Les 3 van spelling algemeen

Nederlands 03-04
- lASSo 1 & 2 uitleg (herhaling)
- zelfstandig werken

1 / 26
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Nederlands 03-04
- lASSo 1 & 2 uitleg (herhaling)
- zelfstandig werken

Slide 1 - Slide

Hoe voel je je op dit moment?

Slide 2 - Poll

lASSo1: meervouden
lASSo2: Wel of geen n
Ik snap alles; ik kan het aan iemand anders uitleggen.
Ik snap het, maar maak soms nog een foutje.
Ik ben er bijna; ik heb nog een beetje uitleg nodig.
Ik vind dit nog heel lastig; ik heb meer uitleg nodig.

Slide 3 - Poll

Doel van de les
lASSo1: Ik weet hoe ik meervouden van woorden moet spellen en ik kan dit toepassen in de opdrachten. 
lASSo2: Ik weet hoe ik het koppelteken en weglatingsstreepje moet gebruiken en ik kan dit toepassen in de opdrachten.


Slide 4 - Slide

Meervouden
Zo maak je een meervoud op en:
Zet en achter het enkelvoud: vriend → vrienden; trui → truien

Soms moet je ook:
de laatste letter verdubbelen: mug → muggen; prik → prikken
een a, e, o of u weglaten: snaar → snaren; been → benen
een f veranderen in een v: verblijf → verblijven
een s veranderen in een z: luis → luizen

Slide 5 - Slide

Meervouden
Zo maak je een meervoud op s en ’s
1. Je schrijft een s achter het enkelvoud:
– borstel → borstels; comité → comités; revolutie → revoluties
2. Je schrijft ’s (apostrof + s) achter het enkelvoud:
– bij woorden op a, i, o, u of y: mama →mama’s; ski → ski’s; auto → auto’s; paraplu → paraplu’s; rally → rally’s
– bij afkortingen: wc’s, havo’s, NK’s
Let op: bij woorden die eindigen op twee of drie klinkers die samen één klank vormen, schrijf je in het meervoud de s aan het woord vast:
– cadeau → cadeaus; cowboy → cowboys.
Maar: hernia’s en cabrio’s, want hier vormen de klinkers niet samen één klank: her-ni-a, ca-bri-o.

Slide 6 - Slide

Meervouden
Zo maak je het meervoud van woorden op ee en ie:
1. Als het enkelvoud eindigt op ee, maak je het meervoud met s of met ën:
– chimpansee → chimpansees; zee → zeeën


2. Als het enkelvoud eindigt op ie, maak je het meervoud met ën of met n. Dit is afhankelijk van de klemtoon:
– als de klemtoon op ie valt, dan voeg je ën toe: melodie → melodieën
– als de klemtoon op een andere lettergreep valt, dan krijgt de laatste e een trema en voeg je alleen n toe: porie → poriën.

Slide 7 - Slide

Meervoud op -en
Meervoud op -'s
Twee meervouden
Geen meervoud
rijst
kassa
leeuw
gedachte

Slide 8 - Drag question

Goede meervouden
Foute meervouden
zeeën
ponys
babies
perziken
musea

Slide 9 - Drag question

Wat is het meervoud van... 
piano

Slide 10 - Mind map

Wat is het meervoud van... 
wolf

Slide 11 - Mind map

Meervoud op s
Meervoud op en of ën
Meervoud op s én en
Meervoud op 's 
Niveau
Melodie

Slide 12 - Drag question

lASSo 1
Aan de slag! Maak van spelling paragraaf 3 opdracht 1 t/m 7 (blz. 248-249)

Slide 13 - Slide

Koppelteken en weglatingsstreepje
Als koppelteken en als weglatingsstreepje gebruik je een liggend streepje : gala-avond, in- en uitvoer (invoer en uitvoer).

