


Ja
Nee

Slide 25 - Poll

Weet je nu op welke 3 basisprincipes de spellingregels zijn gebaseerd?
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

Aan de slag
Wat

Maak je huiswerkopdrachten van hoofdstuk A,
blz. 116

Hoe
Eerste 10 minuten individueel, in stilte.
Als de timer afgelopen is mag je zachtjes overleggen met je buurman/buurvrouw

Hulp nodig? 
Steek je vinger op, dan kom ik langs.


Klaar?
Ga dan lezen in je leesboek of andere huiswerkopdrachten maken


timer
10:00

Slide 27 - Slide