3. Meervoud (Plurals)

Ga fijn op je plek zitten

Check even:
* Telefoon in de bak?
* Jas uit?
* Oortjes uit?
* Spullen op tafel?


1 / 27
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Ga fijn op je plek zitten

Check even:
* Telefoon in de bak?
* Jas uit?
* Oortjes uit?
* Spullen op tafel?


Slide 1 - Slide


1. Toets gepland?
2. Uitleg plurals
3. (home)work time

Slide 2 - Slide

Plural nouns

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Meervoud
Standaard regel: woord+s
examples:
one car   -   two cars
one boy   -   two boys
one house   -   two houses


Slide 5 - Slide

Uitzonderingen:
1. woorden die eindigen op een s-klank
2. woorden die eindigen op medeklinker+y
3. woorden die eindigen op f
4. onregelmatige woorden

Slide 6 - Slide

1. woorden die eindigen op een s-klank
Woorden die eindigen op een s-klank,
krijgen in het meervoud +es (anders hoor je de s niet).

examples:
1 box 2 boxes / 1 glass 2 glasses /
1 church 2 churches / 1 bus 2 buses

Slide 7 - Slide

2. woorden die eindigen op medeklinker+y

Bij deze woorden verandert de -y in -ies

Examples:
1 baby 2 babies / 1 pastry 2 pastries / 1 fly 2 flies

Slide 8 - Slide

3. woorden die eindigen op -f
Bij deze woorden verandert de -f in -ves

Examples:
1 shelf 2 shelves / 1 life 2 lives/ 1 half 2 halves

Slide 9 - Slide

4. onregelmatige woorden
Deze moet je uit je hoofd kennen:
man - men                                            foot - feet
woman - women                                mouse - mice                       
person - people                                  fish - fish
child - children                                    sheep - sheep
tooth - teeth                                         potato - potatoes


Slide 10 - Slide

One boy, two ...
A
boys
B
boies
C
boyes

Slide 11 - Quiz

One glass, two ...
A
glass
B
glasss
C
glasses

Slide 12 - Quiz

One woman, two ...
A
womans
B
women
C
womens

Slide 13 - Quiz

One sheep, two ....
A
sheeps
B
sheep

Slide 14 - Quiz

One enemy, two ...
A
enemys
B
enemies
C
enemyes

Slide 15 - Quiz

One mouse, two ...
A
mouses
B
mice
C
mices

Slide 16 - Quiz

One knee, two ...
A
knees
B
knee
C
kneeses

Slide 17 - Quiz

One wolf, two ...
A
wolfs
B
wolfes
C
wolves

Slide 18 - Quiz

One child, two ...
A
childs
B
childeren
C
children

Slide 19 - Quiz

One house, two ...
A
houses
B
hise
C
hises

Slide 20 - Quiz

One box, two ...
A
boxs
B
boxes
C
boxing

Slide 21 - Quiz

One tomato, two ...
A
tomatoes
B
tomatos
C
tomato

Slide 22 - Quiz

One baby, two ...
A
babys
B
baby's
C
babies

Slide 23 - Quiz

One man, two ...
A
men
B
mens
C
man

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Link

(Home)work time
Basis
- 30b, 30c, 31a, 31b
(page 26-28)

Duolingo: 150 punten deze week
Kader
- kijk bij de online oefeningen van Stepping Stones  (planning)
Duolingo: 150 punten deze week

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide