5.2 Weerstanden

1 / 41
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Proeven met geladen voorwerpen lukken het best als de lucht droog is.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Een neutraal voorwerp heeft ...
A
... geen positieve en geen negatieve lading.
B
... evenveel positieve als negatieve lading.

Slide 3 - Quiz

Een positief voorwerp heeft ...
A
... teveel elektronen
B
... te weinig elektronen

Slide 4 - Quiz

Een positief voorwerp wil graag neutraal worden door ...
A
... zijn positieve lading af te geven.
B
... elektronen op te nemen.

Slide 5 - Quiz

Positieve lading (proton) zit in de kern en kan zich niet verplaatsen (in een vaste stof).
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Wat is weerstand
  • Wanneer elektronen door een materiaal heen bewegen, 'botsen' ze tegen elkaar en andere deeltjes in het materiaal
  • Dit noemen we elektrische weerstand

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Op een schakeling staat 12 v spanning, en er loopt 50 mA stroom door.
Wat is de weerstand in kilo-ohm?

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

I-U grafiek van PTC

Slide 24 - Slide

I-U grafiek van NTC

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

LDR
Dit is een lichtafhankelijke weerstand (light dependant resistor) met het symbool:                       


Toepassing; sensor in buitenlamp.

Slide 27 - Slide

Hoe meer licht op een LDR, hoe kleiner de weerstand, des te groter de stroomsterkte.

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Schuifweerstand

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Weerstand van een draad
1
2
3

Slide 36 - Slide

'Weerstand van een draad
2
3

Slide 37 - Slide

Soortelijke weerstand

Slide 38 - Slide

Wat is de eenheid van weerstand?
A
Ampère
B
ohm
C
volt

Slide 39 - Quiz

Door een gloeilamp stroomt 100 mA bij een spanning van 230V. Wat is de weerstand van deze gloeilamp?
A
2,3 kΩ
B
2,3 Ω
C
435 mΩ
D
0,435 mΩ

Slide 40 - Quiz

Een straatlantaren werkt ook met een LDR. Gaat de stroom omhoog wanneer het licht is?
A
ja
B
nee

Slide 41 - Quiz