Daltonuur

Wat is de formule om de molaire massa uit te rekenen?
A
m = M / n
B
M = m / n
C
M = m x n
D
m = M x n
1 / 26
next
Slide 1: Quiz
scheiMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Wat is de formule om de molaire massa uit te rekenen?
A
m = M / n
B
M = m / n
C
M = m x n
D
m = M x n

Slide 1 - Quiz

Molaire massa (herhaling)
M = m / n
M = Molaire massa in gram/mol
m = massa in gram
n = aantal mol stof

Slide 2 - Slide

Het periodiek systeem
De molaire massa kun je ook in het periodiek systeem vinden.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Wat is de molaire massa van zwavel?
A
32,06 gram
B
32 gram / mol
C
16 gram / mol
D
32,06 gram / mol

Slide 5 - Quiz

Wat betekend het getal links boven in elk vakje?
A
Dat is het aantal neutronen
B
Dat is het atoomnummer
C
Dat is het aantal mol
D
Dat is de molaire massa

Slide 6 - Quiz

Bekijk het vakje van Boor (B)
  • 5 is het atoomnummer en dit is ook het aantal protonen
  • B is het symbool van Boor
  • 10,81 is de molaire massa in   gram / mol
  • Als je 10,81 af rond op een geheel getal 11, dan heb je het massagetal.

Slide 7 - Slide

Het atoomnummer en massagetal heb je nodig bij mol berekeningen. Is deze uitspraak goed of fout?
A
Goed
B
Fout
C
Dat kun je zo niet zeggen

Slide 8 - Quiz

Bereken de molaire massa van de stof in de afbeelding:

Slide 9 - Open question

Was deze vraag moeilijk of makkelijk?
Moeilijk Ik snap er echt niets van!
Makkelijk,
Niet moeilijk maar ook niet makkelijk, ik oefen dit graag nog meer.

Slide 10 - Poll

Mol uitrekenen
Vaak krijg je de massa in gram of kilogrammen, in paragraaf 3 gaan we met de reactievergelijking via mol rekenen. Dan moeten we eerst de massa omrekenen naar mol.

Slide 11 - Slide

Bereken hoeveel mol 34,8 gram zuurstof is.

Slide 12 - Open question

Deze vraag :
Was makkelijk en lukt goed
Ik maakte de fout met zuurstof, die had ik niet x 2
Was moeilijk, ik wist niet hoe ik de formule moest omschrijven of welke formule ik moest gebruiken

Slide 13 - Poll

Molverhouding
De molverhouding kun je aflezen aan de grote getallen in de reactievergelijking.

De molverhouding tussen zuurstof en koolstofdioxide is:
3 : 2

Dat betekend dat 3 deeltjes zuurstof altijd 2 deeltjes koolstofdioxide leveren in deze reactie.

Slide 14 - Slide

Wat is de molverhouding tussen water en koolstofdioxide?
A
Water : koolstofdioxide = 3 : 2
B
Water : koolstofdioxide = 2 : 3
C
Water : koolstofdioxide = 3 : 3
D
Water : koolstofdioxide = 1 : 3

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Video

Molverhouding I
Pb3O4 : HCl = .......
A
3 : 4
B
7 : 8
C
1 : 8
D
7 : 2

Slide 17 - Quiz

Molverhouding II
O2 : MgO = .......
A
1 : 1
B
2 : 1
C
1 : 2

Slide 18 - Quiz

Molverhouding IV
V : CaO = .......
A
5 : 5
B
2 : 5
C
5 : 2
D
1 : 2

Slide 19 - Quiz

Rekenen met de molverhouding
Molverhouding II
Mg : O2 = 2 : 1

We hebben 3,2 mol Mg bereken hoeveel mol O2 er dan nodig is voor de reactie.

Mol O2 = mol Mg / 2 x 1
mol O2 = 3,2 / 2 x 1 = 1,6 mol

Slide 20 - Slide

Bereken het aantal mol van de gevraagde stof via de molverhouding
  1. Bereken aantal mol H2O ontstaat als ook 7,6 mol PbCl2 ontstaat.
  2. Bereken aantal mol zuurstof dat nodig is voor het ontstaan van 2,40 mol MgO
  3. Bereken hoeveel mol Zn nodig is voor 12,18 mol Cu
  4. Bereken hoeveel mol Ca nodig is voor het ontstaan van 6 mol V. 

Slide 21 - Slide

Bereken aantal mol H2O ontstaat als ook 7,6 mol PbCl2 ontstaat.



Molverhouding 




7,6 / 3 x 4 = 10,13 mol

PbCl2
H2O
3
4
7,6
????

Slide 22 - Slide

Bereken aantal mol zuurstof dat nodig is voor het ontstaan van 2,40 mol MgO
Molverhouding




2,40 / 2 x 1 = 1,2 mol
MgO 
O2
2
1
2,40
????

Slide 23 - Slide

Bereken hoeveel mol Zn nodig is voor 12,18 mol Cu
Molverhouding





12,18 / 1 x 1 = 12,18 mol
Cu
Zn
1
1
12,18
???

Slide 24 - Slide

Bereken hoeveel mol Ca nodig is voor het ontstaan van 6 mol V. 
Molverhouding




6 / 2 x 5 = 15 mol
V
Ca
2
5
6
????

Slide 25 - Slide

Welke belangrijke woorden (vaktermen) heb je vandaag voorbij horen komen?

Slide 26 - Mind map