Inversie en congruentie herhaling

INVERSIE en CONGRUENTIE
Herhaling
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

INVERSIE en CONGRUENTIE
Herhaling

Slide 1 - Slide

inversie

Slide 2 - Mind map

Slide 3 - Slide

Quiz inversie
Kies telkens het juiste antwoord.

Slide 4 - Slide

Kies het juiste antwoord.
A
Vanavond ik eet frietjes en daarna gaan we naar een concert.
B
Vanavond eet ik frietjes en daarna we gaan naar een concert.
C
Vanavond ik eet frietjes en daarna gaan we naar een concert.
D
Vanavond ik eet frietjes en daarna we gaan naar een concert.

Slide 5 - Quiz

Kies het juiste antwoord.
A
Gisteren ik ben naar de les gegaan, maar vandaag ik ga niet.
B
Gisteren ben ik naar de les gegaan, maar vandaag ik ga niet.
C
Gisteren ben ik naar de les gegaan, maar vandaag ga ik niet.
D
Gisteren ik ben naar de les gegaan, maar vandaag ga ik niet.

Slide 6 - Quiz

Ik drink koffie daarna ik eet taart.
A
Juist
B
Fout

Slide 7 - Quiz

Kies het juiste antwoord.
A
Ik was 32 jaar toen ik besloot van job te veranderen.
B
Ik was 32 jaar toen besloot ik van job te veranderen.
C
Was ik 32 jaar toen ik besloot van job te veranderen.
D
Was ik 32 jaar toen besloot ik van job te veranderen.

Slide 8 - Quiz

We zijn naar de cinema geweest en we hebben een film gezien.
A
Juist
B
Fout

Slide 9 - Quiz

Ik ga slapen want ik ben moe.
A
Juist
B
Fout

Slide 10 - Quiz

Kies het juiste antwoord.
A
Je hebt me goed geholpen toen ik veel problemen had.
B
Je hebt me goed geholpen toen had ik veel problemen.
C
Je hebt me goed geholpen toen ik had veel problemen.

Slide 11 - Quiz

Inversie
Zijn hier nog vragen over?

Slide 12 - Slide

congruentie

Slide 13 - Mind map

Slide 14 - Slide

Bijna tachtig procent van de Nederlanders noemt zich gelukkig.
A
Juist
B
Fout

Slide 15 - Quiz

Een groepje kinderen gingen gisteren naar het zwembad.
A
Juist
B
Fout

Slide 16 - Quiz

De musea in Rotterdam IS / ZIJN gesloten.
A
Is
B
Zijn

Slide 17 - Quiz

Het personeel van het ziekenhuis STAAKT / STAKEN.
A
Staakt
B
Staken

Slide 18 - Quiz

Elke zaterdag ... een groep wandelaars een kop koffie in onze lunchroom.
A
drinkt
B
drinken

Slide 19 - Quiz

De deelnemers van de prijsvraag ... in spanning op de uitslag.
A
wacht
B
wachten

Slide 20 - Quiz

Ongeveer de helft van onze
klanten ... een klantenkaart.
A
heeft
B
hebben

Slide 21 - Quiz

De media besteedt veel aandacht aan de formatie van het kabinet.
A
Goed
B
Fout

Slide 22 - Quiz

De enorme groep oproerkraaiers hadden het centrum van de stad bijna bereikt.
A
Goed
B
Fout

Slide 23 - Quiz

Tachtig procent van de eindexamenleerlingen is geslaagd.
A
Goed
B
Fout

Slide 24 - Quiz

Welke zin of zinnen zijn niet juist?
A
De media doen uitgebreid verslag van het coronavirus.
B
Drank en drugs zorgen voor veel problemen in Amerikaanse steden.
C
Een aantal bezoekers zijn onwel geworden tijdens het festival.
D
Aan de omstanders wordt verzocht zich normaal te gedragen.

Slide 25 - Quiz

Welke zin of zinnen zijn niet juist?
A
Eén van de dieven was heel duidelijk in beeld op de bewakingsbeelden.
B
Het personeel van de winkel zijn altijd heel hulpvaardig.
C
In Nederland zijn er veel centra voor daklozen.
D
Twintig procent van de ondervraagden verwachten snel weer een baan te vinden.

Slide 26 - Quiz

Congruentie
Zijn hier nog vragen over?

Slide 27 - Slide