6.3 serie & parallel

6.3 serie en parallel
1 / 11
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

6.3 serie en parallel

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Je kunt aan het einde van de les:
  • een serieschakeling herkennen en de eigenschappen ervan noemen;
  • een parallelschakeling herkennen en de eigenschappen ervan noemen.

Slide 2 - Slide

Serieschakeling
Alles staat met elkaar verbonden.
Gaat de batterij uit => alle lampjes uit
Stroomsterkte is overal gelijk!
Spanning verdeeld zich over twee lampjes!

Slide 3 - Slide

Je ziet; stroomsterkte is overal gelijk
Spanning verdeeld zich gelijk over de lampjes

Slide 4 - Slide

Parallelschakeling
Er zijn vertakkingen
Elke lamp/apparaat kan je apart aan en uitzetten
Stroomsterkte verdeeld zich over de lampjes
De spanning is overal gelijk

Slide 5 - Slide

Parallelschakeling
Er komt 12V uit de batterij en die komt bij elke lamp aan = spanning is gelijk!
De stroomsterkte verdeeld zich!

Slide 6 - Slide

Aantekening:
Serieschakeling
Parallelschakeling
Stroomsterkte (I)
Overal gelijk.



Itotaal= I1=I2=I3...
Verdeeld zich over iedere vertakking van de stroomkring.

Itotaal=I1+I2+I3...
Spanning (U)
Verdeeld zich over elk apparaat.

Utotaal=U1+U2+U3...
Overal gelijk.


Utotaal=U1=U2=U3...

Slide 7 - Slide

De spanning is 33 volt en de stroomsterkte 5 Ampère. Hoeveel volt krijgt elk lampje? En hoeveel stroomsterkte?
A
Elke lamp krijgt 33 volt en 5 ampere
B
Elke lamp krijgt 33 volt en 1,7 ampere
C
Elke lamp krijgt 11 volt en 5 ampere
D
Elke lamp krijgt 11 volt en 1,7 ampere

Slide 8 - Quiz

De spanning is 63 volt en de stroomsterkte 5 Ampère. Hoeveel volt krijgt elk lampje? En hoeveel stroomsterkte?
A
Elke lamp krijgt 63 volt en 5 ampere
B
Elke lamp krijgt 63 volt en 1 ampere
C
Elke lamp krijgt 9 volt en 5 ampere
D
Elke lamp krijgt 9 volt en 1 ampere

Slide 9 - Quiz

Opdracht 36

Slide 10 - Slide

Opdrachten maken
Weektaak
Waar? Bladzijde 204 t/m 208
Wat? Opdracht 29 t/m 39
Hoe? In je werkboek
Klaar? Nakijken

Slide 11 - Slide