H6.3_Hoe komt de overheid aan geld?

Hoofdstuk 6
Wie heeft het voor het zeggen?


1 / 28
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 6
Wie heeft het voor het zeggen?


Slide 1 - Slide

Huiswerk bespreken
Plusopdrachten: 5 t/m 8 (blz 180) Rekenopdrachten: 6 t/m 9 (blz 182)

Slide 2 - Slide

Nieuws

Slide 3 - Slide

H6.3: Hoe komt de overheid aan geld?

Programma:
  • Doorlezen paragraaf 6.3
  • Lesdoelen par. 6.3
  • Uitleg en instructie
  • Huiswerk volgende les
  • Volgende les: Herhaling/reflectie en bespreken huiswerk

Slide 4 - Slide

Lesdoelen: na de les weet je.....
  • Je kunt voorbeelden noemen van enkele belastinginkomsten van de overheid.
  • Je kunt de belangrijkste inkomsten noemen die een gemeente heeft.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen directe en indirecte belastingen.
  • Je kunt enkele niet-belastingontvangsten noemen.

Slide 5 - Slide

Uitleg en instructie...

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Rekenvraag:
Marloes betaalt aan huur maandelijks € 678. Ze ontvangt € 112 huurtoeslag per maand.
Bereken hoeveel procent van de maandhuur Marloes zelf moet betalen.

Slide 11 - Open question

vragen?

Slide 12 - Slide

Maken opdrachten 
Maken van opdrachten 2 t/m 5 (blz. 130-131)



timer
10:00

Slide 13 - Slide

Bespreken opgave 2 t/m 5

Slide 14 - Slide

Huiswerk volgende les
Maken: 
Par. 6.3: Opdrachten 2 t/m 13

Slide 15 - Slide

Huiswerk bespreken
Par. 6.3: Opdrachten 2 t/m 13

Slide 16 - Slide

Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
  • Je kunt voorbeelden noemen van enkele belastinginkomsten van de overheid.
  • Je kunt de belangrijkste inkomsten noemen die een gemeente heeft.
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen directe en indirecte belastingen.
  • Je kunt enkele niet-belastingontvangsten noemen.

Slide 17 - Slide

Directe belasting
Indirecte belasting
Andere inkomsten

Slide 18 - Drag question

De loonbelasting is een voorbeeld
van een ...
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 19 - Quiz

Bij het kopen van een ID-kaart wordt uitgegaan van het .......
A
solidariteitsbeginsel
B
profijtbeginsel

Slide 20 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een
niet-belastingontvangst?
A
BTW
B
Parkeergeld
C
Accijns

Slide 21 - Quiz

Wat betekent de afkorting BTW?
A
bruto toenemende waarde
B
belasting toenemende waarde
C
bruto toegevoegde waarde
D
belasting toegevoegde waarde

Slide 22 - Quiz

BTW is een voorbeeld
van een ......
A
directe belasting
B
indirecte belasting

Slide 23 - Quiz

Hoe bereken je 9% van € 4,50?
A
4,50 : 9
B
4,50 : 9 x 100
C
4,50 x 9
D
4,50 : 100 x 9

Slide 24 - Quiz


6,8 miljoen =
A
6.800.000
B
68.000.000
C
6.800.000.000
D
68.000.000.000

Slide 25 - Quiz

Wat is de grootste bron van inkomsten voor de gemeenten?
A
hondenbelasting
B
OZB
C
parkeerbelasting
D
rioolrechten

Slide 26 - Quiz

Uit welke bronnen krijgt de gemeente inkomsten?
A
Accijns
B
Afvalstoffenheffing
C
Toeristenbelasting
D
Inkomstenbelasting

Slide 27 - Quiz

Huiswerk volgende les
Plusopdrachten: 9 t/m 12  (blz 181) Rekenopdrachten: 10 t/m 14 (blz 183)


Slide 28 - Slide