Nt2 27 september Figuurlijk taalgebruik en woordenschat

NT2 27 september 2024
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

NT2 27 september 2024

Slide 1 - Slide

  • Wat gaan we doen?
  • We bespreken wat figuurlijk taalgebruik is.
    • We gaan een quiz met open vragen doen om je woordenschatkennis te testen.

Slide 2 - Slide

Figuurlijke betekenis
Er wordt iets anders bedoeld dan er eigenlijk staat.

Slide 3 - Slide

Hij woont in het hart van de stad.

  • Woont hij in een hart?

Slide 4 - Slide

Wij sliepen onder de blote hemel.

  • Heeft de hemel weleens kleding aan?

Slide 5 - Slide

De radijsjes schoten de grond uit.

  • Ligt er een boer onder de grond met radijsjes te schieten?

Slide 6 - Slide

Hij is een echte boekenwurm.

Slide 7 - Slide

Bedenk zelf 3 woorden met een figuurlijke betekenis

Slide 8 - Slide

Mijn zusje is een waterrat.

Slide 9 - Slide

Ik ben een buitenmens.

Slide 10 - Slide

Zij heeft groene vingers.

Slide 11 - Slide

Hij is een huismus.

Slide 12 - Slide

Ik heb er een hard hoofd in.

Slide 13 - Slide

Wat betekent:
'Hangt samen met'

Slide 14 - Open question

'Vastgesteld'

Slide 15 - Open question

Onderzoek

Slide 16 - Open question

Huidige

Slide 17 - Open question

Vrijwillig

Slide 18 - Open question

Gevarieerd

Slide 19 - Open question

Beslist

Slide 20 - Open question

Toenemen

Slide 21 - Open question

Vanwege

Slide 22 - Open question

Controleren

Slide 23 - Open question

Geschikt

Slide 24 - Open question

Aanvankelijk

Slide 25 - Open question