Voorkennis hst 9

Hoofdstuk 9
Voorkennis: inhoud




3TB1
S. Lahraoui
1 / 27
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 9
Voorkennis: inhoud




3TB1
S. Lahraoui

Slide 1 - Slide

Lesplanning
  • Terugblik
  • Nieuwe stof (inhoud uitrekenen) 
  • Zelf aan de slag
  • Leerdoelen controleren

Slide 2 - Slide

Hoe bereken je de omtrek en oppervlakte van een rechthoek?

Slide 3 - Mind map


Wat is de oppervlakte en wat is de omtrek van de figuur?
A
oppervlakte: 35 omtrek: 70
B
oppervlakte: 300 omtrek: 70
C
oppervlakte: 60 omtrek: 35
D
oppervlakte: 70 omtrek: 300

Slide 4 - Quiz

Omtrek 
  • Formule: L+L+B+B

Oppervlakte 
  • Formule: Lengte x Breedte 
  • vierkante lengte-eenheid

Slide 5 - Slide

Leerdoelen deze les
Aan het einde van de les kan je:
• De inhoud berekenen van een driedimensionale figuur.
• De eenheden correct omrekenen 
• Het verschil tussen omtrek, oppervlakte en inhoud benoemen.

Slide 6 - Slide

Inhoud bereken 

Slide 7 - Slide

Inhoud  


"Inhoud" verwijst naar de hoeveelheid ruimte die binnen een driedimensionaal object, zoals een doos, vat, of kamer, zit. 

Slide 8 - Slide

Inhoud berekenen
Formule = Lengte x breedte x hoogte

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Wat is de inhoud van deze kast in kubieke centimeter?

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Hoe bereken je de oppervlakte van een driehoek?
A
zijde x hoogte
B
schuine zijde x basis
C
zijde x lengte
D
zijde x hoogte : 2

Slide 14 - Quiz

Oppervlakte driehoek
zijde x bijbehorende hoogte : 2 
of
0,5 x zijde x bijbehorende hoogte

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Wat is de oppervlakte van de (grote) driehoek ?
A
32 x 24 : 2 = 384
B
26 x 42 : 2 = 546
C
42 x 24 : 2 = 504
D
26 x 40 : 2 = 520

Slide 17 - Quiz

Aan de slag
Wat? Maak V1 t/m V4 (blz. 8)
Hoe? Individueel
Tijd? ±15 minuten
Hulp/vragen? Gebruik het blad dat de docent uit heeft gedeeld
Klaar? Maak de opgave op het werkblad, vraag deze aan de  docent

Slide 18 - Slide

Leerdoel herhalen/controleren
Aan het einde van de les kan je:
• De inhoud berekenen van een driedimensionale figuur.
• De eenheden correct omrekenen 
• Het verschil tussen omtrek, oppervlakte en inhoud benoemen.

Slide 19 - Slide

2.000.000cm³=
A
20m³
B
2000cm²
C
0,2m³
D
2m³

Slide 20 - Quiz

Het doosje is kubusvormig.

Wat is de inhoud van het doosje in kubieke centimeter?
A
512 cm³
B
64m³
C
336cm³
D
512 cm²

Slide 21 - Quiz

Wat heb ik berekend als ik een hek moet plaatsen van 18m.

Afmeting tuin: 6m lang, 3 m breed
A
Oppervlakte
B
Omtrek
C
Inhoud
D
Vierkantemeter

Slide 22 - Quiz

Welk woord gebruiken we om te vertellen hoe groot een vlakke ruimte is, zoals een kamer, rechthoek of vierkant?
A
Vierkante meter
B
Omtrek
C
Inhoud
D
Oppervlakte

Slide 23 - Quiz

Wat is de oppervlakte
driehoek ABC?
A
12 cm²
B
6 cm²
C
10 cm²
D
5 cm²

Slide 24 - Quiz

Wat heb je gedaan als je hebt ontdekt hoeveel water er in een tank kan nadat je weet hoe groot die tank is?
A
Oppervlakte berekend
B
Inhoud berekend
C
Omtrek berekend
D
Lengte berekend

Slide 25 - Quiz

Oppervlakte berekenen

Slide 26 - Slide

Wat is de omtrek en de oppervlakte van deze figuur?

Slide 27 - Open question