Je gebruikt het koppelteken:
1. in samenkoppelingen die anders onoverzichtelijk worden:
- vergeet-mij-nietjes, heen-en-weer

2. in samenstellingen tussen klinkers die je ook samen kunt uitspreken, de zogenaamde ‘botsende klinkers’, zoals aa, oe, ui:
- camera-instelling, zo-even, cadeau-idee (maar: politieacademie, rijexamen)

Slide 14 - Slide

Koppelteken en weglatingsstreepje
3. bij letters, cijfers, andere tekens, afkortingen en sint of Sint:
- mbo-niveau, A5-formaat, Sint-Nicolaas (maar als je een afkorting zonder hoofdletters als woord uitspreekt, komt er geen koppelteken: pincode, simkaart)


4. bij aardrijkskundige namen, of woorden die daarvan afgeleid zijn: 
-  ’s-Gravenhage, Zuid-Scharwoude, Noord-Italië, West-Afrikaan

5. in woorden met de voorvoegsels adjunct-, aspirant-, bijna-, ex-, interim-, kandidaat-, leerling-, niet-, non-, oud- :
- aspirant-agent, bijna-doelpunt, non-actief


Slide 15 - Slide

Koppelteken en weglatingsstreepje
6. Als het tweede deel van de samenstelling een hoofdletter heeft:
- pro-Europees, anti-Amerika

7. In samenstellingen van twee gelijkwaardige woorden:
- paars-groen, bar-discotheek

Slide 16 - Slide

Koppelteken is nodig vanwege het tweede deel van de samenstelling met een hoofdletter.
Fout beschreven. Geen koppelteken nodig.
Koppelteken is nodig vanwege het voorvoegsel.
Koppelteken is nodig vanwege klinkerbotsing.
havo-opleiding
lente-ui
ex-man
studie-avond
pro-Amerikaans

Slide 17 - Drag question

radioantenne
koffieautomaat
oudcollega 
WEL koppelteken
GEEN koppelteken
tvgids

Slide 18 - Drag question

Goed geschreven, want er is geen klinkerbotsing.
Fout geschreven. Het moet met een koppelteken, want het is een samenstelling.
Fout geschreven. Het moet met een trema.
Fout geschreven. Het moet met een apostrof.
3Dbril
astmaaanval
autoalarm
CDAer
bacterien

Slide 19 - Drag question

Koppelteken en weglatingsstreepje
Je gebruikt het weglatingsstreepje:

1. als je een deel van een woord weglaat: op- of aanmerkingen (opmerkingen of aanmerkingen), kerstbomen en -ballen (kerstbomen en kerstballen).


Let op: gebruik geen weglatingsstreepje als je een heel woord weglaat: hoge en lage cijfers.

Slide 20 - Slide

Schrijf met een weglatingsstreepje:
wiskunde en natuurkunde

Slide 21 - Open question

Noteer de woorden met op de juiste plaats het weglatingsstreepje. Let op: soms hoef je geen weglatingsstreepje te gebruiken.

Middelbaar onderwijs en hoger onderwijs

Slide 22 - Open question

Noteer de woorden met op de juiste plaats het weglatingsstreepje. Let op: soms hoef je geen weglatingsstreepje te gebruiken.

dinsdagavond en woensdagavond

Slide 23 - Open question

Noteer de woorden met op de juiste plaats het weglatingsstreepje. Let op: soms hoef je geen weglatingsstreepje te gebruiken.

Groene bladeren en bruine bladeren

Slide 24 - Open question

Aan de slag!
Huiswerk voor woensdag: 
lASSo1:
Spelling paragraaf 3 opdracht 1 t/m 7 (blz. 248-249)

lASSo2: 
Spelling paragraaf 4 opdracht 1 t/m 6 (blz. 254/255)



Slide 25 - Slide

lASSo1: meervouden
lASSo2: Wel of geen n
Ik snap alles; ik kan het aan iemand anders uitleggen.
Ik snap het, maar maak soms nog een foutje.
Ik ben er bijna; ik heb nog een beetje uitleg nodig.
Ik vind dit nog heel lastig; ik heb meer uitleg nodig.

Slide 26 - Poll