This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
oefentoetsje Hoofdstuk 7 - Rusland
Slide 1 - Slide
Welk klimaat vind je vooral in Rusland?
A
Landklimaat
B
Zeeklimaat
C
Poolklimaat
D
Steppeklimaat
Slide 2 - Quiz
Bij dit klimaatdiagram hoort een... klimaat
A
B
B
C
C
D
D
E
Slide 3 - Quiz
Noteer twee redenen waarom het zo koud is in grote delen van Rusland
Slide 4 - Open question
De Podzolbodem is
A
Erg nat
B
Erg droog
C
Erg vruchtbaar
D
Erg onvruchtbaar
Slide 5 - Quiz
De podzolbodem vind je bij
A
Naaldbossen
B
Loofbossen
C
Toendra
D
Steppe
Slide 6 - Quiz
Leg uit waarom podzolbodems onvruchtbaar zijn (oorzaak-gevolgrelatie)
Slide 7 - Open question
Tsjernozem betekent
A
Bruine aarde
B
Gele aarde
C
Grijze aarde
D
Zwarte aarde
Slide 8 - Quiz
De Tsjernozem is erg vruchtbaar door veel
A
Regen
B
Uitspoeling
C
Oerbank
D
Humus
Slide 9 - Quiz
Permafrost vind je in Rusland in het
A
Noordwesten
B
Noordoosten
C
Zuidwesten
D
Zuidoosten
Slide 10 - Quiz
Noteer een reden waarom steeds meer landen (onder andere de VS) interesse hebben in het Noordpoolgebied
Slide 11 - Mind map
Toendra vind je veel op
A
Podzolgrond
B
Tsjernozem
C
Lossgrond
D
Permafrost
Slide 12 - Quiz
Wat hoorde NIET bij de Sovjet-Unie (twee antwoorden goed)
A
Planeconomie
B
Markteconomie
C
5-jarenplannen
D
Vrijhandel
Slide 13 - Quiz
Welk land hoort NIET bij de BRICS?
A
Brazilie
B
Rusland
C
Indonesie
D
India
Slide 14 - Quiz
Wat zijn overeenkomsten tussen de BRICSlanden?
A
Groot landoppervlak
B
Veel inwoners
C
Groeiende economie
D
Groeiende politieke invloed
Slide 15 - Quiz
Hoe kenmerkt de demografische ontwikkeling in Rusland zich?
A
Laag geboortecijfer, hoog sterftecijfer
B
Laag geboortecijfer, laag sterftecijfer
C
Hoog geboortecijfer, hoog sterftecijfer
D
Hoog geboortecijfer, laag sterftecijfer
Slide 16 - Quiz
Rusland kent een.... natuurlijke bevolkingsgroei en een .... sociale bevolkingsgroei
A
positief-positief
B
positief - negatief
C
negatief - negatief
D
negatief - positief
Slide 17 - Quiz
Een land heeft een laag geboortecijfer en een laag sterftecijfer. Het geboortecijfer is nog wat hoger dan het sterftecijfer. Dit is fase... van het demografisch transitiemodel
A
2
B
3
C
4
D
5
Slide 18 - Quiz
Een land heeft 7000 inwoners. Er worden per jaar 49 mensen geboren. Wat is het geboortecijfer?
Slide 19 - Open question
Een land heeft 7000 inwoners en het sterftecijfer is 9 promille. Hoeveel mensen overlijden er jaarlijks?