verwijswoorden die dit dat deze

Leerdoelen

Aan het eind van deze les...

  • weet je wat verwijswoorden zijn.

  • kun je de verwijswoorden deze, die, dit en dat op de juiste manier te gebruiken
  • kun je op de juiste manier verwijzen naar de- en het-woorden
  •  
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Leerdoelen

Aan het eind van deze les...

  • weet je wat verwijswoorden zijn.

  • kun je de verwijswoorden deze, die, dit en dat op de juiste manier te gebruiken
  • kun je op de juiste manier verwijzen naar de- en het-woorden
  •  

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Link

DEZE, DIE, DIT, DAT
Er zijn 4 verwijswoorden.

  • DEZE en DIE gebruik je bij DE-woorden.

  • DIT en DAT gebruik je bij HET-woorden.



Slide 3 - Slide

de-woorden
Een zelfstandig naamwoord waar het lidwoord de bij staat, 
is een mannelijk of vrouwelijk woord 
of een woord in het meervoud. 

Daar kun je naar verwijzen met de 
aanwijzende voornaamwoorden deze en die.

dE eindigt op een E - dezE en diE eindigen ook op een E

Slide 4 - Slide

Verwijswoorden
Kies het juiste verwijswoord:






mannelijk/vrouwelijk? Kijk in het woordenboek.
het-woorden (onzijdig)
het, zijn
dat, dit
de-woorden (mannelijk)
hij, hem, zijn
die, deze
de-woorden (vrouwelijk)
zij/ze, haar
die, deze
meervoud
zij/ze, hen, hun
die, deze

Slide 5 - Slide

Waar wordt het goede verwijswoord gebruikt?

de conclusie
A
deze conclusie
B
dit conclusie

Slide 6 - Quiz

Waar wordt het goede verwijswoord gebruikt?

de tentoonstelling
A
deze tentoonstelling
B
dit tentoonstelling

Slide 7 - Quiz

Waar wordt het goede verwijswoord gebruikt?

het voorwerp
A
deze voorwerp
B
dit voorwerp

Slide 8 - Quiz

Waar wordt het goede verwijswoord gebruikt?

de planeet
A
dat planeet
B
die planeet

Slide 9 - Quiz

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 10 - Open question

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video